Van mijn baas (dr. Henk Geertsema, Praktijkcentrum) kreeg ik een boek in handen; hij vond dat ik daaruit wel het een en ander kon opsteken en dat was ook zo. Het is van Jan Eberg en heeft als titel: Conflicten maken mensen: waarom zijn er conflicten en waar komen ze vandaan? Hij is docent aan de opleiding integrale veiligheidskunde aan de Hogeschool Utrecht. Een boeiend en leerzaam boek. (Bedankt, Henk.) Alleen het hoofdstukje over religieuze conflicten riep bij mij nogal weerstand op. Het valt ook uit de toon bij de rest. De strekking is: laten godsdiensten maar zo snel mogelijk verdwijnen. Want de conflicten die daaruit voortkomen… En dat zit volgens de schrijver juist in de godsdiensten verweven. Ook in het christendom. Dat gaat over vrede en over strijd. En daar komen brokken van. Een soort Imagine project dus. (Luister naar John Lennon, imagine there is no heaven, nr 16 in de laatste top 2000). En de verwachting is dan dat met de doorgaande verlichting van de mensheid godsdiensten inderdaad verdwijnen.

Nu zal een serieuze christen natuurlijk niet kunnen ontkennen dat er inderdaad brokken van kunnen komen: denk aan de kruistochten, de inquisitie in de kerk van de middeleeuwen en vele andere voorbeelden van geweld. Geweld hoeft dan ook nog niet alleen uit de loop van een geweer, of de schede van een zwaard te komen. Het kan ook zitten in stoere taal, waarmee we ons eigen wereld- en mensbeeld afschermen van dat van die andere die ook nog eens anders is dan de meerderheid van de mensen.

Weerstand

Waar zit mijn weerstand? Niet allereerst daarin dat de schrijver mijn neus drukt in de stront van de kerk. In Gods naam zijn er de meest verschrikkelijke dingen gebeurd – en ze gebeuren nog. Ik wil die dingen niet verdedigen, vergoelijken of verklaren. Dat zou een zelfde soort reactie zijn als waarin anderen opkomen voor de oude vertrouwde kaders, in de illusie dat die houding in de verwarrende tijden van nu houvast geeft. Maar dan andersom. Zoiets van: achterlijk he, maar een beetje verlicht christen zegt en doet heel andere dingen.

Mijn weerstand zit daarin dat geloof en religie gelijkgeschakeld worden, in een algemene benadering. Jan Eberg gaat bij de omschrijving van religie terug op de oorspronkelijke betekenis in het Latijn en laat vervolgens merken dat het in alle religies gaat om een soort bezweren van de onzekerheden van het bestaan. Ze doen dat op een verschillende manier, maar het komt allemaal op hetzelfde neer. (Daarmee zijn ze een concurrent van zijn vak: veiligheidskunde, maar dat terzijde.)

Is dat dan niet zo? Sinds een gesprek in de brandende zon met een joods journalist (na afloop was ik een echte redneck) weet ik van het verschil tussen religie en geloof. (We hadden, op vakantie, ons vergist in de kerktijd en we hebben zelden zo’n opbouwende zondagmorgen gehad). Je kunt daarvan zeggen: dus elke religie vindt zichzelf heel apart. Joden net zo goed als christenen, om het over Islamieten maar niet te hebben. Maar het hielp mij om verder na te denken over wat het geloof in de Drie-enige nu zo bijzonder maakt.

Hoop

En daarbij helpt, jaren later, het boekje van Beatrice de Graaf, Heilige Strijd. Zij werkt ook in Utrecht, is terrorismedeskundige en moet zich vanuit dat werk ook bezighouden met godsdienst, en daarnaast doceert zij geschiedenis. Ze schreef het boekje vanuit een opdracht van de Protestantse kerk Nederland. Veiligheid lijkt een illusie, maar vanuit de Bijbel weet zij van het einde van het kwaad. Een hoopvol verhaal.

Het is opvallend dat de Protestantse Kerk hiermee naar buiten komt. Dat is toch de kerk die elk jaar duizenden leden verliest. Dat kan al snel een idee geven dat het verhaal over godsdiensten die gedoemd zijn te verdwijnen naarmate de mensheid alles beter lijkt te weten, helemaal klopt. En het wordt onderwerp van een brede maatschappelijke discussie: wat doen we met die kerkgebouwen die leeg komen te staan? Voordat je het weet, is het een beweging die mensen meetrekt. In ‘Als kinderen andere wegen gaan’ (Willem ter Horst en Margriet van der Kooy) staat het voorbeeld van mensen die ook maar stoppen met geloof, omdat geen van hun kinderen meer naar de kerk gaat. Het is kennelijk de trend om te breken met de kerk; dan doen wij het ook maar.

Beatrice de Graaf verwijst in haar boekje regelmatig naar het werk van Herman Paul, vooral: de Slag om het hart, met als ondertitel: secularisatie van het verlangen. En zijn boodschap is vooral dat het verhaal achter de verklaring van de secularisatie niet klopt. Sinds de negentiende eeuw doet dat de ronde: geloof en wetenschap strijden met elkaar, en uiteindelijk gaat geloof plaatsmaken voor wetenschap. Onlangs kwam ik dat tegen in een uitgebreid artikel van Max Pam: als alles verifieerbaar moet zijn, valt geloof door de mand. Geen wonder dat kerken sluiten. En Herman Paul geeft in een ander boekje van hem (Secularisatie, een kleine geschiedenis van een groot verhaal) voorbeelden van mensen, die met hun studie beginnen en het geloof eraan geven, vanuit het ervaren van die tegenstelling.

Nu gaat het er in dit artikel niet om of die tegenstelling klopt (ik denk het niet; het is goed dat de wetenschap spelregels heeft voor wat daar als bewijs aanvaard wordt, maar kun je dat buiten dat spel ook toepassen? Stel je voor dat je bewijs zou zoeken dat je man van je houdt: einde relatie waarschijnlijk, je gelooft niet wat hij zegt.) Het gaat er wel om dat dit verhaal van de secularisatie een dwingend sjabloon wordt/kan worden waarin al het andere past. En helemaal als zo’n secularisatieverhaal zich verbindt met eindtijdfantasieën, waarin alle licht ontbreekt en de vraag van Christus of hij geloof zal vinden bij zijn terugkomst met nee beantwoord wordt.

(In de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter waar die vraag te vinden is, heeft die een andere klank, maar lees dat maar na in Lucas 18.) In zo’n visie is er weinig hoop voor de kerk. Mensen als Beatrice de Graaf en Herman Paul helpen om dat sjabloon te doorbreken en de hoop op het einde van het kwaad te koesteren.

Bewaak je hart

Zelfkennis is daarbij wel belangrijk. Daar wijst Herman Paul op, in zijn ‘De slag om het hart’. Waar ga je voor in deze wereld? Wat is je verlangen? Een beetje christen zal dan zeggen: mijn enige troost/houvast is dat ik van Christus ben. Maar hij of zij denkt er stiekem bij: dat het met mijn hypotheek/pensioen/baan goed zit, is toch ook niet onbelangrijk. En dat noemt Paul de secularisatie van het verlangen. Onze hoop ligt ongemerkt niet meer in de toekomst, maar in de dingen van nu. En dan, om in de termen van wat hierboven staat, te blijven, is geloof religie geworden. Een poging om de onzekerheden van het leven te beheersen. En daarmee gedoemd te verdwijnen. Dat soort religie is van voor de antibiotica en de andere middelen om de onzekerheden van het leven zoveel mogelijk in te perken. Verouderd.

Dat betekent, in de lijn van Spreuken 4: 23 dat hartbewaking nodig is: ‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven’. We weten dat allemaal wel: ik heb talloze preken gehoord over de eerste bede van het Onze Vader met de vraag: wat heeft nu prioriteit in je leven? Maar we tuinen er toch ook heel vaak in. We zeggen dat dan wel, soms vanuit een vaag verlangen dat er meer moet zijn dan huisje, boompje, beestje en dan steken we een kaarsje aan. Maar het is een moeilijke les. Ik heb dat zelf pas goed gemerkt toen rond het jaar 2000 alles op losse schroeven stond, op een ding na: het vertrouwen in de Drie-enige. Ik heb me, zeg ik erbij, nog nooit zo veilig gevoeld als toen. Omdat die veiligheid die God geeft niet procentueel is, maar van een heel andere aard.

Das: ja, er is hoop, aan het kwaad in deze wereld komt een einde, en je kunt die hoop blijven houden zolang je beseft wie je bent in Christus.

Verlangen en verlangen

Ben je er dan? Beatrice de Graaf en Herman Paul verwijzen graag naar de kerkvader uit de vierde eeuw: Augustinus. En hij heeft de kerk na hem inderdaad verrijkt met prachtige dingen. In zijn autobiografisch bekeringsverhaal (belijdenissen) is hij ook onthutsend eerlijk over zichzelf, over de strijd die hij met zichzelf moest voeren en hoe hij ten slotte rust vindt in God. De Graaf gaat vooral in op zijn houding tegenover wie geweld pleegt in naam van het geloof en Paul verwijst naar wat Augustinus zegt over het verlangen. En daar moeten we even over nadenken. Wat Augustinus contrasteert het verlangen naar de stad van God (zijn hoofdwerk heet zo), met andere verlangens, bijvoorbeeld de libido van de mens. En als je dan niet verder leest, kan het de indruk wekken dat het leven hier niet meer is dan een antichambreren op de eeuwigheid. (Uitdrukking van Godfried Bomans: je zit in de wachtkamer.) “Hoofd omhoog en ‘t hart naar boven, hier beneden is het niet’, een lied met een onterechte verwijzing naar Kolossenzen 3.

Maar juist de hoop geeft glans aan het bestaan hier en nu. Indrukwekkend kwam dat naar voren in een interview met Martin Jan de Jong, in het ND van zaterdag 5 januari. Hij weet van een, menselijk gesproken, te vroeg einde aan zijn leven door prostaatkanker. Maar hij blijft zich inzetten in dienst van God voor het leven nu. Dat heeft zijn eigen waarde. Een te gemakkelijke verwijzing naar de eeuwigheid die komt, roept verzet op. Hij noemt daarbij het lied: Ik zal er zijn, en vooral de zinnen over de eeuwigheid daarin. (Maar ook Kinga Ban, de zangeres voor wie het bedoeld is toen het bericht over de ongeneeslijkheid van haar ziekte insloeg, blijft met de mogelijkheden die ze heeft, gewoon doorgaan met zingen.)

Augustinus kwam er niet helemaal uit. Hoe zit het nu met al die begeerten die een mens kan hebben, ook seksuele. Je kunt bij hem aansluiten in de vraag naar wat nu echt het belangrijkste is in je leven en dan merken dat aanvaarden van Christus als Heiland ook betekent dat stukje bij beetje de dingen die je zo in beslag namen toch hun plek terug krijgen. Christelijke hoop en echt leven horen bij elkaar.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 12 januari 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)