Kerk als gemeenschap van gemeenschappen

Wat is een christelijke gemeenschap? Moeten we niet samen een volmaakte eenheid vormen: geen aparte groepen en niet allemaal iets anders geloven (1 Kor. 1:10)? Het helpt als we leren zien dat de kerk een gemeenschap is van gemeenschappen waarin ieder individu wordt gezien en gewezen op Gods genade die ons mensen aan elkaar verbindt.

De vraag wat een christelijke gemeenschap is, staat in het centrum van de aandacht. Binnen de GKv is een verschuiving opgetreden van een kerk die landelijk georganiseerd en herkenbaar was naar een kerk die veel meer lokaal en regionaal denkt en handelt. Ook binnen een plaatselijke gemeente speelt de vraag wat ‘gemeenschap’ eigenlijk is.
Gemeenschap uit zich voor oudere generaties vaak in eenheid van gedrag (zondagsbesteding en bioscoopbezoek) of eenheid van opvattingen (politiek en maatschappelijk). Voor jongere generaties is dit vaak niet meer op die manier aan de orde. We zijn ons bewuster geworden van de verschillen tussen gelovigen op grond van persoonlijke capaciteiten, tradities, sociale situatie en dergelijke. Een student theologie staat voor andere vragen dan een manager in een internationaal opererende handelsfirma of een monteur van biogasinstallaties. Een huisvrouw of huisman staat voor andere vragen dan een politieagent of verpleegkundige.
Daarbij leven we in een maatschappij van keuzevrijheid, zelfontplooiing en zelf bepalen wat goed of fout is. Uitgangspunt is binnen welke gemeenschap ik als mens het beste ‘tot mijn recht’ kan komen. Maar hoe vormen we dan een volmaakte eenheid? Wat is een christelijke gemeenschap op dat dagelijks niveau en hoe houden we elkaar vast?

Onlosmakelijk verweven
We proberen een antwoord te vinden door vier stappen te zetten. De eerste stap is ontdekken hoe individualiteit en gemeenschap onlosmakelijk verweven zijn. De tweede stap toont het belang van verschillende gemeenschappen. De derde stap is zien hoe die gemeenschappen samen het lichaam van Christus kunnen vormen. De laatste stap zegt iets over de verantwoordelijkheid voor predikanten, ouderlingen en diakenen.
In de westerse wereld zijn we de laatste decennia gewend onszelf als tamelijk losstaande individuen te zien. ‘Jezelf kunnen zijn’ is een groot goed. Niet langer hoef je je beroep te kiezen conform traditie of familiegewoonten. Niet langer hoef je je te kleden zoals anderen voorschrijven. Je bent een individu dat afgewogen beslissingen neemt. Daarbij is de eigen vrijheid een centraal gegeven. De gemeenschap is ondergeschikt aan het individu. Als een gemeenschap niet meer aansluit op mijn persoonlijke waarden, kan ik me ervan losmaken en een poos op mijzelf leven of me bij een andere gemeenschap aansluiten.

Andere mensen nodig
De vraag is echter of je als individu wel zo onafhankelijk bent van anderen. We kunnen ons het ‘ik’ ook voorstellen als een geheel van relaties met mensen en opvattingen uit verleden en heden, die op allerlei manieren met elkaar in gesprek zijn (Vroon, 2014). Ons ‘ik’ is dan meer relationeel dan individueel. Twee aspecten wijzen daarop. Allereerst zijn we onlosmakelijk verbonden aan andere mensen. We zijn slechts mens door andere mensen. Heel concreet: zonder ouders zouden we niet bestaan. En we kunnen ook geen mens worden zonder andere mensen. Zogenaamde ‘wolvenkinderen’, kinderen die door dieren zouden zijn opgevoed, missen basale menselijke vaardigheden.
Ten tweede maakt onze kwetsbaarheid, eindigheid en beperktheid dat we andere mensen nodig hebben om te overleven. Bijna niemand kan alles: eten verzamelen en bereiden, kleding en onderdak regelen, veiligheid bewaken, ziekten en ongelukken het hoofd bieden. Misschien kunnen sommige mensen een tijdlang overleven, maar de meesten zouden al snel van honger en dorst omkomen zonder supermarkt, elektriciteit en waterzuivering.

Meerdere gemeenschappen
We zijn dus fundamenteel verbonden met andere mensen en maken daarbij deel uit van meerdere gemeenschappen. Ieder mens heeft verschillende gaven en talenten. Zo heeft elk mens een eigenheid en daarin verschillen mensen van elkaar. Daarom zijn verschillende gemeenschappen van belang: je gezin, familie, beroep, sport, geloof. Maar ook gemeenschappen die recht doen aan je intellectuele, kunstzinnige, muzikale of culinaire behoeften. En soms thematische gemeenschappen, bijvoorbeeld als je plotseling een chronische aandoening blijkt te hebben of tegen onverwerkte problemen uit je verleden aanloopt. Of als je met andere gelovigen een tijdlang je verdiept in de dogmatiek of een gebedsgroep vormt voor vervolgde christenen. En daarmee zijn we ondertussen bij de tweede stap aangekomen: de vele gemeenschappen waarmee we verbonden zijn en de plaats van de kerk als gemeenschap.
We horen bij de lokale kerk, de landelijke kerk, de wereldwijde kerk en zelfs de kerk-van-alle-tijden-en-plaatsen (Gal. 4). Maar in hoeverre kunnen we de kerk waar we lid van zijn, onze plaatselijke gemeente, ook als gemeenschap van gemeenschappen zien? Een voorbeeld hiervan is een gemeente die miniwijken of kringen heeft ingevoerd. Maar zijn er ook specifieke deelgemeenschappen: jeugdwerkers, catecheten, ouderlingen; allemaal met eigen vraagstukken en doelstellingen. Anders gezegd: er zijn in de kerkelijke gemeente allerlei kleine gemeenschappen te onderscheiden.

Veelkleurige leden
In deze gemeenschappen wordt soms heel verschillend gedacht, gevoeld, gebeden, beleden, gehuild en gestreden. De worsteling van de zakenman om eerlijk zaken te doen is anders dan die van de huisvader die zijn kinderen probeert te motiveren voor catechisatie. Waar de een vindt dat de kerkenraad wel meer geld voor het jeugdwerk mag vrijmaken, heeft de ander zorgen over de afdracht aan het pensioenfonds voor de predikant.
Deze diverse gemeenschappen doen recht aan de eigenheid van gemeenteleden. Het is dus misschien wel goed dat mensen niet alleen lid zijn van een miniwijk, omdat deze nooit kan voldoen aan alle behoeften van de gemeenteleden. Voor sommigen is de miniwijk een ontmoetingsplaats voor gezelligheid, voor anderen vooral een plaats van gebed en bijbelstudie. Sommigen nemen graag deel aan thematische kringen die korte tijd bestaan, anderen voelen zich meer thuis in langdurige groepen waarin persoonlijke zaken gedeeld kunnen worden. De gemeente bestaat uit allerlei gemeenschappen, waarin de veelkleurige leden op allerlei manieren verbindingen zoeken, aangaan en mogelijk maken.

Betekenis delen
De derde stap is voor de hand liggend: wat houdt een kerkgemeenschap bij elkaar? Wat verbindt al die mensengroepen, die zich kriskras door elkaar heen bewegen, in wisselende samenstellingen en activiteiten? Al die groepen die het soms ook niet met elkaar eens zijn, waarin de onvolmaaktheid soms pijnlijk zichtbaar wordt. Wat is dan dat “één van zin, één van gevoelen” (1 Kor. 1), “één lichaam, één Geest, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen” (Ef. 4)?
Een gemeenschap kan alleen blijven bestaan indien ze een levende opvatting over de betekenis van die gemeenschap deelt. Het gaat over de meaning, de betekenis die leden aan de gemeenschap geven en die door de gemeenschap wordt gedragen en doorgegeven aan nieuwe leden (Luhmann, 1995; Dekker & Stoffels, 2007).
In een kerkelijke gemeenschap is dat doorgeven “de initiatie in de rijkdom van het leven met Christus” (Heitink, 2007). Wie de context leest van de twee gedeelten uit 1 Korintiërs 1 en Efeziërs 4 ontdekt dat Paulus daar in het bijzonder over spreekt. In deze beide teksten gaat het om mensen die geroepen zijn. De lezers behoren tot een groep, een gemeenschap, aan elkaar verbonden door Jezus Christus. Hij heeft hen geroepen. Ze zijn dus niet uit zichzelf gekomen, maar zijn gekomen op de oproep van Jezus de Heer. Daarin ligt de meaning, de betekenis, van deze gemeenschap.

Zondagse bijeenkomst
Deze eenheid en gemeenschap worden voor iedereen zichtbaar tijdens de zondagse bijeenkomst. Daar komen we bij elkaar als ledenvan verschillende gemeenschappen, in de grote gemeenschap van mensen die door Jezus zelf uitgenodigd zijn. Die uitnodiging is persoonlijk (de geroepen heiligen) en gemeenschap vormend (ze zijn heilig in Christus Jezus). De gemeente bestaat dus niet uit mensen die hetzelfde denken en doen, maar uit mensen die Jezus’ uitnodiging om nieuw leven te ontvangen hebben gehoord en die díé genade van Hem willen ontvangen.
De gemeenschap van gemeenschappen wordt bijeengehouden in de liturgie, in wat we vroeger ‘verbondsontmoeting’ noemden. In de liturgie ontvangen we genade, is God zelf als begin en einde van het verbond aan het woord. We mogen ingaan op de uitnodiging van God en Hem aanbidden om zo actief deelgenoot te worden aan het verbond. De liturgie toont daarbij de trouw van dat verbond, van de verbinding tussen God en mensen.
Zo kan het dat we in ons dagelijks (geloofs)leven in een veelheid van gemeenschappen binnen en buiten de kerk functioneren. De kerkgemeenschap kan een belangrijke rol spelen in het gesprek dat we in onszelf voeren over hoe het leven vorm te geven. In opvoeding, huwelijk, werk, studie, hobby’s en burencontacten. Die kerkgemeenschap is zelf ook een samenstel van gemeenschappen waar ons mens-zijn op allerlei niveaus ondersteund en gevoed kan worden. En al die verschillende mensen en gemeenschappen zien elkaar in de liturgie, waar God vertelt dat Hij iedereen, één voor één zelf geroepen heeft. God verenigt ons.

Uitnodiging
De predikant, ouderling en diaken hebben in deze opvatting vier taken. De eerste taak is om alle mensen uit te nodigen tot het nieuwe leven waarover Jezus Christus vertelt. Alle mensen, dus niet alleen de gemeenteleden. In woorden en daden. Want die uitnodiging is de kern, de meaning, de betekenis en bedoeling van de gemeenschapsvorming. De tweede verantwoordelijkheid is om gemeenteleden te stimuleren steeds het contact met God te zoeken in alle delen van het leven. Hen daarop te bevragen en indien nodig hen daarbij te helpen.
De derde taak is bewaken dat er geen gemeenteleden buiten de boot vallen. Niet iedereen hoeft aan alles deel te nemen, maar het is wel belangrijk dat niemand wordt vergeten. De vierde taak is te zorgen dat er steeds gezocht wordt naar een passende manier waarop de liturgie gevierd wordt. Waarbij alle mensen worden uitgenodigd en waarin de verbinding met de kerkgemeenschap van alle tijden en plaatsen vorm krijgt. Door te focussen op deze kern van hun taken zal de gemeente groeien in kennis, inzicht, vreugdevol God volgen en een aangenaam zout zijn voor velen.

Dit artikel is gepubliceerd in Blad Dienst

Henk Geertsema
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk
Henk Geertsema