Niets lijkt mij erger dan je kind te zien lijden. En dat komt vaker voor dan je denkt. De medische wereld kan heel veel en tegelijk heel veel ook niet. En wat ze kunnen gaat ook vaak met pijn en lijden gepaard. Als het dan uitzichtsloos lijkt, wat moet je dan? Het gaat wel om een mens net als al die anderen. Ik stel dit voorop, nu in het nieuws gekomen is dat artsen pleiten voor de toepassing van actieve levensbeëindiging bij kinderen. Je kunt daar een heleboel van vinden, maar je voelt allereerst de machteloosheid. In het nieuws kwamen ouders die vanuit hun eigen situatie van harte instemden met deze opstelling en deze vraag vanuit de kinderartsen.

Ga uit van het goede

Dat moet je serieus nemen. Het zou heel gemakkelijk zijn om te vermoeden dat ouders van deze kinderen het zelf niet meer aankunnen en voor hun eigen gemakkelijke leven willen dat er een einde aan hun zorgtaak komt. Die reacties heb ik al wel gehoord, maar het vertroebelt het gesprek om dat te veronderstellen. En wie het hooglied van de liefde serieus neemt, (1 Korinte 13) gaat uit van het goede bij de ander: die denkt van de ander geen kwaad.

Natuurlijk is dat er wel. Dat komt elke dag via het nieuws naar ons toe, is het niet op dit punt, dan wel op andere punten. Maar het antwoord op wat niet goed is, zit niet in een reactie onder de gordel, maar in een reactie vanuit de liefde.

Bij zo’n delicaat onderwerp als euthanasie is dit extra belangrijk, omdat je de wind tegen hebt. Voorstanders van die praktijk zeggen al snel dat tegenstanders de ander veroordelen tot ondraaglijk lijden. Het verlossende spuitje is dan de barmhartigheid concreet. Je moet niet in die beeldvorming meegaan. En soms merk ik anderzijds ook bij christenen een angst voor dingen die spelen bij het sterven van de mens, juist omdat bij hen het beeld bestaat dat je zomaar doodgespoten wordt. Dat is ook in Nederland nog steeds verboden.

Versterven en versterven

Wat mij opviel bij de presentatie was de manier waarop gesproken werd over versterven: we hebben nu geen andere mogelijkheid dan versterven. En waar het dan om ging was een praktijk waarbij bewust geen eten of drinken aangeboden wordt. Het gevolg is dan dat de patiënt van jonge leeftijd binnen afzienbare tijd overlijdt.

Dat lijkt mij echter een versluierend taalgebruik. Zowel op de website van de Nederlandse Patiëntenvereniging als die van het Landelijk Expertisecentrum Sterven wordt duidelijk verschil gemaakt.

Versterven gebeurt vanuit de erkenning dat iemands tijd gekomen is en dat je het stervensproces niet verzwaart door eten en drinken op te dringen. Je neemt als mens afstand, vanuit Bijbels gezichtspunt: God is bezig dit schepsel van Hem uit dit leven los te maken en daarbij past eerbied voor zijn werk, hoe moeilijk dat ook is, voor familie, vrienden en voor de behandelaars. Maar in het voorbeeld van die kinderen die zo uitzichtloos lijden, gaat het om een bewuste daad van buitenstaanders terwijl er op dat moment nog geen sprake is van een stervensproces. Dat is net zo bewust als actieve euthanasie, al duurt het langer. (Daarnaast zijn er mensen die bewust kiezen om niet meer te eten of te drinken, maar daarvoor kun je ook het woord versterven beter niet gebruiken. Het woord kwam in diskrediet door een incident op het Blauwbörgje , een verpleeghuis in Groningen, waar iemand een verkeerde diagnose kreeg en men ten onrechte dacht dat er al sprake was van een stervensproces. Het gaat mij erom dat je met alle zorgvuldigheid het woord versterven gebruikt. En anderzijds dat je als christen niet alleen maar bang bent voor misbruik, maar ook op tijd afstand durft te nemen en iemand laat gaan naar zijn eeuwige bestemming.

(Zelfde probleem van verschuivende betekenis doet zich soms voor bij palliatieve sedatie, bedoeld als verlichting tijdens het proces van sterven, maar soms ook gebruikt om het proces wat te versnellen. Ook niet nieuw: de praktijk werd al beschreven begin jaren tachtig)

 

Einde en begin

Bij de presentatie tijdens het NOS-journaal drong zich direct al de vraag op: loop je hier ook niet tegen de weerstand aan om te aanvaarden dat er direct al geen hoop is? Ben je misschien een behandeling gestart waarbij je het einde niet kunt overzien. Natuurlijk, er zijn altijd verhalen van mensen, op kinderleeftijd en ouder, die opgegeven waren en toch in goede gezondheid verder leven en, zeker als het om kinderen gaat, wil je het onderste uit de medische kan. Soms is er ook niet veel tijd om de dingen rustig te overwegen. Maar dr. A.A. Teeuw behandelt in zijn proefschrift de vraag hoe je bijvoorbeeld om moet gaan met sondevoeding als permanente behandeling. Een verhoudingsgewijs simpele ingreep. Maar, zegt hij (als theoloog en als medicus): beginnen is gemakkelijk, maar wat als het tijdstip komt waarop je moet stoppen. Daarom vraagt hij om de nodige voorzichtigheid en terughoudendheid. Dat is, bij de aanleiding voor dit artikel natuurlijk ook lastig: zonder experimenten gaat de medische kennis niet vooruit, maar we zijn terecht niet blij met experimenten op mensen.

 

Wanneer praat je hierover?

Iemand die ik ken verteld hoe hij samen met zijn vrouw de beslissing genomen had om het kindje dat zij verwachtten te laten weghalen: het had een, zoals ze dat zeggen, met het leven onverenigbare afwijking en zou doodgeboren worden. Van een ander hoor je dat ze in een vergelijkbare situatie het kind tot het einde uitgedragen hebben. Als gereformeerde ben je bijna van nature geneigd er in beide gevallen iets van te vinden. Maar het lijken mij beslissingen die iemand neemt voor het aangezicht van God, alles overwegende. Als buitenstaander moet je ervan afblijven en kun je alleen maar hopen dat je er voor die ander in zijn en haar verdriet mag zijn, en iets van Gods liefde mag weerspiegelen. En dat kan betekenen dat je je mening maar beter even voor je kunt houden. Dat vraagt wijsheid. Maar dat is een van de dingen waarvan de Bijbel zegt dat je die op gebed ook overvloedig krijgt (Jacobus 1). Ooit ben ik afgestudeerd in de theologische ethiek, maar ik merk daarbij ook een verschuiving: ik moet wel erkennen dat je de werkelijkheid niet in regels kunt passen en dat het uitwerken van die regels nog geen pastoraat is. Het komt aan op het goede moment.

 

Sterven en leven

Als christen ben je in de uitzonderlijke positie dat je het leven kunt relativeren. Niet omdat het niets meer te bieden zou hebben; dat is typisch een moeite van een samenleving die alles al heeft, en waarbij alles draait om het hier en nu, en het steeds meer. Stel je voor dat de economie niet meer groeit… Maar omdat je weet dat Gods liefde eeuwig is, net als Hijzelf; sterven is overgaan naar een nieuwe manier van leven, bij Hem. En ook nog de verwachting van een nieuw lichaam, dat niet als het huidige verslijt en op de duur geteisterd wordt door allerlei kwalen. Niet bij elk sterfbed binnen de kerk komt dat even sterk naar voren. Maar soms ben je je bewust van de eeuwigheid waar die ander bij wijze van spreken al met een voet in staat. En dat helpt om die ander dat leven ook te gunnen, al hou je nog zoveel van hem of haar. Of het dan om een piepjong of stokoud iemand gaat, maakt natuurlijk veel uit, maar is niet beslissend.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 28 september 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)