Ooit trok de schooldag in Kampen meer dan vijftienduizend bezoekers. Speciale tenten moesten opgezet worden om al die mensen een plek te geven. Gereformeerde scholen gaven voor die dag vrij, om iedereen in de gelegenheid te stellen de dag te bezoeken. Het Nederlands Dagblad vermeldde op 29 september dat de laatste editie een bezoekersaantal van 300 getrokken had. De tijden zijn veranderd. Betekent dit dat de theologische universiteit nog wel een plek heeft in de kerken? Waarom is het nodig als gereformeerde kerken vrijgemaakt zo’n opgetuigd instituut te hebben voor wetenschappelijke theologiebeoefening? Kan het niet wat simpeler – en goedkoper?

Vragen

ISBN: 9789043524308 Uitgeverij: Kok Uitvoering: Paperback / softback Omvang: 320 pagina’s

Er blijken binnen de kerken veel vragen te leven over het functioneren van de universiteit in Kampen. Voor een deel kwamen die ook op de laatstgehouden synode terecht. Die vond het daarom nodig om tekst en uitleg te geven over de huidige structuur aan de universiteit, over de gang van zaken bij bezwaren tegen een docent en over het wetenschappelijk karakter van de theologiebeoefening. Dit document is hier te vinden. Het document tekent de huidige structuur. Wie meer wil weten over de ontwikkeling rond de bestuursstructuur kan terecht in de afscheidsbundel voor prof.dr. Kees de Ruijter: Instemmend luisteren. Daarin geeft prof.dr. Mees te Velde een overzicht van de ontwikkelingen op dit punt en van de rol die prof. de Ruijter daarbij gespeeld heeft tijdens twee perioden van drie jaar als rector van de universiteit. De huidige structuur is nodig vanuit de Nederlandse wetgeving en sluit aan bij die van de andere universiteiten. Het gaat om het wetenschappelijk karakter van de instelling en de kwaliteit van het onderwijs. Maar juist dit levert vragen en bezwaren op vanuit de kerken. Want in die wetenschapsbeoefening is niet altijd het gereformeerde karakter op dezelfde manier herkenbaar als bijvoorbeeld toen ik studeerde. Ik zeg dit overigens in alle dankbaarheid voor de tijd van toen, maar tegelijk zonder heimwee naar de goede oude tijd.

Sympathetisch-kritisch
Op dit punt is er inderdaad een ontwikkeling te zien. Neem nou de vraag of de tweede brief van Petrus in de Bijbel echt van Petrus is. Onder de mensen die studie maken van het nieuwe testament wordt dat om allerlei redenen sterk in twijfel getrokken. Prof.dr. Rob van Houwelingen ging op die vragen in in zijn proefschrift uit 1988. Hij kwam op voor de echtheid van deze brief als brief van Petrus zelf. Zelfde soort onderzoek deed dr. Myriam Klinker in haar proefschrift over 1 Timotheüs en Titus voor de vraag of deze brieven inderdaad van Paulus zijn. Zij geeft geen eindconclusie op dit punt. Voordat iemand nou gaat zeggen dat we toen, in 1988, nog de goede lijn zaten: alleen al het bespreken van de vraag geeft aan dat je die mag stellen. Het was ook toen geen vooraf uitgemaakte zaak. Beoefening van de theologie vraagt om openheid voor de vragen die gesteld worden. Prof.dr. K.Schilder gaf dat al aan toen hij zijn houding ten opzichte van de in de belijdenis vastgelegde dogma’s omschreef: sympathetisch-kritisch. Je stemt ermee in, maar onderzoekt ze tegelijk kritisch, vanuit de Bijbel. Daar vragen ze overigens ook zelf om, zie artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: je mag geen geschriften van mensen op een lijn stellen met Gods woord. Hij zette zich ook in voor de wetenschappelijke beoefening van de theologie in dienst van de opleiding tot de dienst van het woord. Het synodestuk wijst daar terecht op. Wat dat betreft, loopt er een lijn van 1945, toen de synode koos voor het wetenschappelijk karakter van wat toen de hogeschool genoemd werd, naar vandaag, nu dat wetenschappelijk karakter helderder omschreven kan worden dan toen.

Geloof en theologie
De vraag wordt wel eens gesteld om het niet voldoende is om een seminarie te hebben: een eigen opleiding voor werk binnen de kerken, die niet aan de strenge eisen van de overheid hoeft te voldoen en, dat is dan de onderliggende gedachte, wellicht minder geld nodig heeft. Dat is in de kerkelijk wereld inderdaad een mogelijkheid: denk aan het baptistisch seminarium in Amsterdam. Ik ben er niet direct van overtuigd dat het voor de kerken een goedkopere oplossing zou zijn. Er zit meer aan vast dan op het eerste gezicht lijkt. Tegelijk proef ik er ook wel eens een verwijzing in naar wat Christus opmerkt over geloven als een kind: doe maar gewoon… Prima, maar dezelfde Christus vraagt ook God lief te hebben met heel je verstand. Ik wil dat niet tegenover elkaar stellen, maar, met een verwijzing naar professor Voetius uit de zeventiende eeuw, met elkaar verbinden: wetenschap en vroomheid. Wie door God gezegend is met een scherp denkvermogen moet dat ook in dienst van het evangelie kunnen stellen. Anders valt het leven toch weer in sectoren uiteen en wordt het geloof op de duur onbelangrijk. De keuze voor wetenschappelijke beoefening van de theologie hoort bij het besef te leven in een door God geschapen en bestuurde werkelijkheid.
Een andere vraag daarbij is of we dat dan als kerken allemaal zelf moeten blijven doen. Ligt verdere samenwerking met de vergelijkbare instelling in Apeldoorn niet voor de hand? Zijn er nog andere mogelijkheden? Ook dat wordt stevig onderzocht en komt de komende jaren aan de orde.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 3 oktober 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)