Neem nou de situatie in Kampen, in de week van 19 oktober. Nee, niet die aan de Theologische Universiteit, maar , gewoon, in de plaats zelf. Er was brand in de haven bij een bedrijf waarbij gevaarlijke stoffen vrijkwamen, in dit geval blauwzuurgas. Uiterst giftig: de nazi’s gebruikten het om hun moordmachinerie in de concentratiekampen soepel te laten verlopen, dan wel in een andere concentratie dan in Kampen vrij kwam. Daar ging het om een heel lage concentratie van het gas. Het opvallende in de reactie was dat de overheid adequaat reageerde, in ieder geval in mijn ogen. Ze ontkende de gevaren niet, maar gaf goede informatie over de mogelijke risico’s die de mensen konden lopen en wat ze in deze situatie konden doen.
Het hoorde bij mijn werk bij de provincie Drenthe om op dit soort dingen te letten. Dan zie je in deze situatie een opvallend andere aanpak dan bijvoorbeeld bij de grote brand in Moerdijk, een paar jaar geleden. Daar was niets aan de hand, was de eerste reactie. Maar hoe harder geroepen wordt dat er niets aan de hand is, hoe meer mensen gaan zoeken naar wat mogelijk onder het vloerkleed verstopt wordt. Aan bezweringen dat je rustig kunt gaan slapen, heb je als burger niets. Wel aan goede informatie over wat er aan de hand is en aan goede adviezen hoe te handelen.

Kerken
Neem nou de situatie binnen de kerken anno 2014. Daar zijn ook een paar opvallende rookpluimen te zien. Een ervan is gewoon getalsmatig. Al jarenlang krimpen we in aantal. De leeftijdsopbouw binnen de kerken verandert. Daarover is al in 2010 een rapport verschenen, dat ook de trends die te signaleren zijn, doortrekt. Er is sprake van vergrijzing en ontgroening. Vergrijzing: veel kerkleden zijn vijftig plus. Ontgroening: het percentage jongeren zakt. Dat heeft gevolgen bijvoorbeeld voor wat financieel haalbaar is. De kerken samen, in de Vereniging samenwerking emeritering, hebben dat ook doorberekend en melden dat er voor de verplichtingen in dat verband een substantieel hogere bijdrage van de kerken nodig is. Dat is maar één van de punten waarop de teruggang in ledental gevolgen heeft. Maar verder? Denken we samen na over wat dit betekent voor de manier waarop we kerk zijn? Soms heb ik de indruk dat we lijken op een voetbalelftal dat met tien spelers verder moet, omdat een van de elf een rode kaart heeft gekregen. We willen hetzelfde, maar dan met minder mensen. Het verschil is wel, dat het in zo’n wedstrijd misschien om een half uur gaat. Terwijl ik hoop dat de kerk in ons land toch wat langer meegaat. In ieder geval tot de terugkomst van onze Heiland.
De afgelopen dagen was ook in het nieuws dat de economie niet meer wil groeien, omdat er te weinig kinderen geboren worden om de bevolking op peil te houden. Je kunt dat een programma ontwikkelen voor grotere gezinnen, met bij voorbaat weinig kans op succes; je kunt je ook gaan afvragen of een economie die gebaseerd is op groei, nog wel van deze tijd is. Dat vroeg prof.dr. Bob Goudzwaard zich overigens al af in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Vertaald naar de situatie binnen de kerken: laten we met elkaar onder ogen zien wat er aan de hand is (dat het in je eigen gemeente misschien fantastisch gaat, is alleen maar een prikkel om dat te delen met de buren) en verkennen hoe we met andere mogelijkheden dan vijftig jaar geleden kerk van Christus kunnen zijn in deze tijd. Net als bij de overheid in Kampen: de situatie onder ogen zien en een adequate reactie geven. Ik schrijf met opzet niet: visie ontwikkelen, of: een lijn uitstippelen. Dat zijn al erg gedateerde reacties.

Jeremia
Natuurlijk kun je veel meer noemen. Hoe is bijvoorbeeld gereageerd op een vervolgonderzoek over kerkverlating onder jongeren? (aan te vragen via de website www.viaa.nl). Daarin kwamen toch wat vragen naar boven over de effectiviteit van het jongerenwerk binnen de kerken. Daar zit heel veel energie in, en terecht. Maar brengt het wat de bedoeling is? Nog iets: onlangs stond in het Nederlands Dagblad een noodkreet van de gemeente te Ferwert-Hallum. Een kleine kerk bij wie het water tot de lippen staat. Soms hoor je van gemeenten die samen onderzoeken wat de mogelijkheden, omdat ze tegen de zelfde dingen aanlopen. Maar dan nog mis ik de gezamenlijkheid in de aanpak: het probleem van de krimpende kerken is toch ook het probleem van die ene groeiende gemeente in de regio?
Het is een beetje exemplarisch, ik geef het toe. Maar ik denk aan wat Jeremia beschrijft in hoofdstuk 7 en 8. De leiders van die tijd ontkenden wat er aan de hand is, waanden zich veilig omdat ze de tempel van de Heer hadden. ‘Ze verklaarden de wond van mijn volk lichtvaardig voor genezen, ze zeggen: alles gaat naar wens’ (Jeremia 8: 11). Jeremia zag een diep verval bij leiders en volk. In dit artikel ging het om vooral getalsmatige ontwikkelingen. De overeenkomst is dat de profeet aandringt op eerlijk onder ogen zien wat er aan de hand is. Dat kan overigens meer zijn dan alleen de cijfermatige achteruitgang.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 31oktober 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)