Het wonder van de ezel
Het viel me afgelopen zondag op, tijdens een mooie preek over de intocht van Jezus in Jeruzalem. En dat ook omdat vlak daarvoor tijdens het moment voor de kinderen een vergelijking werd gemaakt tussen koning Jezus en koning Willem-Alexander. Het bracht me in gedachten terug naar de klassieke beelden op TV vlak voor Prinsjesdag: paarden die op het strand moeten wennen aan lawaai, mogelijk ook aan rook en ontploffingen en moeten leren niet op hol te slaan met de mooie koets waarin ons koninklijk paar door den Haag rijdt. Onze hemelse koning vraagt om een ezel waarop nog niemand gereden heeft, gaat erop zitten en rijdt de stad binnen, terwijl de mensen lawaai maken en zwaaien met takken. Maar de ezel rijdt rustig door. Zonder training en zonder inrijden. Ik heb niets met paarden of ezels, maar als je daar iets over opzoekt, valt op hoeveel geduld er nodig is om zo’n dier eraan te laten wennen dat er iemand op zijn rug zit. Dat dier lang geleden in Jeruzalem is de enige die de koning erkent. Het enthousiasme van de mensen bekoelt snel. En tegelijk is het een teken, voor wie oplet, van de weidse betekenis van Pasen. Al gaat die aan de meeste mensen voorbij, Christus’ werk aan het kruis en in de opstanding verandert de wereld.

Suggestie?
De morgen erna las ik een artikel in Trouw over de ‘geloofshelm’: een niet-gelovige onderzoeker was aanwezig met een helm vol elektroden op het Flevofestival. Hij beloofde de aanwezigen een bovennatuurlijke ervaring als ze de helm opzetten. Ook ogen en oren werden afgedekt. En een aantal mensen maakte ook iets bijzonders mee. Maar er zat niets bijzonders in de helm. Tegelijk woedt er in evangelische kring een discussie over gebedsgenezing, ook omdat de genezing nogal eens tegenvalt: een verbrijzeld been blijkt een paar weken later niet genezen, al is de pijn wel een stuk minder. Schiet het geloof van de genezene dan te kort? Of speelt de bijzondere sfeer tijdens zo’n bijeenkomst een rol? Vandaar dat gesproken wordt over afspraken om je genezing te laten controleren bij de dokter. Ter vergelijking: Lourdes is sinds het midden van de negentiende eeuw een bedevaartsoord en sinds 1908 worden de genezingen gecontroleerd. Begin februari van dit jaar werd pas het 70e wonder erkend. Dus minder dan een per jaar, terwijl de mensen met bussen vol daar aankomen. Geloof ik niet in wonderen? Ik ben diep dankbaar voor de genezing van die vrouw in de gemeente waar ik bij hoor, die al opgegeven was door de artsen en die haar grafkist al klaar had staan, maar die toch bij controle onlangs genezen bleek. Na een experimentele behandeling, dat wel. Waar het mij, in het spoor van de ezel bij de intocht, om gaat is de macht van onze Heiland over de schepping die soms heel concreet zichtbaar wordt. Misschien zagen de discipelen het bij de intocht, maar de mensen niet.

Lopen op het water
Het is een beetje bon ton geworden onder moderne christenen om die concreetheid wat naar achteren te schuiven. De onlangs overleden ds Nico ter Linden deed dat: hij schreef boeken over de Bijbel onder de titel: het verhaal gaat. Voor hem en voor veel anderen is het niet belangrijk of Jezus en Petrus echt over het water gelopen hebben, als je de betekenis van dat verhaal maar erkent. Het water als de macht van het kwaad waarover Christus de baas is. Dat is dan ongeveer de boodschap. Mooie boodschap, lijkt het eerst. Maar die ontleen je aan een verhaal van mensen die met dat verhaal zichzelf moed inpraten. Als dat al de boodschap is van die episode uit Christus’ leven, dan hangt die in de lucht, wanneer het niet meer dan een verhaal is. Of is het ook een van die momenten dat Christus laat zien dat Hij het hoofd is, niet alleen van de kerk, maar van heel de schepping? Hoe concreet wordt mijn vertrouwen?

De opstanding en de toekomst
In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de theoloog Bert ter Schegget bekend. Hij was gepromoveerd op de toekomstverwachting. Wordt het nog wat met dat rijk van God? En hij trok in zijn dissertatie een parallel met de ontwikkelingen in het marxisme. Daarin was er ook eerst de verwachting dat een grote revolutie de marxistische heilsstaat zou laten aanbreken. Maar daarvan bleek niets in Rusland na 1917. In de Chinese variant van het marxisme gaat het om een permanente revolutie. Niet langer een vredige eindtoestand is het ideaal, maar de nooit eindigende weg daarnaartoe. Zoiets ziet hij ook als de inzet voor christenen: houdt je meer bezig met het werken aan gerechtigheid in deze tijd dan met een vrederijk in de toekomst. Voor zover het een prikkel is om vandaag al iets van die toekomst te laten zien, prima. Al is de bijzondere verbinding bij ter Schegget tussen christendom en (neo)marxisme ook verbleekt. Maar als hiermee gezegd wordt dat dit vrederijk er niet komt, doet het tekort aan de opstanding en de betekenis van Pasen.
Het wonder van de ezel was maar een speldenprikje, maar met Pasen laat Christus heel concreet zijn majesteit zien in Zijn overwinning op de dood. Het vrederijk van Hem is werkelijkheid in het geloof van zijn navolgers. Je hoort dat terug in de belijdenis van de lichamelijke opstanding: dit vlees van mij wordt opgewekt. (HC 22.) Ook al wordt het begraven en verteerd het helemaal, al wordt het verbrand, of door wilde dieren opgegeten, God roept het op Zijn tijd terug. Tom Wright wijst er daarbij op dat al tijdens het leven van een mens zijn lichaam zo’n zeven keer vernieuwd wordt en toch hetzelfde blijft. Zou God mij dan bij de terugkomst van Christus mij niet mijn eigen lichaam terug kunnen geven, al wordt het misschien nu onvolledig ter aarde besteld? (Hoeveel mensen missen in de loop van hun leven al niet onderdelen: verstandskiezen, een baarmoeder, geamputeerde lichaamsdelen, bij het leven gedoneerde organen, …). Met Pasen vieren we dat geloven niet samenvalt met ‘hoop verloren, al verloren’ maar dar Gods toekomst begint in de lichamelijke opstanding van Christus. Daar heb je houvast aan.

Geloven als een kind
Ik weet wel, dat ik hiermee me laat kennen als een naïef christen. Het is allemaal echt gebeurd. En de drang is dan om tot het inzicht te komen dat met het geloof in Sinterklaas en de grote boze wolf ook de omgang met de verhalen uit de Bijbel moet veranderen. Alleen, ik houd niets meer over als ik alleen maar nadenk over de mogelijk diepe betekenis. En misschien mis ik die betekenis ook wel als ik de geschiedenissen verander in verhalen. Daarom blijf ik maar geloven als een kind. Niet meer in Sinterklaas en ook niet in een God die sprekend op de goedheiligman lijkt. Maar wel in de Drie-enige die mijn werkelijkheid, waarin het refrein Hein is, verandert en een nieuwe werkelijkheid laat beginnen in de opstanding van Christus. Paulus beschrijft in Romeinen 6 hoe de geschiedenis van Jezus mijn levensverhaal verandert. De verbinding tussen beide ligt in een vaak onderschat sacrament: de doop.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 31 maart 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)