Hoe je praat over randkerkelijken zegt veel over je eigen visie op kerk zijn.

Kerk, wereld en het gebied ertussen…
Kerkverlating bij God wegMijn vroegere kerkbeeld werd bepaald door de kerk waar ik als jongere (1975-1982) opgroeide. Misschien herken je het beeld van toen: Een tweedeling van de mensheid in gelovigen en heidenen. In die tijd van flowerpower, televisie en vrije seks was de trekkracht van de wereld groter dan ooit. Dus had je ook randkerkelijken en kerkverlaters.
De kerk was een afgebakende  groep gelovige mensen, de plaats waar God zijn volk vergaderde. Je leerde er de wereld te mijden, zeker in die jaren! Kerkverlaters echter hielden meer van de wereld. Vreselijk: ‘want hij die God verlaat heeft straf op straf te vrezen’. Randkerkelijken werden al getrokken door de wereld, maar waren nog niet verloren gegaan, dankzij Gods genade en onze inspanning en geduld.
Die tweedeling vind ik nu verwrongen en eenzijdig. Alsof God alleen in de kerk aanwezig is en niet in de wereld. Alsof de kerk en haar mensen het heil bezitten.
Want natuurlijk ontdekte ik dat er wel geloof en goede dingen waren in die wereld. En dat in de kerk zonde, hypocrisie en ongeloof aanwezig zijn. Wat eens zwart-wit  en duidelijk was, werd grijs en ingewikkelder. Al in mij eigen familie merkte ik dat randkerkelijkheid en kerkverlating niet alleen door ongeloof ontstonden, maar door teleurstelling in mensen van de kerk of stellige overtuigingen die achteraf toch minder zeker bleken. Twijfelaars en vragenstellers kregen vervolgens vaak te maken met een veroordelende houding, die het vertrek nog eens versnelde.

Andersom denken
Dat hele denken van toen beschreef de mensheid vooral vanuit het kerkelijke perspectief, van binnen naar buiten. Maar ik begon theologen te lezen die heel anders dachten en werkten. Zo las ik een boek van Yancey, waarin God, kerk en ongeloof  met veel liefde en openheid werden besproken. Zo leerde ik anders Bijbellezen en naar de kerk te kijken.

God zoektWat later zorgde Rick Warren  voor een omkering van perspectief in het 5C-model. De rand van de kerk bekeek hij van buiten naar binnen! Hij baseerde dit op de manier waarop Jezus mensen trok en hen aanmoedigde zich te committeren aan hem en zijn roeping. De context waar je werkt is de gemeenschap (Community) van dorp of stad. Een deel van de mensen komt luisteren: het publiek (Crowd). Mensen die de boodschap horen en er gevolg aan geven worden kerk (Congregation). Daarbinnen bevinden zich de toegewijden (Commited) en een deel daarvan vormt het kader (Core) en/of laat zich weer uitzenden. Bijzonder detail: Warren definieert randkerkelijken als mensen die al wel bij de kerk horen, maar zich –nog- niet toewijden aan God.. Volgens hem komt de geloofsgroei van deze mensen tot stand dankzij Gods genade en onze inspanning en geduld.

Twee manieren van benaderen samengevoegd
De twee manieren van kijken, pessimistisch en optimistisch, kun je samenvoegen in een ‘centered set ’, een middelpuntzoekende verzameling.

twee manierenZoals in Johannes 15 te lezen valt is niet de kerk de centrale instantie, maar Christus. Nouwen  schrijft

“Sprekend over zichzelf als de wijnstok en over zijn leerlingen als de ranken zegt Jezus ‘Maak je huis in mij’. Het is een uitnodiging tot intimiteit. En Jezus vervolgt ‘Een ieder die in mij blijft en ik in hem draagt veel vrucht’. Het is een uitnodiging tot vruchtbaarheid.”

De kerk heeft een trekkende kern, Christus, en een zachte rand. Het gaat veel meer om de beweging van mensen van en naar het centrum, dan om hun positie t.o.v. de rand.
Zo kunnen er bijvoorbeeld mensen zijn die naar het centrum toe bewegen, maar nog geen deel uitmaken van een gemeente. En ook zijn er kerkleden die bij Christus vandaan bewegen.
In zo’n model heeft de kerk misschien duidelijke ledenlijsten. Maar zeggen die een stuk minder dan we vaak denken.
Wat Nouwen zegt over Intimiteit en vruchtdragen is tenslotte niet te meten aan de hand van iemands kerkbezoek of lidmaatschap. Er zijn relaties nodig en gesprekken om te leren wat een mens beweegt of hoe diens relatie met God is.
En om het nog ingewikkelder te maken: Er zijn ook mensen die (nog) niet geloven maar wel een band met Christus hebben. Die band loopt via anderen: voor baby’s via hun ouders, en voor een man via zijn gelovige vrouw, zegt Paulus.
Gods verbond is ruimer dan we vaak denken.

Inbreng van een nieuwe paus
Iemand als Bas Plaisier vindt dat we de term randkerkelijk moeten laten vallen omdat ze negatief en oordelend is. En wat mij betreft heeft hij groot gelijk. Je zou het begrip echter ook een nieuwe inhoud kunnen geven, zoals Fransiscus I dat doet in zijn eerste preek  als paus.
Hij zegt dat de kerk te lang heeft gedacht, gewerkt en geopereerd vanuit het centrum. Dat het nu de hoogste tijd wordt dat gewijde kerkmensen  niet meer roepen ‘kom naar de kerk’ maar dat ze er zelf op uit moeten, om als christenen in en voorbij de ‘randgebieden’ te zijn.
Zoals God ons opzocht, dienen wij anderen op te zoeken.
Zelf gaf Fransuscus I meteen het voorbeeld: geen voetwassing van enkele kardinalen, maar het wassen en  kussen  van de voeten van jonge – gelovige  en ongelovige – gevangenen. Er op uit!

Onze plicht
Randkerkelijkheid is een term van de gevestigde kerk. En juist die kerk zelf zou anders moeten leren denken, een paradigma shift gaan doormaken.
Karl Barth herkende al die noodzaak. Hij schrijft in een brief :

onze plicht“De kerk hoeft in de toekomst niet dezelfde vorm te hebben als nu, alsof dat de enige vorm zou zijn. Voor de voortgang en overwinning van Gods zaak dient de christelijke kerk te dienen en te getuigen. <…> Er komt een moment, en misschien is dat nu al, dat God, mogelijk tot onze onrust of ontzetting, maar tot zijn glorie en voor het heil van alle mensen, een einde zal maken aan de huidige vorm van kerk-zijn omdat het integriteit mist. <…> Ja, het kan zelfs onze plicht zijn ons vrij te gaan maken van onze afhankelijkheid van deze vorm van kerk-zijn <…>. Als kerk van God  mogen we er op vertrouwen dat, mits we goed opletten, God ons die nieuwe wegen zal tonen <…> . Als mensen die aan God verbonden zijn vinden we onze zekerheid in hem en hem alleen. Want hij is de naam boven alle namen.”

Zulke vernieuwde kerken en mensen zijn nodig in ongelovig Nederland . Mensen die zich gezegend weten, er op uit gaan naar mensen in en buiten de randgebieden  en daar hun geloof uitleven en uitdelen  om zo anderen tot zegen te zijn en te worden…
God is het middelpunt, wij zijn een middel. Punt.

Overgenomen uit , magazine van de Evangelische Alliantie over missionaire gemeentezijn. Kijk voor een gratis abonnement op: www.ea.nl/idea

Anko Oussoren

Anko Oussoren

Adviseur at Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko
Anko Oussoren
Anko Oussoren
Anko Oussoren

Latest posts by Anko Oussoren (see all)