‘Als de emotie is weggezakt, wat blijft er dan over?’ Goede vraag van dr. J.M.D. de Heer, die gepromoveerd is op evangelische invloeden bij gereformeerden. Zelf is hij predikant van de Gereformeerde Gemeente in Middelburg, maar zijn aandachtsveld was breed. En hij maakt zich zorgen over de invloed van opwekkingsliederen in reformatorisch Nederland. Is de zonde nog wel in beeld? Waar gaat het bij geloof om? Waar blijft ‘de prediking van wet en evangelie?’

Je kunt de vraag breed trekken. Rond Pasen zijn er mensen die zich laten ontroeren door de Matthäus Passion van J.S.Bach, zonder ook maar iets met de boodschap te hebben. Van de uitvoerders wordt ook geen geloof gevraagd. Gebeurt met het zingen van Opwekking hetzelfde? Muzikaal nogal verschillend, maar verder? Of zit er nog iets achter: je zingt jezelf opgewekt geloof aan, maar is het ook echt? Dat doet de passiebezoeker die puur voor de muziek komt, niet direct.

Opwekking

Wie het over opwekking heeft, denkt aan een ingedutte kerk die wakker geschud moet worden door de heilige Geest. Het woord verwijst naar een paar perioden uit de kerkgeschiedenis. In de achttiende eeuw waren de eerste opwekkingen en in het begin van de twintigste eeuw kwam het opnieuw naar voren. Toen in Wales. Mensen bekeerden zich massaal in de diensten van de opwekkingspredikers. Later kwamen de tournees van Billy Graham. Het ging bij de zomer horen: tentcampagnes. Paul Simon en Neil Diamond zingen erover, zonder er direct door geraakt te zijn. Muziek hoort erbij. Die brengt je in beweging, ook geestelijk. Dat was al in de achttiende eeuw. Charles Wesley, bekend prediker uit die tijd, componeerde meer dan 6500 liederen. (Dan kunnen we met de nu al dikke Opwekkingsbundel nog wel even vooruit.) Onlangs kwam Johan de Heer nog weer even voorbij in het nieuws, omdat het blad dat hij oprichtte, het Zoeklicht, honderd jaar bestaat. Hij introduceerde in Nederland de opwekking van rond 1900. De bundel bestaat nog steeds, is ook regelmatig bijgesteld. Kerken, ook gereformeerde, kennen zelfs speciale Johan de Heer-kerkdiensten. Opwekking van nu staat in een al redelijk lange traditie van muziek die bedoeld is om emotie op te wekken.

Nuchter?

Daar is Bijbels gezien toch niets mis mee? ‘Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem! (Sefanja 3: 14). Misschien wel het meest uitbundige vers uit de Bijbel. Ga uit je dak, omdat God weer naar je omziet. In de Psalmen zingen mensen voor God met heel hun hart. Lang leve de emotie, ook in de kerk. ‘Wees altijd verheugd’, Filippenzen 4: 4. Toch zit er een addertje onder het gras.  Dr. J.W.Maris schrijft daarover in zijn proefschrift over de opwekkingsbeweging. Hij laat zien dat die bloeit op de bodem van het rationalisme: het menselijk verstand op de troon. Dat is ook de achttiende eeuw. Hoe scherp dat verstand ook kan zijn, er gaat wat mis als je niets anders meer ziet. Charles Dickens had dat door; hij beschrijft in zijn roman Hard Times, hoe kinderen in zo’n keurslijf geperst worden en hoe dat misgaat. Bij Dickens ligt het sentiment er soms (te) dik boven op. Maar kom je in de eenentwintigste eeuw boven de tegenstelling verstand en gevoel uit? Het rationalisme kreeg een variant in het modernisme, het idee dat alles beheersbaar is. Inmiddels spreken we nu over postmodernisme, waarin de gedachte aan een eenheid ver te zoeken is. Maar als je er goed naar kijkt, heeft het postmodernisme de voorloper nodig. Juist tegenover de in beton gegoten structuur van de samenleving bloeien de duizend bloemen van het postmodernisme – en raken ze ook snel uitgebloeid. Terug naar de opwekkingsliederen: kent u die van Charles Wesley? Wel de melodie van zijn kleinzoon, bij: de ware kerk des Heren, Liedboek (2013) 968. Dat de bundel van Johan de Heer diverse edities kent, zegt ook al genoeg. En bij opwekking storten we ons op de laatste nummers, terwijl van de eerste een handjevol overblijft. Prima op zich.

Waar het om gaat: tegenover de rationalistische benadering is er een noodzakelijke correctie gekomen in muziek en lied die vrij baan maakt voor gevoel. Dat hadden we nodig. Ab van Langevelde schildert in zijn proefschrift over prof. C.Veenhof het door het verstand beheerste klimaat uit de beginjaren van de vrijgemaakte kerk.  Ben ik het dus eens met dr. De Heer? Ik laat me graag waarschuwen, maar ik vermoed ook dat de theologie die zijn kerkverband kenmerkt, sterk rationele trekken heeft, ondanks de aandacht op hun manier voor ervaring in het geloof. Ze noemen dat bevinding.

Bijbel en cultuur

Heel in het kort kwam hierboven even de cultuur van vandaag om de hoek kijken. Je doet daar in die paar woorden natuurlijk geen recht aan. Maar het was nodig om even je ervan bewust te zijn dat Sefanja misschien wel een andere aanleiding had met zijn uitnodiging uit je dak te gaan dan wij. Bij hem, in de eerste hoofdstukken, is, om in de vraagstelling van dr. De Heer te blijven, de wet volop aanwezig. En daarmee Gods oordeel. Je kunt pas echt jubelen als je je ervan bewust bent dat je gered bent als een stuk brandhout uit het vuur. Een beeld van een andere profeet: Zacharia. En niet alleen dr. De Heer zet vraagtekens bij het soms oppervlakkige in Opwekking. Dat doet ook Graham Kendrick, die er zelf toch veel geschreven heeft (Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen bijvoorbeeld). De Bijbel helpt dan ook om kritisch naar de cultuur te kijken. Die heeft ook meer te bieden dat een noodzakelijke correctie op een uit de hand gelopen verering van het verstand.

Vrede

Terug naar de vraag van het begin: wat blijft er over als de emotie weggeëbd is? Vrede met God, als het goed is. Dat is het geheim van Pinksteren. De heilige Geest is in je komen wonen en vervult je helemaal. Hij brengt verstand en gevoel weer bij elkaar in een vrede die alle verstand te boven gaat. (Filippenzen 4: 7.) Dat gaat niet direct over dingen waar je met je verstand niet bij kunt, al is dat ook zo. Paulus heeft het dan over een vrede die sterker is dan menselijke overwegingen, en die ons hart bewaakt. Denk aan zijn uitroep in Romeinen: als God voor ons is (vrede met God) wie zal tegen ons zijn?

Met Pinksteren vier je dat vooral. Er is terecht veel aandacht voor de gaven van de heilige Geest die je elke keer opnieuw verbazen. Ik ben diep dankbaar voor iedereen die na het gebed van de gemeente genezen is, soms tegen de boodschap van de medici in. Maar al die aandacht kan je bijna laten vergeten dat de heilige Geest in je is komen wonen. Als we ‘Ik zal er zijn’ zingen, gaat het om de Geest. Zo is God bij je. Permanent. Daar mag je terecht blij om zijn. Uitbundig. En als je dan na zo’n kerkdienst of praise-avond weer teruggaat, zakt de emotie weg, inderdaad, maar blijft de vrede met God je helemaal vervullen. Dat vraagt wel om diepgang. Aan ‘wees altijd verheugd’ gaat vooraf: Hij kwam bij ons, heel gewoon (ook van Kendrick, zie daarover Filippenzen 2).

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 18 mei 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)