Zomaar een woord dat in de week van 24 november voorbijkwam: uitschot. Het werd gebruikt in verband met de problemen van huisartsen die veel moeite moeten doen om zorg te regelen voor mensen met meer dan een probleem. Niemand wil ze hebben. Daarbij valt dan een woord als uitschot, of: afvoerputje, voor de instantie bij wie de mens met problemen toch terechtkomt, na veel moeite.

Dat zulke woorden gebruikt worden, geeft op zich al te denken. Je zult maar zo iemand zijn en dan merken dat er zo over je gepraat wordt. Wie kiest er nu voor om meer dan een probleem te hebben? Bovendien: boven het leven van ieder mens staat toch die geweldige uitspraak dat je gemaakt bent om beeld van God te zijn? Naast de vragen rond de geestelijke gezondheidszorg doemt ook het mensbeeld op van deze wereld. Je telt mee als je gezond en succesvol bent. Anders ben je niet interessant.

Vuilnisbelt

Een collega van mij bij het Praktijkcentrum, Ingrid Plantinga, schreef een artikel over allerlei modellen van kerkzijn, met de voor- en nadelen ervan. De kerk als organisatie, gemeenschap, school, actiegroep en markt. Een van de reacties op Facebook daarbij was: schrijf ook eens over de kerk als vuilnisbelt. En dat prikkelde mij, in combinatie met de constatering hierboven hoe het in de maatschappij gaat. Lukt de kerk wel wat in de maatschappij kennelijk niet kan? Zit er zoveel rek in de gemeenschap dat ook de verschoppelingen hun plek hebben? En dan niet als object van barmhartigheid om te laten zien hoe goed we bezig zijn, maar echt. Ik ben er niet gerust op. En dat komt door een paar ervaringen.

Geen plek aan tafel

Hij kwam al een aantal zondagen in de kerk, in een van de stadskerken van Enschede van de jaren zestig. Hij had gevaren en nu was hij dakloos. Iedereen vond het geweldig dat hij kwam. En de mensen raakten met hem in gesprek. Anders wisten ze niets van zijn achtergrond. Het ging mis op de zondag dat er avondmaal was. Hem werd te verstaan gegeven dat hij daaraan niet zomaar kon meedoen. En natuurlijk waren die ouderlingen er verlegen mee. Ze voelden de spanning tussen de belofte van Christus en de kerkelijke vormgeving die, dat was hun overtuiging, ook gegrond was op het woord van Christus. De man hield het daarna voor gezien. Zo simpel was het niet. In diezelfde tijd ging de preek over Christus als outcast, buiten de wet en buiten de gemeenschap geplaatst in zijn kruisiging. De gemeenschap van mensen die Hem wilde volgen, had ruimte genoeg voor conformisten, maar niet voor non-conformisten, om even een term uit die tijd te gebruiken.

Een steen door de ruiten

Dan die vrouw in de stacaravan in Zeeland. Daar had ze tijdelijk onderdak gevonden en ze kwam ’s middags de kerk binnen. Ze vroeg om een gesprek en ik ben ernaartoe gegaan. In die tijd kon je als predikant en als man nog in je eentje. Wat een ellende van misbruik en uitbuiting. Geen wonder dat haar leven op de kop stond. Tegenwoordig spreek je dan ook nog van een verward persoon. Maar ’s avonds werd het haar te veel en gooide ze de ruiten in bij de andere kerk op het dorp. Een schreeuw om nog meer aandacht. De politie kwam eraan te pas en het werd een gedwongen opname in een GGZ. Geen van de drie dorpskerken had de mogelijkheid meer voor haar te doen dan luisteren, en dat was op dat moment niet genoeg. Nog even los van de vraag of je er voor die ander wilt zijn, je loopt ook tegen je grenzen op. Ik heb diep respect voor de mensen die werken in de geestelijke gezondheidszorg.

Zeven honden

Mis je dan niet veel als gemeente? Ik denk aan weer een andere vrouw die midden in het land woonde met haar zeven honden, om over de rest van haar veestapel maar te zwijgen. Ze leefde dicht bij haar Schepper en wist zich verbonden met Hem. Maar in de kerk voelde ze zich op de duur niet thuis. Je kunt geen roedel honden hebben zonder de lucht ervan mee te nemen, zeker niet als je een harige mantel draagt. De mensen schoven wel een eindje op. Ik denk dat ze veel gemist hebben. Juist in haar verlangen om dicht bij de Heer te leven, kon ze ook niet tegen de schone schijn van mede-christenen en prikte daardoor heen. Dat is een kostbare gave, maar lastig voor wie die schijn op wil houden. De kerk als vuilnisbelt is nog niet zo’n simpele opgave. Het vraagt dat je, met Paulus, jezelf ook in dat licht ziet en bereid bent al je verworvenheden bij het grofvuil te zetten om maar bij Christus te horen.

Hagar

In het Bijbelboek Genesis komt Hagar voor. Draagmoeder voor het jongetje dat voor kind van Abram en Saraï moest doorgaan. De Bijbelschrijver vertelt heel eerlijk dat ze tegenover de oude Sara opschepte over haar vruchtbaarheid. Het was, bij al de vragen die je over de zelfgekozen oplossing van dat oude echtpaar kunt hebben, geen leuke vrouw. Ze verloor alle respect tegenover Saraï. Dan stuurt Saraï haar weg. En dan merkt Hagar, in de woestijn, dat God haar wel ziet: U bent een God van het zien. Niemand zag haar, maar Hij wel. Inmiddels loopt er in Midden-Nederland een programma voor prostituees, onder de titel: El Roi, Hebreeuws voor God van het zien. Het programma heeft ook aandacht binnen de kerken daar.

Het verhaal zegt iets over God en daarom ook iets over Zijn kinderen. Als God een God van het zien is, dan is dat iets wat Hij bij Zijn kinderen graag terugziet. Heb ook voor wie in nood is. Net als Jezus de rijke Zacheüs in de boom zag, die met al zijn rijkdom toch buiten de gemeenschap stond. En kijk niet alleen naar de knuffeldakloze, maar ook voor mensen als Hagar, of de vrouw die stenen door de kerkramen gooit. Ik denk ook even aan de kerken van Leiden die van de overheid de vraag kregen om mee te draaien in de opvang van Benno L., de pedofiele zwemleraar die na zijn straf weer vrij kwam. Toen bleek ook het moeilijke: wat betekent het voor slachtoffers van seksueel misbruik als zo’n bekende dader in de gemeenschap komt? God ziet toch ook die slachtoffers?

De Estherhof

Die spanning tussen wat wil je zijn en de weerbarstige praktijk kwam sterk naar voren in de episode van de zending in Suriname vanuit de Gereformeerde kerken vrijgemaakt. In de jaren zeventig werd ds. Karel Verlind uitgezonden en hij werkte in de Estherhof. Daar woonden genezen verklaarde lepra-patiënten, die wel door de ziekte geteisterd waren. Al lang niet meer besmettelijk, maar toch gemeden als de pest door de gezonde mensen (Zie bijvoorbeeld Graham Greene, A burnt out case, roman uit 1960) . De keuze om bij hen het evangelie te brengen betekende ook dat andere deuren dichtgingen. Het werk is in de jaren tachtig beëindigd, zonder uiteraard de mensen van de Estherhof aan hun lot over te laten. Daarbij speelde ook een rol dat in de beslissing om in Suriname zending te drijven over het hoofd gezien is dat de Evangelische Broedergemeente er al eeuwenlang gevestigd was.

De praktijk

De kerk als vuilnisbelt blijkt een stevige opgave te zijn. En tegelijk een proef op de som. Lang niet altijd heeft de gemeente dat beseft. Anders had het Leger des Heils niet hoeven te bestaan. Gelukkig zijn er voorbeelden genoeg van gemeenten die deze opgave zien. Die werk opzetten in de ‘prachtwijken’ van de onlangs overleden minister Vogelaar. Ik denk aan het werk in de Schilderswijk van den Haag. Je moet dan wel van de ‘dat-zal-mij-niet-overkomen’ houding af. Er is soms maar een kleine afstand tussen een dak boven je hoofd of alleen de sterrenhemel. Bovendien zit in die houding een superioriteitsgevoel dat een christen niet past. En je moet ook niet de illusie hebben dat je als kerk wel even fikst wat de verbrokkelde gezondheidszorg niet lukt. Tegelijk: God is niet alleen een God van het zien, maar ook van verrassingen. In het gesprek over euthanasie houden we de mensen voor dat iedereen naar het beeld van God gemaakt is en dat elk leven daarom waarde heeft. Wil je de kerk zien als plek waar ook ruimte is voor wie maatschappelijk gezien uitschot is, dan is die geloofsuitspraak leidend. En wie weet….

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 7 december 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)