Op een of andere manier komt het dorp waar ik bijna tien jaar predikant was, telkens in het nieuws: Vrouwenpolder. Een paar jaar geleden omdat de kanjer van de postcodeloterij daar terechtkwam en, zoals de Volkskrant berichtte, de meeste dorpelingen voor dat geld een goede bestemming wisten. En dit jaar kwam de krant met een uitgebreid artikel op de website over het verraad van verzetsman Jan de Visser en de vraag waarom zijn weduwe Maria bijna de rest van haar leven zweeg. Allerlei mensen die ik kende of gekend heb, kwamen voorbij: de bakker Marinus van den Broeke en zijn dochter Mientje, de musicus Jan Hekhuis, de familie Maas. Maar Maria de Visser kende ik niet, en haar kinderen ook niet. Het artikel liet mij nog eens beseffen hoeveel er veranderd is in de kerk, en zeker in dit geval, de goede kant op. Daarbij gaat het niet alleen om de personen, maar ook om de manier waarop de kerk haar plaats innam tegenover de andere kerken en in het dorp. Ik geef daar iets over door, omdat ik vind dat wat er daar gebeurde niet typisch was voor een dorp op Walcheren, maar herkenbaar voor het verschil tussen toen en nu, en tussen stad en platteland. De documentaire van de Vpro Brommers kieken (lees: met je vriendin wat rommelen in het fietsenhok) liet dat laatste nog eens uitkomen.

Niet alleen Maria zweeg
Van 1980-1989 was ik predikant in Vrouwenpolder, bij de vrijgemaakte kerk. Het was toen 35 jaar na de Bevrijding en ongeveer even lang na de Vrijmaking. Ook de laatste komt naar voren in het Volkskrantartikel. Er waren nog heel veel mensen in leven die beide gebeurtenissen hadden meegemaakt. Heel sporadisch kwam daar maar iets van naar boven. Soms hoorde je wat, van Marinus van den Broeke bijvoorbeeld, of van de eerste predikant na de vrijmaking daar, ds. J.J.Arnold. Maar niet veel. Zeker de Vrijmaking lag nog heel gevoelig. Er waren mensen die mij nooit gegroet hebben: die vrijgemaakten hebben de kerk gestolen (Er is inderdaad een proces geweest over de kerkelijke goederen, maar het verhaal daarover is wat ingewikkelder dan het krantenartikel laat vermoeden). We leefden langs elkaar en naast elkaar.
Dat zwijgen was typerend voor die tijd. Iedereen zweeg in die tijd over het verleden. En zeker direct na de oorlog, in de tijd van wederopbouw, was het motief: niet terugkijken, aan de slag! Mijn eigen vader vertelde in die tijd nooit over zijn verblijf in een Duits werkkamp, pas in het laatste jaar van zijn leven kwam dat wat meer naar voren. En de paar Joden die terugkwamen moesten blij zijn dat ze er nog waren. Ook daarover komen de beschamende geschiedenissen nu naar boven. Aan traumaverwerking werd niet gedaan. Al had Maria willen spreken, dan was er geen ruimte voor. Een harde tijd. Ook in het oordeel over wie goed of fout was. Jan de Visser verkocht als molenaar in het zwarte circuit wel meel en andere dingen. Deed hij dat om mensen te helpen of om zichzelf te verrijken? Hij was in Nederland zeker niet de enige. Een aantal mensen in het dorp in ieder geval stond met het oordeel klaar.
Het is iets om dankbaar voor te zijn dat er nu ruimte is voor verhalen én voor nuanceringen. Onze koning beseft dat hij iets van zichzelf moet en mag laten zien, bleek uit het interview met hem. En in de kerk komt er meer ruimte voor het persoonlijke verhaal: geloof blijkt meer te zijn dan het aanhangen van een aantal leerstellingen. Zelf kreeg ik kortgeleden het advies om iets meer van mijzelf te laten merken in mijn preken. Ik neem het ter harte. Desondanks kan de cultuur van zwijgen en wegdrukken ook in 2017 nog steeds een zwaar stempel zetten op een dorpssamenleving. In mijn volgende gemeente hebben we als dorpspredikanten daarover weleens een gesprek gevoerd met het maatschappelijk werk in de gemeente Ooststellingwerf: de verwachte loyaliteit aan familie en dorp kan bijvoorbeeld slachtoffers van misbruik in een isolement duwen. Ik ben opgegroeid in Enschede en daar speelden andere mechanismen. Dat verschil tussen dorps- en stadscultuur is iets om in de gaten te houden als we nadenken over hoe het nu verder moet met de kerken. De vragen over geloof en God zijn bijna universeel, maar de setting waarin ze gesteld worden, verschilt behoorlijk.

Kerken naast elkaar
Het artikel op de website van de Volkskrant vermeldt ook de invloed van de Vrijmaking op de samenleving in het dorp. Hierboven is het al aangestipt. Het kerkelijke conflict van toen was tot in de jaren tachtig merkbaar. Dat lag aan beide kanten; De drempelloze toegang tot de nieuwe vergaderruimte van de vrijgemaakte kerk bleek voor sommige dorpelingen toch een drempel te bevatten als ze daar mochten komen voor het consultatiebureau. En omgekeerd was het toen ondenkbaar dat de GKv mee zou doen met de andere kerken aan een gezamenlijke herdenking van de bevrijding, al werd die mede georganiseerd door de vrijgemaakte kleinzoon van Marinus van den Broeke.
Contacten met de andere kerken lagen er op het persoonlijke vlak: de burgemeester van Veere in die tijd, Willemien van Montfrans, nodigde een keer per jaar alle predikanten uit voor een informele ontmoeting. En samen met de synodale predikant van Vrouwenpolder heb ik gesprekken georganiseerd, waarbij mensen die ten tijde van de Vrijmaking tegenover elkaar stonden, na ruim 35 jaar weer met elkaar in gesprek gingen: Jo Maas, synodaal, sprak weer met Piet Duvekot, voorman van de Vrijmaking. Gesprekken met herkenning en vervreemding.
Niet alleen in Vrouwenpolder, maar op veel meer plekken in Nederland is er nu sprake van toenadering tussen de kerken. Het wordt bijna vanzelfsprekend om samen de dodenherdenking te houden, zeker op de dorpen, of andere activiteiten samen te ontplooien. Een kerstnachtdienst bijvoorbeeld. En dat niet uit relativering van het evangelie, dat zou een heilloze weg zijn, maar vanuit het besef dat Gods Geest zijn eigen weg gaat in het bij elkaar brengen van de onoverzienbare menigte uit alle stammen en talen en volken. Je hoeft verschillen niet weg te poetsen om elkaar toch te herkennen. En dan blijkt er soms ook ruimte om oud zeer op te ruimen in de weg van schuldbelijdenis. In de verhouding van de GKv met de Nederlands Gereformeerde Kerken komt dat Godzijdank voor.

Vertrouwen
Het is niet moeilijk om te somberen over wat er allemaal veranderd is en nog verandert. In dit artikel wilde ik ook een paar andere accenten leggen. Zonder ook maar iets af te doen aan mijn waardering voor de inzet op de vrijheid in Nederland en in de kerk die mensen, broeders en zusters ook, in de oorlogsjaren vertoonden. Er blijkt gelukkig ook een ontwikkeling in de vrijheid te zijn.
En dan ben ik nog voorbijgegaan aan de veranderde diaconale praktijk, waar het Volkskrantartikel ook iets van laat merken. En waar iedereen vanuit de praktijk ook voorbeelden van kent. Maar daar is een apart verhaal over te vertellen.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 13 mei 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)