Is er ruimte voor jongeren om aan het bestaan van God te twijfelen? Lukt het ons als jeugdwerkers en ambtsdragers om jongeren tot hun recht te laten komen als ze twijfelen, of zelfs als ze zeggen dat ze niet meer geloven?

Het gesprek over geloofsverlating in de kerk komt soms aarzelend op gang, terwijl het mijn ervaring is dat veel christenen hiermee worstelen. Zowel jong als oud. Toen ik onlangs drie groepsinterviews onder catecheten en jeugdleiders afnam, was de belangrijkste constatering dat veel jongeren twijfelen aan het bestaan van God. De geloofsvragen waar jongeren mee bezig zijn gaan volgens de jeugdwerkers vooral over de vraag: bestaat God eigenlijk wel?, over de vrije keuze van de mens, en over concrete levenssituaties rond dood en lijden. Deze vragen zijn indringend, omdat ze kunnen leiden tot geloofsverlating. Dat is vaak een sluimerend proces, waarin jongeren eerst in stilte de kerk verlaten en op een gegeven moment bij zichzelf constateren dat ze niet meer geloven.

Kunnen en durven we met hen hierover in gesprek te gaan voordat het zover is? Regelmatig wordt gezegd dat kerken vaak onvriendelijk zijn ten opzichte van mensen met twijfels. Geven we wel de ruimte om kritische vragen te stellen? Maar nog belangrijker: worden we nog wel geraakt door jongeren die twijfelen? En als jongeren twijfelen, steunen we hen dan?

Ruimte

De ervaring leert dat jongeren zelf betekenis willen geven aan de voor hen zo belangrijke vragen. Ze willen het liefst zelf de antwoorden zoeken. Als jeugdwerkers mogen we hun daar de ruimte voor geven. Tegelijkertijd ontstaat er dan vaak ook ruimte om als jeugdwerker iets met hen te delen.

Geven we wel de ruimte om kritische vragen te stellen?

Een mooi voorbeeld is de manier waarop Jezus omgaat met de Emmaüsgangers. Hij sluit al wandelend aan bij hun ervaringen en stelt vragen; als ze een vraag aan Hem stellen, kan Hij de boodschap uitleggen en vertellen. Het verhaal van de Emmaüsgangers raakt aan verschillende aspecten van geloven: voelen, denken en willen. De Emmaüsgangers worden geraakt door wat ze Jezus horen vertellen, maar kunnen rationeel niet aannemen dat Christus is opgestaan, ook al willen ze Hem zien als de bevrijder van Israël.

Jongeren dubben vaak ook over deze drie geloofsaspecten. Ze kunnen bijvoorbeeld teleurgesteld zijn in God door wat ze zien of meemaken aan pijn en verdriet. Dan kan het moeilijk zijn om op God te vertrouwen. Verder is het geloof niet logisch en wetenschappelijk te bewijzen. Het lijkt dan onzinnig om te geloven dat iemand opgestaan is uit de dood. Dat heeft weer gevolgen voor het actief kiezen voor God. En voor je het weet, lopen jongeren bij God vandaan.

Kritisch

Geloofstwijfel en geloofsverlating zijn pijnlijk omdat ze iedereen in de gemeente raken. Tijdens twee cursusdagen met kerkenraadsleden hebben we nagedacht over geloofsverlating. Dat leverde de volgende aandachtspunten op om in de gemeenten mee aan de slag te gaan.

1. Jongeren die vragen stellen of twijfels uiten, krijgen vaak niet de ruimte om op die manier kritisch te geloven. Deze vorm van geloven staat nogal eens haaks op het feitelijke, rationele geloven van andere (oudere) kerkleden. Dat schept afstand. Probeer door gesprekken deze afstand te verkleinen.

2. Voor jongeren is het belangrijk dat ze zich gezien voelen en dat er persoonlijk contact is. Pas dan kun je met hen in gesprek gaan over de betekenis van het geloof in hun leven.

3. Zorg dat de kerk een plek is waar jongeren liefde ervaren. Juist bij twijfel en geloofsverlating wordt er snel veroordelend gesproken richting jongeren. In een liefdevolle gemeenschap ontstaat de ruimte om te benoemen wat je als ambtsdrager of jeugdwerker zelf ervaart.

Uitnodiging

Bij geloofstwijfel en geloofsverlating is er behoefte aan een warme gemeenschap die ruimte biedt om geloofsvragen samen te bespreken, ook aan jongeren die aangeven dat ze niet geloven. Van Jezus kunnen we leren hoe Hij met de Emmaüsgangers omging. Zijn warme benadering werd beantwoord met de uitnodiging van de Emmaüsgangers om bij hen te overnachten. Tijdens het eten worden de ogen van de Emmaüsgangers geopend en herkennen ze Jezus. Wij kunnen de ogen van jongeren niet openen, maar we kunnen wel beïnvloeden wat ze voelen, denken en willen als we hen werkelijk zien in een warme gemeenschap.

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg van 23 dexember 2017

Hetty Pullen

Hetty Pullen

Adviseur at Praktijkcentrum
Is doelgericht bezig met jongerenwerk, catechese en mensen met beperkingen in de kerkelijke gemeente. Houdt van processen met mensen in de kerk en houdt van groei en bloei, niet in de laatste plaats in haar tuin. Is vaak kartrekker in processen en door haar daadkracht en ervaring onmisbaar in de organisatie. En voor de freelancers van het Praktijkcentrum een vast aanspreekpunt. mail naar Hetty
Hetty Pullen
Hetty Pullen

Latest posts by Hetty Pullen (see all)