Nee, ik ga het niet hebben over  Sinterklaas. Die man kan, omdat hij alleen maar in onze verbeelding bestaat, niet meer waarmaken dan wijzelf erin stoppen. Toon Hermans liet dat al jaren geleden zien in zijn conferences over Snieklaas. De goedheiligman is niet het boegbeeld van de nivellering, integendeel. Zijn zakken zijn bij rijke mensen duidelijk gevulder dan bij arme. Het gaat ook niet over Vadertje Staat. Van deze figuur geldt immers hetzelfde. Ook zijn zakken zijn net zo leeg of vol als die van onszelf. Daar komen we in deze weken vol discussies over koopkrachtwolken wel achter. Je kunt niet uitdelen wat er niet is. Grote groepen in onze samenleving worden teruggeworpen op zichzelf. Tenminste, als alle plannen ongewijzigd doorgaan. Het grote vangnet achter de zorg, de AWBZ, wordt drastisch uitgekleed. Waar moeten al die mensen naar toe?

De verleiding

De verleiding is groot om dan als kerk maar te zeggen: dan springen wij in dat gat. Als de Nederlandse samenleving niet meer zorgt voor wie zorg nodig heeft, dan doen wij dat wel. Kunnen de mensen meteen zien wat Christelijke naastenliefde betekent. We kunnen veel, dat is waar. Van de kerk in de eerste eeuwen is ook bekend dat de leden ervan daardoor juist opvielen in de harde samenleving van toen: door de zorg voor de mensen om hen heen. Uit de middeleeuwse kerk zijn de zeven werken van barmhartigheid bekend, naar Matteüs 25. Nu hoor je van veel initiatieven over voedsel-, kleding- en meubelbanken. Mooi, maar die zijn als het ware het vangnet achter het officiële vangnet met steeds grotere gaten dan wel scheuren. Schrijnend dat die instellingen steeds meer nodig zijn. Je merkt de waarheid van de oude gezangregel: ’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten…

Er zijn ook tegengestelde bewegingen in deze maatschappij. Aan de ene kant het gegeven dat steeds minder mensen van één inkomen kunnen rondkomen, ook nog eens steeds langer moeten doorwerken en vaak op behoorlijke afstand van hun familie wonen. Aan de andere kant de herontdekking van de mantelzorg. In de praktijk zal blijken dat het vaak niet eens mogelijk is om (een deel van) de zorg voor oude en hulpbehoevende ouders over te nemen, terwijl dat wel de verwachting is. Steeds minder mensen moeten steeds meer doen. Dat kan stress opleveren: je wilt het heel graag, omdat je ziet hoe mensen van wie je houdt steeds meer hulp nodig hebben, maar je kunt het gewoonweg niet. Wat wel genoemd wordt: de sandwich generatie groeit: daarbij gaat het om mensen die verantwoordelijk zijn voor de generatie boven hen én onder hen.

Juist daarom is het zaak om niet te grote woorden te spreken als kerk, en om niet al te gretig al dan niet op verzoek van de maatschappij de steken op te pakken die daar vallen. Tegenover de het-kon-niet-op mentaliteit van tot voor kort staat slechts de spreekwoordelijke beker koud water. Ook de diakonale kerk moet geen verwachtingen oproepen die ze niet kan waarmaken.

Gods handen

In een van de laatste interviews van Prins Claus haalde hij de Duitse Theoloog Dorothée Sölle aan: God heeft geen andere handen dan die van ons. Ik begrijp zijn bedoeling. Denk aan de waarschuwing uit Jakobus 2. Wie tegen iemand die het koud heeft zegt: wordt maar lekker warm, schiet tekort. Sint Maarten deelde tenminste nog zijn mantel. Met alleen woorden kun je je niet afmaken van de nood van een ander. Toch ben ik blij dat de handen van God groter zijn dan die van mij en van andere mensen. Gods hulp gaat verder. Maar wat betekent dat. Laat wie dit zegt zijn eigen verlegenheid zien? Een schrale troost in crisistijd? Waar merk je dan dat Gods handen sterker zijn dan die van ons? 

Advent

Het is goed daaraan te denken in de adventsweken, die zometeen meer beginnen. In de vier weken voorafgaande aan de viering van de geboorte van Christus leven we uit de verwachting van zijn heil.  God trok zich het lot van de mensen aan, omdat er niemand anders was die kon helpen. Zie Jesaja 59: 16 e.v.:

Hij zag dat er niemand was,
hij was geschokt dat niet één mens zijn zijde koos.
Op eigen kracht bracht hij redding
en zijn gerechtigheid spoorde hem aan.

Voordat wij de wapenrusting van het heil aan kunnen doen, trok God die zelf aan volgens dat hoofdstuk. Hoe concreet is dat?

Dubbel advent

Is dat ongeveer hetzelfde als: hoop verloren, alles verloren? Het gaat er dan niet om wat je hoopt, maar dat je hoopt. Totdat ook die laatste strohalm een illusie blijkt te zijn. Het bijzondere van de adventsweken in het kerkelijk jaar is dat ze een combinatie vormen van herinnering en verwachting. Herinnering: Gods Zoon ging concreet ons leven in en verspreidde zijn licht in de duisternis van het menselijk bestaan. Verwachting: Hij is de morgenster die Gods nieuwe dag aankondigt.

In je leven mag je merken dat God je eigen morele failliet opheft en nieuwe kansen geeft. Hoe concreter je dat ervaart, hoe concreter de verwachting. Dat maakt dat het geloof nooit teveel kan verwachten.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 23 november. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)