Jongeren willen graag ontdekken wat hun gaven zijn en verantwoordelijkheid krijgen en dragen in de gemeente. Maar als je als kerk daaraan wilt bijdragen, dan betekent dat wel een radicale omslag.

Met Marit (19) en Ruben (24) praat ik over verantwoordelijkheid krijgen en je gaven ontdekken binnen de kerk. Marit vertelt dat ze de mensen uit haar kerk dankbaar is dat ze haar accepteerden zoals zij is. Mede door de kerk is ze gegroeid van een onzeker meisje naar de stabiele jonge vrouw die ze nu is. Ze heeft mogelijkheden gekregen om haar talenten te ontdekken en in te zetten en ze voelt zich gewaardeerd. Daar heeft ze profijt van in haar huidige opleiding. ‘De kerk heeft er echt aan bijgedragen dat ik mijn talenten heb mogen ontdekken. Ik vind het heel bijzonder dat ik al op jonge leeftijd, vanaf mijn 11de, verantwoordelijkheid kreeg. Eerst bij de crèche, later bij het kinderwerk. Ik mocht toen zelfs al bij mensen uit de kerk oppassen!’

Vanbinnen huppelt mijn hart. Ik hoor het haar zeggen en vind het fantastisch dat gemeenteleden haar talenten en gaven hebben gezien en haar hebben geholpen om deze verder te ontwikkelen.

Tweederangs

Terwijl Marit haar enthousiasme deelt, zie ik in mijn ooghoek Ruben wat afhaken. Zijn verhaal blijkt dan ook heel anders dan dat van Marit. Ruben stoort zich eraan dat hij in de kerk niet voor vol wordt aangezien. Hij voelt zich een tweederangs gemeentelid en krijgt weinig waardering voor wie hij is en wat hij eventueel zou kunnen bijdragen. ‘Ik wil graag als volwaardig lid worden gezien, dat mensen me aanspreken, me serieus nemen en geïnteresseerd in me zijn.’ De kerk is in zijn optiek vooral van de oudere generaties, die weinig interesse tonen in wie hij is en wat hij kan.

Wat me diep raakt in Rubens verhaal is dat hij – heel bescheiden – de oplossing steeds bij zichzelf zoekt: ‘Ik zou misschien meer met hen moeten praten.’ ‘Ik zou misschien wat commissiewerk op moeten pakken.’ Maar ik vraag me af: is dat terecht? Er moet toch iemand zijn die het potentieel van deze getalenteerde jongen ziet?

Met het boek Growing young nog vers in het geheugen weet ik, in elk geval in theorie, dat het anders kan. Net als Marits gemeente zijn er meer gemeenten die actief inzetten op talentontwikkeling en leiderschapsontwikkeling bij hun gemeenteleden. Deze gemeenten zijn en blijven daardoor aantrekkelijk, ook voor jonge gemeenteleden. Ze zien in hun jongeren en jongvolwassenen een weerspiegeling van de schepper en zijn er daarom van overtuigd dat jongeren talenten hebben die Gods koninkrijk nog groter, mooier en rijker maken.

Kwetsbaar

In Growing young maken de schrijvers duidelijk dat leiders in de kerk niet alles zelf moeten doen, maar jong en oud de gelegenheid moeten geven om mee te werken. Wil je als kerk jong en vitaal zijn, zet dan in op het empoweren van jongeren. Vertrouw hun taken toe. Help hen te groeien en zichzelf te ontwikkelen. Dat vraagt van leiders (predikanten, jeugdwerkers, catecheten, commissieleden, enzovoort) dat ze empathie tonen, zich kwetsbaar opstellen en eerlijk zijn over hun eigen leerervaringen met vallen en opstaan. Het vraagt om leiders die zoeken hoe ze God kunnen volgen en daarin benaderbaar zijn, die oog hebben voor wat mensen bezighoudt.

Dit betekent niet dat leiders jong en hip moeten zijn. Ten onrechte wordt wel gedacht dat je jonge leiders nodig hebt om jongeren te bereiken. Het gesprek met Ruben en Marit laat opnieuw zien hoe belangrijk het contact tussen de generaties is. Jongeren verlangen naar contact met ouderen in de kerk!

Omslag

Voor veel gemeenten zal dit een grote omslag betekenen. Het kerkelijk onderwijs is nog zelden gericht op het trainen van jongeren in hun talenten, eerder op kennis (cognitie) en gedrag. Het zal dus een flinke inspanning vergen, ook al omdat het intensieve samenwerking vraagt. Met de jongeren: je wilt hen leren kennen, zodat je het potentieel aan talenten kunt zien dat God in hen heeft gelegd. Maar ook met alle andere leiders in de gemeente. De samenwerking met hen moet goed zijn, zodat je weet wie welke verantwoordelijkheid uit handen zou kunnen geven en jongeren gepaste begeleiding zou kunnen bieden.

In sommige kerken kunnen jongeren stage lopen binnen commissies en dergelijke. Zoiets past mooi bij het doorgevend leiderschap: je maakt jongeren actief, betrekt ze bij de kerk en benut hun gaven. Maar ik zou hier wel een kritische vraag bij willen stellen: gebeurt dat ook écht? Soms lijkt het eerder een middel om jongeren bekend te maken met allerlei taken in de gemeente (in de hoop dat ze meer begrip en belangstelling tonen), dan een traject waarin jongeren onder begeleiding hun talenten kunnen ontwikkelen en verantwoordelijkheden ontvangen. Hoe kunnen we de stage inzetten om jongeren echt te helpen zich te ontwikkelen en hun gaven in te zetten?

Dit artikel is geschreven door Moniek Mol en gepubliceerd in OnderWeg 27 mei 2017

Moniek Mol

Moniek Mol

Weet als enthousiaste en gedreven adviseur de verschillende kanten van een zaak te belichten. Heeft door diverse banen binnen kerkelijk én niet-kerkelijk jeugdland een brede kijk op verscheidenheid van generaties. Houdt van Zijn kerk en wil graag bijdragen aan een bloeiend Koninkrijk. Wil Hem volgen en ziet dit als een groot avontuur. Mail Moniek