‘Maar GOD heeft die kerkenraad toch aangesteld?’ dat was een reactie op mijn vorige artikeltje. Daarin signaleerde ik dat de tweede kerkdienst onder druk staat en dat een kerkenraad een goed verhaal moet hebben om mensen op te roepen die tweede dienst te bezoeken. Alleen zeggen dat de kerkenraad roept, klinkt stoer, maar is niet voldoende. De reactie wijst op iets wat terecht aandacht moet hebben in het gesprek. Maar het is niet het einde van de discussie. Daarover gaat dit artikeltje. Niet meer over de middagdienst, maar over de roeping van Godswege.

Bevestiging
Ik haal daarom even een vraag naar boven uit het bevestigingsformulier voor ambtsdragers dat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in gebruik is. De mannen (uitgaande van de huidige situatie) zeggen ja op het volgende: ‘Bent u ervan overtuigd dat God zelf u door zijn gemeente tot deze dienst heeft geroepen?’ Daarin komt inderdaad naar voren dat God de kerkenraad heeft aangesteld. Dat komt ook terug in een oproep aan de gemeente: ontvang deze mannen als dienaren van God. Alleen, deze roeping gaat toch wat anders dan in het Oude Testament bijvoorbeeld bij Jeremia, of een van de andere profeten, die een stem van God hoorden. God roept door zijn gemeente. En die is van te voren ingeschakeld in een zorgvuldig proces. Je mag de aandacht vestigen op mannen die geschikt zijn volgens de Bijbelse criteria, je kunt vervolgens kiezen uit een voordracht van de kerkenraad en de gekozene wordt benoemd en bevestigd. Als je die Bijbelse criteria opzoek, (zie 1 Timoteüs 3 en Titus 1) gaat het om mensen die in hun leven laten zien wat het evangelie voor hen betekent. In Titus 1 geeft Paulus nog een ander element weer: ‘En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen. ‘ Kortom: de gemeente kiest mensen voor wie het evangelie vlees en bloed geworden is en die vanuit de betrouwbare boodschap leiding kunnen geven. En daarom is ‘de kerkenraad roept’ niet voldoende. Een beetje kerkenraad heeft een goed verhaal.

Maar
Het bovenstaande had ik veertig jaar geleden ook kunnen schrijven, tijdens mijn studie in Kampen. En, voor de duidelijkheid: ik relativeer het niet. Sindsdien is er echter het een en ander gebeurd, juist in de omgang met gezag. Ik stip hier een paar dingen aan. In 1968 schreef Henk van Zuthem het boekje: Gezag en zeggenschap, waarin hij stelde: gezag is aanvaarde macht. Het leverde hem, zelf christendemocraat veel kritiek op uit christelijke kring, waarin het vertrouwd was om op het formele van het gezag een zwaar accent te leggen: gezag is gezag, of je dat nu erkent of niet. En de gezagsdragers van die tijd hadden ook de macht om een en ander door te zetten. Ook een kerkenraad heeft macht. Daar is ook niets mis mee, als je die maar gebruikt om te dienen.
Ik vermoed dat tegenwoordig de balans omgeslagen is naar de aanvaarding: de kerkenraad kan me nog meer vertellen, of de overheid, of … Als het kwartje bij mij niet valt, ga ik mijn eigen gang. Je kunt dan wel, op het moment dat je belijdenis deed, beloofd hebben je te onderwerpen aan opzicht en tucht van de kerkenraad, maar als puntje bij paaltje komt, blijkt dat heel moeilijk. Het goede verhaal wordt des te belangrijker. Het gezag van de ambtsdrager komt juist daarin uit.

Schaarste
En dat stuit je op een ander probleem. Ambtsdragers worden schaars. Ik sprak onlangs iemand die het dringende verzoek kreeg om ouderling te worden: ‘want er is verder niemand die het wil doen’. Toch een grote gemeente. Over criteria werd niet eens gesproken. ( Hij voldeed er volgens mij wel aan). En dubbeltallen worden schaars. Dan krijg je een ander type ambtsdrager. Dan gebeurt wat ik ooit meemaakte in een gesprek met jongeren, samen met een ouderling, over huwelijk of samenwonen. Hij kreeg de vraag om vanuit de Bijbel aan te wijzen waarom samenwonen niet goed was. Hij stelde het wel, maar kon, tot verbijstering van de jongeren, dat niet helder maken. Het ‘heilzaam onderricht’ bleef achterwege.
Ik merk dat ook in de schroom om bij pastorale bezoeken de Bijbel open te doen. Natuurlijk gebeurde dat wel eens ongepast. Had iemand zomaar een tekst klaar terwijl hij niet goed geluisterd had. Maar – en dit is even nattevingerwerk – ik heb de indruk dat Bijbellezen in het pastoraat nu bijna nooit gebeurt, terwijl het tot voor kort bijna altijd gebeurde. Ik weet daarbij best dat de Bijbelse boodschap ook op andere manieren naar voren kan komen, soms alleen al in de aandacht die je iemand geeft, maar je geeft wel het eigene van het ambt/pastoraat weg. Je legitimatie ligt in de betrouwbare boodschap. Dat is ook je kracht. Maak alsjeblieft werk van dat goede verhaal. Dat heet geestelijk leiding geven. Als ik het goed zie, is de inhoud steeds belangrijker geworden, voor de aanvaarding van je gezag, maar komt er in de praktijk minder nadruk op te liggen.

Anders kerkzijn
Er spelen nog andere dingen. In het onderzoek bijvoorbeeld dat het Praktijkcentrum uitgevoerd heeft rond kerkelijke eenheid wordt uit de beschikbare gegevens geconcludeerd dat er een ontwikkeling is naar een consistoriale kerkvorm. Daarin ligt de nadruk op de plaatselijke gemeente zelf. Heb je wel een kerkverband nodig? Je ziet het ook veel bij evangelische gemeenten. En dan verdwijnt het besef van de door God geroepen ambtsdrager die niet alleen naast, maar soms ook tegenover je kan staan, met zijn Bijbelse boodschap. Dit laatste stond zo niet in het onderzoek, maar hoort bij die manier van kerkzijn. Daarover valt nog veel meer te zeggen. In dit artikeltje gaat het om een van de vele ontwikkelingen waardoor het ambt, en daarmee de drager ervan, onder druk staat. De legitimatie van zijn werk als geroepene is minder vanzelfsprekend geworden dan vijftig jaar geleden. En dat allemaal naar aanleiding van een opmerking over de tweede kerkdienst en een reactie daarop. Waarvoor hartelijk dank.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 9 juli. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)