NGK-jeugdwerk attendeerde via Facebook op de website dogmavrij.nl. Een website van kerkverlaters voor kerkverlaters. Het artikel geeft tips voor het gesprek met kerkverlaters. Als je vanuit de kerk met hen in gesprek gaat, zit daar dan niet de stiekeme hoop in dat ze via die aandacht toch weer kiezen voor de kerk? Dan heeft zo’n gesprek opnieuw iets dwangmatigs en daar hebben veel kerkverlaters juist last van. En het gesprek kan iets dubbels krijgen: je doet alsof je de keus openlaat, maar het verborgen doel is de mensen weer terug te krijgen in de kerk. En dat voelt wie wil breken met de kerk, en misschien ook wel met God. Het belemmert het gesprek.

Twee vragen

Twee vragen komen daarbij bij mij op. De eerste is: kan dat? Dogmavrij? Ben je dan wel eerlijk over jezelf? En de tweede is: Je wilt zo’n open gesprek voeren. In de praktijk gebeurt dat ook. Bob Venus pioniert in de classis Amersfoort (GKv) op verzoek van de kerken daarin. En hij is duidelijk tegenover zijn opdrachtgevers: ik ben er niet om mensen weer de kerk in te praten. Maar hoe verhoudt zich dat met de uitspraak in de Dordtse Leerregels, dat het evangelie gebracht moet worden ‘met bevel van geloof en bekering’. Of zit in de manier waarop deze zin in praktijk gebracht wordt juist de angel? Dit artikel gaat over de eerste vraag.

Leve de verzuiling

In dezelfde week schreef prof.dr. George Harinck in het Nederlands Dagblad weer een column over de waarde van de verzuiling. Daar wijst hij vaker op. Want verzuiling is misschien iets dat aandoet als een lang vervlogen manier om de maatschappij in te richten, maar het was gebaseerd op respect voor de ander. Als gereformeerde was je helemaal overtuigd van je gelijk, maar je zag de socialist/communist/liberaal ook en gaf die ander de ruimte. En omgekeerd. Het bekende artikel 23 uit de grondwet over de gelijkberechtiging van openbaar en bijzonder onderwijs is een nog steeds bestaande uiting van die verouderd geachte verzuiling.

En erachter zit de overtuiging dat ‘dogmavrij’ niet bestaat. Wie in de jaren zeventig als gereformeerde jongere ging studeren, moest bijna op de gereformeerde studentenvereniging het boekje van ds. Johan Francke lezen: het vooroordeel in de wetenschap. Met dezelfde strekking.

Nu hoef je niet blij te zijn met alle vormen die de verzuiling aannam in de loop van de tijd. Prof. Harinck is ook de man die bekend is om zijn kritiek op de manier waarop binnen de vrijgemaakte kerken een minizuil gestalte kreeg. Maar in de gedachte achter de verzuiling ging het erom dat je erkent dat de samenleving uit heel verschillende mensen bestaat die van hun eigen gelijk helemaal overtuigd zijn, maar de verscheidenheid respecteren, ook als die leidt tot keuzes die lijnrecht tegenover elkaar staan. En ook honderd jaar geleden had Nederland te maken met de Islam, de godsdienst met de meeste aanhangers in het toenmalig Nederlands-Indië.

Verborgen dogma’s

In die laatste zin zit voor vandaag meteen de aanleiding om door te denken over dogmavrij. Want het aantal aanhangers van de Islam neemt in Nederland toe. En met hen ook de daarbij passende leefwijze, waarin vrouwen soms in een boerka gehuld over straat moeten lopen. En dat vinden we beangstigend. Daarom een verbod op gezicht bedekkende kleding op bepaalde plaatsen. Een verbod met een dubbele bodem: ook de integraalhelm valt eronder van de witte motorrijder. Maar de achtergrond is de overtuiging dat de boerka een bijzonder vrouwonvriendelijk kledingstuk is. Nu denk ik dat ook: het is mensonwaardig. Het maakt van mannen seksuele roofdieren en van vrouwen seksuele prooien. In zo’n maatregel zit de gedachte verborgen dat weliswaar iedereen vrij is, maar dat die vrijheid begrensd wordt door de mogelijk schade voor de ander. Eén overtuiging is leidend geworden in Nederland: die van de relativering van alle standpunten. Een liberale, negentiende-eeuwse overtuiging. Nog van voor de verzuiling. In die tijd al zat er iets hautains in: het denkend deel der natie had deze overtuiging. En dat hautaine heeft die manier van denken nog steeds. Het levert wel moeite op met de vrijheid van onderwijs. Elke keer opnieuw zijn er mensen die deze vrijheid willen inperken ten gunste van onderwijs op basis van dat verborgen dogma.

Wat is een dogma

Tijd om eens dieper over dat woord dogma na te denken. In het spraakgebruik gaat het vaak om waarheden waaraan niet getwijfeld mag worden. Theorie die niet past bij de werkelijkheid waarin we leven en die knellend kan worden. Omdat die je waarneming gaat beïnvloeden.

Binnen de kerk heeft het woord een andere achtergrond. Het gaat om leerbeslissingen die de kerk in de loop van haar geschiedenis nam. Op grond van de openbaring van God in de Bijbel: zo hebben we Hem leren kennen. Wie ze dan nagaat, beseft dat ze vaak gaan over het eerbiedigen van een grens. In het dogma van de Drie-eenheid zit dat eigenlijk al in het woord zelf. Onlangs kwam ik weer een artikel tegen waarin de schrijver probeert te laten zien hoe dit dogma niet irrationeel is. Het blijft bij een poging. Zelfde geldt voor de belijdenis rond de twee naturen van Christus. De kerk geeft woorden aan een geheim die tegelijk helpen om dat geheim te bewaren. Ook als het gaat om de vraag hoe Gods keuze en onze keuze zich verhouden, kom je dezelfde verlegenheid tegen. Die vind je ook terug in de manier waarop de belijdenis van de kerk dat omschrijft. En we zeggen erbij dat die leerbeslissingen altijd weer getoetst kunnen en moeten worden aan de bron van alles: Gods openbaring over zichzelf. Christelijke dogma’s zijn niet zo massief als ze lijken.

Dogmatisch spraakgebruik

Waar je dan tegenop loopt is dat de ingebakken soepelheid verstard is en dat dogma een woord is dat juist op een verenging in het denken wijst. Het gaat dan niet alleen om het handjevol leerbeslissingen dat in de loop van tweeduizend jaar kerkgeschiedenis is genomen, maar bijvoorbeeld om de vormgeving van een christelijk leven dat als knellend ervaren wordt en waarover binnen een gezin geen gesprek mogelijk is. ‘Zo zijn onze manieren’ dwingt dan tot een manier van leven waar je als jongere helemaal de zin niet van ziet. De vraag is dan of er dan niet iets misgaat in de opvoeding, of dat nu gebeurt in het gezin of in de kerkelijke gemeente. Wat betekent ‘tot vrijheid geroepen’ in de kerkelijke praktijk? Of, nog anders, als vraag van zelfbeproeving: hebben we onze identiteit niet teveel gezocht in de vormgeving in plaats van in het geheim over God de Drie-enige? En hoe speelt dat door in het gesprek met wie de kerk verlaat? Daarover de volgende keer.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 31 augustus 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)