Het vertrouwen in de kerk heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Dat meldden de kranten begin december. Van 23 procent daalde het naar 13 procent. En dan komen de vermoedens. Waar komt die opvallende daling vandaag? Was het de manier waarop de grootste kerk omgaat met de schandalen rond seksueel misbruik? Of was het toch de miezerigheid van het dagelijkse leven van christenen die wel vaak grote woorden in de mond nemen over liefde en recht maar vaak bezig zijn met precies dezelfde dingen als de anderen: wat eten we met kerst? In dit artikel geen nieuwe poging om een en ander te verklaren. Wel is zo’n cijfer aanleiding tot zelfbeproeving.

Gladstrijken?
Een eerste reactie zou een theologisch gezien heel juiste kunnen zijn: vanuit de Bijbel weten we ook dat niemand volmaakt is en dat volgelingen van de Heer een zware strijd te voeren hebben met zichzelf. In de woorden van de Heidelbergse catechismus en van Paulus: het gaat om een afsterven van de oude mens en een opstaan van de nieuwe mens. Er schuilt een dubbelheid in mensen die Jezus volgen. Dat doet pijn. Het steekt bovendien schril af tegen het ideaal van de heelheid waar mensen bijvoorbeeld via mindfullness naar streven en die ook bereikbaar achten, christelijke varianten even buiten beschouwing gelaten. Waarom die kant niet op? Voor je het weet wordt de erkenning van de strijd een alibi voor het toelaten van, het hoge woord moet eruit, de zonde in je leven. Dan raak je nog verder van huis. Dan strijk je de plooien weg.
Maar je voelt dan wel de spanning tussen de droom van mensen dat je op eigen kracht een heelheid kunt bereiken en de christelijke boodschap dat daarvoor de geboorte van een kind nodig was. Opvallend in een artikel van Koert van der Velde in het dagblad Trouw was overigens de constatering dat mindfullness Boeddhistische wortels heeft die je er niet uit kunt wegdenken. Het gaat dan wel om een variant waarin alleen de, zeg maar, plezierige kant van deze religie naar voren komt.

Heel gewoon
Hadden mensen vertrouwen in dat kind dat geboren werd, lang geleden? In ieder geval was dat vertrouwen afwezig bij de politici en de opinieleiders van die tijd. In de evangeliën zie je het zo nu en dan. Bijvoorbeeld bij die twee oude mensen in de tempel, die samen met nog een aantal anderen de bevrijding van Jeruzalem verwachtten en die zagen aankomen in dat kind van twee gewone mensen. Als dat kind zijn levensloop volbracht heeft, tot en met de ongelooflijke opstanding uit de dood, zijn er zo’n honderdtwintig mensen die er vertrouwen in hebben en blijven bidden. Meer niet. Zo begint het boek Handelingen.
Als het evangelie daarna zijn gang door de wereld gaat, valt datzelfde op: de boodschappers brengen nieuws dat levens verandert en perspectief biedt, maar er komt verzet. Inmiddels is dat nieuws de hele wereld doorgegaan, maar het is geen triomftocht geworden. Alle dankbaarheid voor de verbreiding van het evangelie ten spijt.

De kerk
Het dalend vertrouwen in de kerk past dus helemaal in het profiel van Christus. Toch komt er nog iets bij. Wie ’s middags naar de kerk gaat, binnen de gereformeerde kerken, wordt vaak bepaald bij de apostolische geloofsbelijdenis. Daarin is een opvallend verschil: ik geloof in Vader, Zoon en heilige Geest. Maar als die verder gaat over de kerk, ontbreekt dat woordje ‘in’: ik geloof de kerk. In de Drie-enige heb ik vertrouwen. Van de kerk geloof ik dat die er is en dat Christus die door de Geest vergadert. Dat is een verschil. Misschien leg ik, met anderen overigens, daarmee meer in de woorden van de belijdenis dan de bedoeling was. In de voorvormen van deze belijdenis vind je dit verschil zo niet terug. Maar het helpt wel om als kerk scherp te blijven. De kerk wijst niet naar zichzelf, maar naar Christus. Wie daar niet op blijft letten, houd het niet vol, als je een taak hebt binnen de kerk en achter de schermen kunt kijken.

Zelfbeproeving
Zo is het bericht over een onderzoek naar vertrouwen in de kerk alleen al aanleiding tot zelfbeproeving. En er is geen enkele reden om hierbij jezelf buiten schot te laten: al die vertrouwen ondermijnende praktijken komen ’bij ons’ niet voor. Dat is misschien wel te lang gebeurd. En het is een valkuil voor wie een nieuwe start wil maken als gemeente. Je kunt een heleboel oud zeer achterlaten, maar je neemt jezelf mee. Het is een goede aanleiding om echt kerst te vieren. Niets tegen gezelligheid en elkaar ontmoeten overigens, maar wel in het kader van de herdenking van dat kind dat in alle onschuld ter wereld kwam om mijn verrotte leven over te doen.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 19 december. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)