Is geloven fijn? Er zijn momenten genoeg dat je dat niet zo ervaart. Het levert allerlei vragen op. Wordt iemand ziek bijvoorbeeld, dan kan een niet-gelovige gewoon zeggen: zo gaat dat; ik maak plaats voor een ander. Maar als gelovige in de leiding van God komt al snel de vraag: waarom, Heer? En waarom zou je niet gewoon kunnen leven volgens de regel: op seksueel gebied mag alles, behalve wat een ander schaadt? Dan komt de Heer je weer lastigvallen met zijn regels voor een rein leven. Die betekenen soms nee zeggen tegen jezelf. Christus spreekt zelfs van vrijwillige amputaties. (Hij gebruikt een overdrijving om je aan het denken te zetten). Hij spreekt daarbij rechtstreeks heteroseksuele mannen aan, uiteraard zonder anderen uit te sluiten (Matteüs 5: 27-30). Ieder heeft zijn eigen strijd daarbij te voeren. Vroeger sprak men van boezemzonden. Wat is jouw zwakke punt?

Mijn strijd en die van jouw

Wat ik hiermee allereerst bedoel is dat we ook krijgen voor elkaars gevecht. Er zijn mensen, mannen maar ook vrouwen, die seksverslaafd zijn. Is het nodig dat ik dat begrijp? Het begon ooit met toegeven aan je neigingen. En dan komt er een punt waarop je niet meer kunt zeggen: ik stop ermee. Het heeft je in de macht. Al weet je als gelovige dat God het vast niet zo bedoeld heeft. Je hoeft datzelfde gevecht niet te kennen, om toch te aanvaarden dat die ander daar wel een strijd mee heeft. En dat kan heel diep zitten: de een is van zichzelf al zachtmoedig van karakter, een ander opvliegend. De Heer heeft beide gemaakt. Maar misschien moet de een leren boos te worden, wat die ander juist moet afleren. Paulus spreekt dan over de vrucht van de Geest (Galaten 5: 22,23).

Als christen heb je dan het ongelooflijke dat God zelf je helpt in dat gevecht. Dat je mag onderscheiden waarop het aankomt, de wil van de Heer mag leren kennen. Het opvallende, bijvoorbeeld in de brief aan de Efeziërs is dat aan de ene kant heel duidelijk is wat God wil en aan de andere kant je als christen zelf aan het werk gezet wordt: onderzoek wat de wil van de Heer is (Ef 5: 10). Hetzelfde ook al in het oude testament: David dicht die prachtige Psalm 25 en vraagt dan de Heer om hem zijn wegen bekend te maken. En hij vertrouwt erop dat Hij dat ook doet. Daar zit ook iets heel persoonlijks in: moet je wel of niet trouwen? Daar is geen uitgesproken gebod van God over.

De zonde zit diep

Al een paar honderd jaar lang zit de menselijke rede op de troon. In de tijd van de Franse revolutie is ze zelfs even vereerd als godin. En dat kan de indruk wekken dat het kwaad zich overal nestelt, behalve in het zogenaamd gezond verstand. Het kwam zelfs de gereformeerde kerken binnen. Het is alweer even geleden dat dr. Erik de Boer in het toenmalige blad De Reformatie het idee kritisch besprak dat Gods woord ook ging over wat je per wettige conclusie daaruit kon afleiden. Afdwalingen, wie bemerkt ze? (Psalm 19). Ook je denken moet vernieuwd worden. Als Paulus het heeft over de strijd van vlees en Geest gaat het niet over lichaam en ziel. Je verstand kan verduisterd zijn.

Het is juist dit inzicht dat de weg wijst naar verdraagzaamheid. In de Bijbel zijn daar voorbeelden genoeg van te vinden. Terwijl de één rustig vlees eet dat uit de afgodentempel afkomstig is, laat de ander dat na – en beiden willen zo gehoorzaam zijn aan de Heer en hebben Gods wil op dit punt onderzocht. Hun keus is daarbij allesbehalve onverschillig: wat je doet, doe het in de Heer. In het huidige kerkelijk leven zijn daar ook genoeg voorbeelden van te vinden. De één vindt op grond van Gods woord a en de ander vindt b. Ik ga er daarbij van uit dat ze beide dat woord van God serieus nemen, en bereid zijn om ook te accepteren als God dingen zegt die je niet zo goed uitkomen. Ik zie dat bijvoorbeeld terug in de verklaring over hermeneutiek die door de vrijgemaakte en de Nederlands Gereformeerde kerken aanvaard is: die begint met de roeping om te gehoorzamen aan Gods woord. Dan heb je, ook bij verschillende uitkomst van het onderzoeken van Gods wil, met elkaar te maken.

Pijn

En dat doet pijn. Omdat het niet om muzikale smaak gaat, al is dat ook iets waarover snel verdeeldheid kan ontstaan. Maar daar kun je elkaar vinden, omdat het bij beiden gaat om de lof van Gods naam. Maar als de verdeeldheid dieper zit? Dan voel je de pijn. Mensen van wie je houdt, vrienden misschien of familieleden, kiezen op een concreet punt heel anders – en beide wil je de Heer van de kerk gehoorzamen.

Verdraagzaam zijn gaat dan over aanvaarden van elkaar ook als je het niet eens bent. Hoe kun je elkaar vasthouden, ook als die ander uitdraagt dat jouw standpunt niet deugt? Dat vraagt zelfkennis en kennis van de liefde van Christus. Die versterken elkaar, schreef Calvijn in de inleiding op zijn Onderwijs in de christelijke religie.

De vluchtweg van de relativering

Dat is nog iets anders dan het relativeren van standpunten. Want dat leidt tot onverschilligheid. Wat maakt het uit wat je denkt of hoe je leeft. Als je maar van Christus houdt, of iets in die trant. Dan laat je die ander over en zeg je eigenlijk dat die het zelf maar moet uitzoeken. Dat past precies bij het individualisme van deze tijd. Dat het een tijd van individualisme is, is geen constatering van christenen die nu eenmaal de gemeenschap belangrijk vinden, maar komt naar voren in onderzoeken van gerenommeerde instituten. Terwijl vroeger wat men vond belangrijk was, staat nu op de voorgrond wat ik vind. Een enorme verschuiving, die natuurlijk ook in de kerk invloed heeft. Wij zien dat achteraf van onze voorgangers in de tijd en onze opvolgers zien het waarschijnlijk beter bij ons dan we het zelf zien. Het is dan wel oppassen; het postmodernisme heeft het over de duizend bloemen die bloeien en die naast elkaar staan. Je voelt de eenzaamheid daarin. In de kerk gaat het om het samen luisteren naar de wil van de Heer en je voelt de gebrokenheid, als dat tot verschillende uitkomsten leidt. Verdraagzaamheid en pijn horen bij elkaar.

Gods verdraagzaamheid

“Wij bestaan in Zijn geduld”. Een regel uit een versie van Psalm 103. Geduld heeft ook met dulden te maken. Met constateren dat dingen niet gaan zoals ze moeten gaan, maar dat je niet ingrijpt. Paulus noemt in Romeinen 3 Gods verdraagzaamheid voor de zonden van het verleden, omdat Hij grootse plannen had in Christus. Was Hij dan niet boos? Lees de profeten maar. Greep Hij dan niet in? Ook dat. Denk aan de ballingschap. Maar het was allemaal gericht op Christus die voor dezelfde mensen de weg van het kruis ging. Wie beseft dat hij bestaat in Gods geduld, vindt ook de weg om die ander binnen de gemeenschap van de kerk te aanvaarden, ook zonder daarmee wat die ander zegt of doet goed te vinden. Dat is ook navolging van Christus: in je eigen pijn die van Hem erkennen.

Natuurlijk roept dit weer nieuwe vragen op. Waar liggen dan de grenzen voor de kerk? Wanneer moet je nee zeggen? Daar ga ik graag een volgende keer op in.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 9 februari 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)