De spijker op zijn kop slaan? Geen probleem. Rechte lijnen trekken? Ook dat gaat me goed af. Maar als er daarna via die rechte lijnen gezaagd moet worden, vraag ik dat aan mijn vrouw. De kans op afdwalingen is bij haar een stuk kleiner dan wanneer ik dat karwei in eigen beheer uitvoer. Zij doet dat dan, zichtbaar voor iedereen, voor de garagedeur aan de voorkant van ons huis en dat wekt weer wat verbazing bij buurtbewoners, over het ongewone rolpatroon bij de Kuipers: een man ‘hoort’ toch dat soort dingen te doen? Maar wij hebben, op individueel niveau, een complementaire visie op het huwelijk: we vullen elkaar aan. Terwijl de bedoelde buurtbewoners kennelijk ook een complementaire visie hebben op de verhouding tussen beide partners, maar dan structureel. Dat zit nog steeds diep ingebakken in onze cultuur. Soms duiken er daarbij weer nieuwe dingen op: volleybal blijkt de laatste jaren een vrouwensport te zijn, tot chagrijn van de gezamenlijke clubs.

Twee punten van aandacht

In de alinea hierboven zitten twee punten van aandacht. Ik begon met een paar uitdrukkingen die gezien de plek waar dit artikel verschijnt, misschien eerst niet letterlijk genomen worden. Wie de kerkbode leest of de site van het Praktijkcentrum volgt, zou ‘rechte lijnen trekken’ bijvoorbeeld kunnen zien als een verwijzing naar het boekje vol interviews met ds. Douwe van Dijk, onder dezelfde titel. Het verscheen in de jaren tachtig van de vorige eeuw. En daarin gaat het niet over zijn kluskwaliteiten. Maar ik bedoelde het wel letterlijk. Anders was de eerste zin ook behoorlijk pretentieus: of ik in mijn artikeltjes en verder werk de spijker op zijn kop sla, is een oordeel dat ik graag aan anderen overlaat. Welke betekenis een woord of woorden krijgen hangt ook af van de context. “Zit niet zo te zeveren” heeft een andere betekenis in een vergaderzaal dan bij iemand thuis, als de aangesprokene zijn koffiekopje scheefhoudt. En, dat is in de Bijbel uiteraard net zo. In welke context wordt iets gezegd?

Het andere punt van aandacht is de verwachtingen die mensen binnen en buiten de kerk hebben over de rolpatronen tussen mannen en vrouwen in het algemeen en in hun eigen situatie. Kan dat ook het Bijbellezen beïnvloeden? In het vervolg werk ik dit uit aan de hand van het voorbeeld van Debora en Barak.

De wijsheid van Barak

In de gesprekken van vandaag over de rolpatronen van mannen en vrouwen in de kerk speelt ook de geschiedenis van Debora en Barak een rol. Zie Rechters 4 en volgende. Barak zou teruggedeinsd zijn voor zijn taak als legeraanvoerder, in de voorwaarde die hij stelde dat Debora mee zou gaan. En van daaruit lees je soms een (lichte) verbazing dat hij zijn plek kreeg in Hebreeën 11, in de rij ‘geloofshelden’. En de reactie van Debora zou daarop wijzen: de eer van de overwinning gaat naar een vrouw. Uiteindelijk is het Jaël die met legeraanvoerder Sisera afrekent, door een tentpin door zijn hoofd te slaan (de spijker op zijn kop….). In de verwerking van deze geschiedenis hoor ik dan weer twee elementen: Barak deed niet eenvoudig wat God van hem vroeg, hij had de aansporing van Debora nodig en het tweede: als man had hij de leiding moeten nemen.

Maar probeer, zonder aan de tekst iets te veranderen, het eens anders te lezen? Debora had al een positie in Israël, als rechter. Je kunt dat laatste letterlijk nemen: men kwam met rechtsgeschillen bij haar. Maar misschien ook in bredere zin, zoals de titel van het boek Rechters laat vermoeden; ze was ook nog eens profetes. Het verhaal begint bij haar. Zij liet Barak komen. Van hem wordt verder niets verteld, alleen de naam van zijn vader. Wat voor positie hij in Israël had, weten we niet. Misschien een lokale reputatie als vechter? Die onbekende man komt bij de vrouw die een leidinggevende rol had in het Israël van toen, hoort de opdracht van de profetes, denkt daarover na en zegt: alleen als u meegaat. Ik vul even in: dan is voor het volk duidelijk dat hij als legeraanvoerder de zegen van de Heer heeft. En, in het lied dat ze samen dichten na de overwinning (Rechters 5) komt dat ook naar voren: Debora vuurde aan en Barak viel aan. Mij trof een regel uit het lied die kennelijk uit Baraks pen vloeide: “het land kende geen leiding totdat jij, Debora, kwam en Israël tot leidsvrouw werd.”

Barak had het lef om, tegen de rolpatronen van zijn tijd in, Debora te erkennen in de plek die ze mocht innemen en zelf een stap achteruit te doen. Een geloofsheld. Dat de eer van de overwinning dan naar een vrouw gaat, accepteert hij.

Ik weet dat ik hiermee een andere interpretatie geef dan tot nu toe gebruikelijk in Kinderbijbels en andere interpreterende lectuur. Een nieuw venster op een oude geschiedenis. Mede ingegeven door mijn eigen ervaring dat ik als man niet per definitie beter kan zagen dan mijn vrouw. En ik besef ook, wat ik meekreeg in mijn opleiding, dat je, als je een uitleg hebt die niemand voor je had, ook een grote kans hebt dat niemand die na je heeft. Aldus prof.dr.C.Trimp, op college. Maar ik doe geen tittel of jota af aan de tekst van Gods woord.

Venster op de Bijbel

In een theologenblog werkte prof.dr. Rob van Houwelingen die uitdrukking uit. Hij was in Zuid-Afrika geweest en werd getroffen door de manieren waarop je de Tafelberg daar kunt fotograferen. Als bijdrage in het gesprek over hermeneutiek. De VVV van Zuid-Afrika helpt de fotografen door her en der kaders neer te zetten van waaruit je een goed zicht hebt op de berg. In zijn artikel legt hij de nadruk op de verscheidenheid van de invalshoeken. Je zou, in het beeld blijvend, ook kunnen wijzen op de berg die gewoon blijft liggen waar hij ligt, onafhankelijk van de hoek waaronder je de foto maakt. Van Houwelingen had een collage gemaakt van diverse foto’s van de Tafelberg. Je kunt daar niet een foto van de Mont Blanc tussen stoppen. Het woord van God blijft gewoon Gods woord.

Je kunt ook wijzen op de bescheidenheid die je nodig hebt als Bijbellezer. Het menselijk oog heeft een zichthoek van zo’n 140 graden. Kom daar maar eens om bij een fotocamera. Dan krijg je een sterk vertekend beeld. Of je bent je bewust van de beelduitsnijding die je maakt, afhankelijk van de lens die je gebruikt. Toegepast op de Bijbel: Gods woord is altijd grootser dan mijn blik erop.

In Domineesfabriek trof mij de zin dat het adagium van de Theologische Hogeschool: Nabij u is het woord, in de praktijk vaak een versmalling kreeg: er is dan geen naad meer tussen het nabije woord en de interpretatie daarvan. Een terugblik in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt die tot nadenken stemt. Dit artikeltje gaat over de naad waarvan ik me steeds meer bewust ben en tegelijk het blijvende van Gods woord.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 10 november 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)