Wanneer zeg je als kerk dat iets niet meer kan? Aan de ene kant groeien de verschillen: mensen vullen hun leven op diverse manieren in. Aan de andere kant sta je toch voor de Bijbelse waarheid. Maar wat betekent dat in de praktijk? Is er nog wel tucht?

Voor de GKv is daar onderzoek naar gedaan, een paar jaar geleden. Het ging om onderzoek van studenten aan de Theologische Universiteit te Kampen. Een speciaal nummer van het blad Onderweg bericht daarover, in 2016. Daaruit kwam naar voren dat tucht over keuzes die mensen maken in hun leven in de onderzochte classes van de vrijgemaakte kerken regelmatig voorkwam, maar dat er in de onderzochte periode geen sprake was van leertucht. De onderzoeken richtten zich op de formele tucht: een kerkenraad die maatregelen neemt. Vaak gaat het dan over afhouding van het avondmaal. Er is ook informele tucht, en dat begint al wanneer je bijvoorbeeld op de kring met elkaar spreekt en samen zoekt naar de wil van God.

Tucht is niet weg

Tegenover allerlei verhalen dat er tegenwoordig geen tucht meer is, kun je ook constateren dat de kerken nog steeds nee durven zeggen, ondanks alle verschillen. In ieder geval als het gaat om keuzes die mensen maken voor hun leven. Dat er in de onderzochte classes geen voorbeelden waren van leertucht, wil niet zeggen dat die verdwenen is. Ook de cijfers uit het Handboek Gereformeerde Kerken laten zien dat er elk jaar toch enkele tientallen mensen afgesneden worden in de weg van de tucht.

Wel is er een opmerkelijk verschil. In de vroegere kerkelijke praktijk was er ook de enkelvoudige afhouding van het avondmaal, bijvoorbeeld vanwege de rust in de gemeente. Dan komt er naast de waarheid van de Bijbel een ander element ingeslopen: een sociaal aspect van wat draaglijk is in de gemeente. En niet alleen is dat element in de huidige maatschappij vrijwel verdwenen; we ergeren ons niet meer zo snel. Maar ook was die praktijk in feite een plus op de Bijbel en daarom bedenkelijk. De huidige kerkorde is over de aanleiding voor tucht heel helder: artikel D51.2 ‘De tucht wordt toegepast wanneer er sprake is van ernstige zonde in leer of leven, die de eer van God tekort doet, het behoud van de zondaar bedreigt en de heiligheid van de gemeente aantast’. En in het vermaan moet de Bijbel richtinggevend zijn.

Ergernis en aanstoot

Maar je moet elkaar toch niet ergeren? Ik wil niemand iets in de weg leggen, maar tegelijk is ergernis iets van mijzelf. Je kunt je ergeren aan mensen die kennelijk geen zondagse kleren meer hebben, of aan een begeleider in de kerkdienst die zijn eigen versie van de melodie gebruikt, of aan… En daarvan moet je je bekeren. Ben je terecht boos? Sta je toe dat je ergernis het gebrachte evangelie overschaduwt?

Aanstoot geven is iets anders. Dan gaat het om een struikelblok dat je die ander in de weg legt. Christus is daar heel fel over: ‘Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.’ Matteüs 18: 6. Hij heeft het daarbij niet over het ergeren van ouderen, maar over kinderen. Belangrijk om in de gaten te houden als je het hebt over grenzen stellen in de kerk. Hoe ben je daar zelf bij betrokken? Kun je dat verschil in de gaten houden tussen aanstoot geven en aanstoot nemen? Niet voor niets is in de kerkorde opgenomen dat je in geval van tucht altijd de classis erbij haalt. Als kerkenraad ben je immers een conflict aangegaan met de broer of zus in kwestie – en dat kan je zicht op de zaak vertroebelen. Ik herinner mij ook classisvergaderingen waar de kerk die met een tuchtzaak kwam teruggewezen werd. (En op een volgende vergadering kwam de kerk terug, met een verhaal dat het advies goed gewerkt had.) Ik noem dit even, omdat ik ook wel eens de gedachte tegenkom dat zo’n kerkenraad – of predikant – natuurlijk op de classis zijn netwerk tegenkomt, dat hem uiteraard steunt. Een reëel gevaar, maar het gaat gelukkig niet altijd op.

En de leertucht dan?

Wat zijn nu de zaken waarvoor de tucht over de leer toegepast zou moeten worden? Vind je daar in de Bijbel ook voorbeelden van? Om bij dat laatste te blijven: in de brieven van Johannes waarschuwt hij heel duidelijk voor mensen die hun beeld van Christus aanpassen aan wat ze zelf kunnen meemaken. Daartegenover zet hij hoe Christus zichzelf openbaarde. Hij heeft het over mensen die verder willen gaan dan de leer van Christus. (2 Johannes vers 9.) Je moet daar als gemeente niet aan meewerken. Onlangs stelde dr. Bram van der Beek in het Nederlands Dagblad dat leertucht zou moeten gaan over wie de leer over God aantast. Dat lijkt heel simpel en duidelijk – en het geeft in ieder geval aan dat niet elk leerverschil tot leertucht hoeft te leiden, maar ik herinner me ook een uitlating van Herman Bavinck, dat in het beetje water van de doop heel de leer van de Bijbel is samengevat. Je komt de Drie-eenheid bijvoorbeeld bijna in elk verband tegen. Ik denk ook even aan een artikel van ds. Henk Folkers (op de website https://manvrouwkerk.wordpress.com) waarin hij beschrijft hoe de opstellers van de Amerikaanse Nashvilleverklaring dwalen op het punt van de Drie-eenheid: hun opvatting over de verhouding van Vader en Zoon is in strijd met de geloofsbelijdenis van Athanasius. Daarmee zeg ik, voor alle duidelijkheid, niet dat de Nederlandse ondertekenaars datzelfde doen).

Toch helpt de concentratie op de hoofdlijn van de Bijbel wel verder. De vrijgemaakte kerken zijn ontstaan in een kerkstrijd waarin van vrijgemaakte zijde elke keer ruimte werd bepleit voor de diverse opvattingen over de doop: neem als synode alsjeblieft geen besluiten die de gewetens dwingen. Dat is in het Nieuwe testament in ieder geval opvallend: Paulus bepleit ruimte binnen de gemeente voor mensen die een tegengestelde praktijk rond het eten van aan de afgoden geofferd vlees voorstaan en Johannes trekt een duidelijke lijn als het gaat om de leer over Christus

Vermoeidheid

(Inmiddels professor) dr. Hans Schaeffer wees er in Onderweg op, in het artikel over de studentenonderzoeken, dat het onderwerp leertucht vooral in de negentiende en twintigste eeuw naar voren kwam. In de kerkgeschiedenis is ook gebleken hoe moeizaam het kan werken. Denk aan de Vrijmaking als voorbeeld van een te streng hanteren ervan en aan de moeizame geschiedenis van de jaren zestig. Wat is de leer van de kerk en hoe gebruik je de belijdenis? Achteraf komen we dan als kerk terug op een al te snel hanteren van het instrument. Zonder het overigens weg te gooien. In de NGK bijvoorbeeld is een intensief gesprek gevoerd met ds. Theo Doornbos over zijn opvattingen over Christus’ verlossingswerk. Een onderwerp dat ook in 2019 weer volop de aandacht trekt. Je kunt vanuit het moeizame verleden het gesprek erover uit de weg gaan: toch niet weer… Je kunt ook vanuit de Bijbel dat gesprek toch maar aangaan, ook gesteund door de radicaliteit van de apostel Johannes.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 23 februari 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)