Veranderingen zijn ingewikkeld, ze kunnen je onzeker maken. Gaan we wel de goede kant op, maken we de juiste keuzes? Zowel kerken als de samenleving hebben te maken met overgangen waarvan niet duidelijk is hoe ze zullen aflopen. Kerken kunnen elkaar helpen om te gaan met die transities door zich te concentreren op hun kern-identiteit.

De Nederlandse christelijke kerken zijn verwikkeld in allerlei processen van verandering. Deels hebben die processen te maken met vermindering van ledentallen, deels als gevolg van de grote veranderingen in de manier waarop we de samenleving vormgeven, maar ook door nieuwe ervaringen met samenwerking.
De keuzes die de verschillende kerkgenootschappen maken, roepen vragen op die in ieder geval het hart van de missie van de kerk raken: de verkondiging van het evangelie van genade door Jezus.
Krimp van de kerk leek een aantal decennia lang vooral een vraagstuk voor de Rooms-katholieke en de Protestantse Kerk. De Rooms-katholieke en de Protestantse Kerk overwegen sluiting van kerken, vermindering van parochies en het accepteren van ‘witte vlekken’ in hun landelijke dekking. De laatste tijd is echter duidelijk geworden dat ook
de kleinere gereformeerde kerken (Christelijke Gereformeerd Kerk, Nederlands Gereformeerde Kerk, Gereformeerde Kerk vrijgemaakt) en de bevindelijk gereformeerden (Gereformeerde Gemeenten in alle diversiteit, Gereformeerde Bond) niet aan krimp lijken te ontkomen.
Tegelijkertijd vinden er op lokaal niveau allerlei nieuwe vormen van samenwerking plaats tussen gemeenten. Het Deputaten Overleg Eenheid van de drie kleine gereformeerde kerkverbanden constateerde in een rapportage dat er tussen die drie kerkverbanden allerlei lokale samenwerking ontstaat, maar ook tussen gemeenten uit die achterban
en de PKN, de evangelische gemeenten en soms ook de Rooms-katholieke. Christenen leren elkaar kennen op interkerkelijke bijeenkomsten, zoals georganiseerd door de EO of leren elkaar opnieuw waarderen door publicaties
als van paus Benedictus (de boeken over Jezus Christus) of paus Franciscus (bijvoorbeeld over barmhartigheid). In de Rooms-katholieke Kerk wordt met waardering gesproken over Luther en het belang van Bijbelstudie en levensheiliging.

Secularisatie
De veranderingen in de samenleving zijn als derde factor van belang te noemen. De secularisatie en de afbraak van de verzorgingsstaat brengen de kerken dichter bij elkaar. De afnemende waardering voor kerken onder het Nederlandse publiek geeft een gemeenschappelijke zorg. Tegelijk geeft de vraag naar aanwezigheid van kerken en christenen in de mantelzorg en het vrijwilligerswerk een extra aanzet om op positieve wijze het geloof kenbaar te maken. Het kan dan gaan om diaconale activiteiten, zoals participeren en samenwerken in lokale diaconale platforms, soms gaat het om samenwerking om het evangelie voor het voetlicht te brengen.
De transitie waarin de kerken zich bevinden loopt min of meer gelijk op met de transitie waarin de wereld als geheel en in ieder geval de Westerse wereld zich in bevindt. Deels gaat het hierbij om vraagstukken rond klimaatverandering, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de gehanteerde economische modellen.
Daarnaast vindt er een herschikking plaats van de geopolitieke invloed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de activiteiten van China op economisch en militair gebied, en een herverdeling van de rijkdom tussen Noord en Zuid.
Ook is er sprake van herwaardering van de religieuze worteling van het grootste deel van de wereldbevolking tegenover het atheïstisch en hedonistisch mensbeeld dat de westerse wereld lijkt te kenmerken. Transitie-onderzoekers Rotmans en Loorbach beschrijven in Transitions to Sustainable Development dat er drie manieren zijn waarop die transities kunnen eindigen: in een heel nieuwe stabiele toestand, in een ‘locked in’-situatie waarin de transitie is vastgelopen en deelnemers niet meer weten hoe het verder moet, of in de ondergang van het oude systeem.

Te weinig gegevens
Het grote probleem bij transities is echter dat we de huidige wetenschappelijke modellen niet goed kunnen toepassen op transities uit het verleden omdat we daarvoor te weinig gegevens over dat verleden hebben. Daarom is het niet goed mogelijk te voorspellen hoe een transitie zal verlopen en welke factoren bepalen of een transitie eindigt in een betere of een slechtere situatie dan die aanleiding was voor de transitie. Zo weten we dat we echt iets moeten doen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar of onze inspanningen voldoende zullen zijn weten we niet, omdat we op allerlei ingewikkelder niveaus niet goed weten welke factoren allemaal een rol spelen in die opwarming. Dat de opwarming tot rampen kan gaan leiden is echter duidelijk en daarom moeten we wel wat doen, ook al weten we niet precies wat de effecten van ons handelen zullen zijn en kunnen we dus de nieuwe stabiele toestand niet voorspellen.

Overgangsfase
De praktisch-theologen Barnard, Cilliers en Wepener gebruiken in Worship in the Network Culture het begrip ‘liminaliteit’ van de cultureel-antropoloog Turner om de overgang tussen een bekende, oude, stabiele toestand en een nieuwe, onbekende, stabiele toestand aan te duiden. Liminaliteit verwijst naar de overgangsfase waarin niets helemaal zeker is, waarin de normen van vroeger hun waarde niet helemaal kunnen blijven tonen, maar waar er nog geen nieuwe heldere, uitgekristalliseerde normen zijn. Het verwijst naar de vernieuwingskracht en vernieuwingsnoodzaak, maar ook naar de onzekerheid van de tussentoestand. Een mooi beeld daarvan is de narthex. ‘Narthex’ verwijst in oude kerken naar het voorportaal van de kerk, waar je al wel de binnenkant van de kerk
ziet, maar ook nog de buitenkant van de wereld, bijvoorbeeld het marktplein. Soms is zo’n narthex vooral buiten de kerk gesitueerd, dan is het een soort afdak voor de hoofdingang, soms is het vooral in de kerk gesitueerd, dan ben je al een deur doorgegaan maar nog niet in het hoofdgedeelte van het schip van de kerk. De narthex is daarmee de tussentoestand waar niet zeker is waar je uiteindelijk naar toe zult gaan: ga je verder de kerk in, het heilige, de plaats waar God woont? Of ga je de wereld in, het profane, het gewone dagelijks leven waar je het met je eigen gebrokenheid en inzichten moet doen? Het wereldse en het goddelijke zijn allebei aanwezig in de narthex, beide hebben aantrekkingskracht. De mens moet kiezen, zonder helemaal zeker te zijn hoe intreden in het wereldse of intreden in het goddelijke zal uitpakken. In de narthex is er een eigen keuzemoment, ook al is er onzekerheid over wat intreden in het domein van het heilige zal gaan betekenen. In de ‘liminoid’ is een vergelijkbare onzekerheid: wat gaat de nieuwe toestand worden en hoe lang duurt het voor we die nieuwe toestand zullen hebben bereikt?
De missionair-theoloog Roxburgh spreekt over ‘liminaliteit’ wanneer de nieuwe toestand weliswaar op individueel niveau niet bekend is maar voor de hele groep of samenleving wel (zoals bijvoorbeeld bij overgangsrituelen van jongen naar man). Over ‘liminoïd’ spreekt hij als de eindtoestand ook voor de groep of samenleving niet te voorspellen is. In die laatste situatie speelt de angst voor het verlies van alles (de ondergang van het oude systeem, in de termen van Rotmans en Loorbach) zo’n grote rol dat het risico om gevangen te raken sterk aanwezig is. Dan komt niemand verder en eindigt de samenleving voor een langere periode in chaos en onoplosbare strijd. Komt daarentegen de samenleving als geheel wel door deze periode van liminoïde onzekerheid, dan geeft dit volgens Turner een grote versterking van de gemeenschapsbanden en vertrouwen in de toekomst.

Kern-identiteit
De vraag is daarmee of de christelijke kerken elkaar kunnen helpen in deze transitie-periode. Ze zijn allemaal onderhevig aan de secularisatie en de overgang naar de participatiesamenleving. Ze ontdekken elkaar als volgelingen van Jezus Christus en ze hebben allemaal te maken met krimp en de vraag hoe daarop te reageren. Centraal in zulke situaties staat volgens Roxburgh de hernieuwde bezinning op de kern-identiteit: waar gaat het eigenlijk om in de kerk, wat betekent het ten diepste dat de kerk van de Heer is, welke boodschap heeft de kerk uit te dragen? En wat betekent dat dan voor samenwerking, voor het opvullen van de witte vlekken in de dekkingsgraad van de verschillende kerken. Eigenlijk is de concrete vraag die dan voorligt: hoe kunnen we realiseren dat het evangelie in ieder dorp en in elke stad iedere zondag in ieder geval minstens één keer verkondigd wordt? En hoe kunnen we realiseren dat in ieder dorp en in elke stad dat evangelie in praktijken van barmhartigheid zichtbaar is, zoals ook onze Vader barmhartig is (Luk. 6:27-38).

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 22 januari 2016. Beeld Wikicommons

Henk Geertsema
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk
Henk Geertsema