Bea is op zoek naar een levendige gemeente waarin haar taal wordt gesproken. In haar huidige gemeente voelt ze zich niet aangesproken. De verschillen in taal en beleving zijn te groot. Hoever willen we als gemeente gaan om haar te bereiken?

Bea (20) zou graag naar een andere kerk willen. Ze zoekt een meer levendige gemeente, zegt ze. Wat bedoelt ze met ‘levendig’? ‘Ja, dan ga ik het toch gewoon zeggen: minder oude mensen en meer veertigers en jonger. Geen opa’s en oma’s.’ Als ik haar vragend aankijk, zegt ze: ‘Ouderen geven God op een andere manier een plek in hun leven. Dat verschil zorgt voor conflicten, bijvoorbeeld bij de invulling van een kerkdienst. Natuurlijk hebben ouderen ook goede kanten. Ze hebben veel levenservaring en dat hebben wij ook nodig, maar dan ga ik wel naar mijn opa en oma voor een goed gesprek.’ Ze vervolgt: ‘Tijdens een Bijbelstudie gingen we letterlijk een stuk tekst lezen, echt studeren op elk woord dat er stond. Ik dacht: dit houd ik niet vol. Ik zag niets in die woorden. Waar blijft de toepassing naar ons leven, hoe kan ik het concreet maken?’

Bea’s woorden bepalen mij voor de zoveelste keer deze maand bij de verschillen tussen de generaties in de kerk. Verschillen in taal, in beleving, in cultuur. Ik vraag me af wat wijsheid is en doe een roep naar Boven.

Verdriet

Niet veel later heb ik een gesprek met een vrouw van achter in de 70. Wat me zwaar valt in dat gesprek is dat deze oudere zuster helemaal vanuit haar eigen referentiekader over jongeren spreekt, eigenlijk net zoals Bea over ouderen. Haar taal, beleving en cultuur bepalen het raamwerk waarbinnen de jongeren zich moeten bewegen. Dat de jongeren daar totaal niet aan voldoen, is in de emotie van haar stem goed terug te horen. Ze zegt dat jongeren geen oog meer hebben voor de kerk, dat ze niks meer weten van de Bijbel en dat ze geen prioriteit geven aan God in hun leven. Haar woorden klinken veroordelend, al getuigen de tranen in haar ooghoeken ook van zorg en verdriet.

Dialoog

Deze vrouw en Bea doen hetzelfde: vanuit hun eigen taal, beleving en cultuur kijken ze naar de ander. En ze begrijpen niets van die ander! Ik kan het ze beiden niet kwalijk nemen, maar probeer wel te bedenken hoe dit anders kan. Vanuit het Praktijkcentrum en het NGK Jeugdwerk hebben we ons de afgelopen jaren sterk gemaakt voor de dialoog tussen generaties, om meer begrip voor elkaars wereldbeeld te krijgen. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat dit nodig en goed is. Ik heb er prachtige resultaten van mogen zien.

In dit artikel wil ik echter een stap verder gaan: zouden we de jongeren en hun wereldbeeld niet veel meer centraal moeten stellen in hoe wij kerk zijn met elkaar? Anders geformuleerd: hoeveel in de kerk zijn we bereid op te geven om daardoor jonge mensen te bereiken? Ik neig steeds meer naar de overtuiging dat we ons in de kerk in eerste instantie moeten richten op de jongeren en hún leefwereld. En dan niet alleen in enkele uitingsvormen, maar zo dat we in de eerste plaats hun wereldbeeld zien, dat leren begrijpen en leren accepteren. Ook al is het anders dan dat van mezelf!

Impuls

In Growing young staat het voorbeeld van een Spaanstalige geloofsgemeenschap in Amerika, waar zowel de eerste, tweede als derde generatie van immigrantenfamilies lid van zijn (hoofdstuk 6). Terwijl de oudste generatie Spaans als eerste taal heeft, spreekt de jongste generatie in deze gemeente vooral (en soms alleen nog) Engels. Om aansprekend kerk te kunnen zijn en blijven heeft deze gemeenschap uiteindelijk besloten om in hun activiteiten én in hun zondagse samenkomsten over te gaan op het Engels, ten dienste van de jonge generatie.

Dit voorbeeld gaf mij een nieuwe impuls in het denken hierover. Weliswaar kennen de meeste gereformeerde kerken in Nederland niet zo’n taalprobleem, maar we kennen wel verschillende generaties die elkaar niet (meer) begrijpen, met als gevolg verwijdering en vervreemding tussen de generaties. Ik denk dat het tijd is om ook hier de jonge generatie en hun leefwereld centraal te stellen en vandaaruit te zoeken naar een taal voor het verkondigen van het evangelie. Dat dit schuurt met het beeld dat velen van de kerk hebben, is duidelijk. Daarom opnieuw de vraag: hoeveel in de kerk zijn we bereid op te geven om daardoor jonge mensen te bereiken?

Dit artikel is geschreven door Moniek Mol en gepubliceerd in OnderWeg 2 september 2017

Moniek Mol

Moniek Mol

Weet als enthousiaste en gedreven adviseur de verschillende kanten van een zaak te belichten. Heeft door diverse banen binnen kerkelijk én niet-kerkelijk jeugdland een brede kijk op verscheidenheid van generaties. Houdt van Zijn kerk en wil graag bijdragen aan een bloeiend Koninkrijk. Wil Hem volgen en ziet dit als een groot avontuur. Mail Moniek