Mijn opa van vaders kant staat op de foto die de band van het gedenkboek van het Gereformeerd Politiek Verbond siert; mijn opa van moeders kant was een trouw volgeling van Jan Meulink, destijds kamerlid voor de Antirevolutionaire Partij en ook vrijgemaakt kerklid. Beide opa’s zetten ze zich in voor de plaatselijke kerk in Enschede en waren trouw op hun plek. Ze zaten eind jaren zestig wel in een verschillende kerk: de een binnen verband en de ander buiten verband, zoals dat toen heette. Er was ook verschil in spiritualiteit: op de begrafenis van de familie van moeders kant zongen we ‘de Heer is mijn herder’, en bij de familie Kuiper bleef het bij Psalmen. Ik herinner mij de felle discussies die ook in familiekring gevoerd werden en die soms uitliepen op een boos uit elkaar gaan. Gelukkig tot de volgende keer, dat wel. De breuk van de jaren zestig merkten we in de familie.

Opwegnaar1kerk

Zaterdag 11 november staat dit jaar niet alleen in het teken van St. Maarten, maar ook van de groeiende eenheid tussen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken. De twee landelijke besturen ontmoeten elkaar en daarmee wordt officieel de weg ingeslagen naar eenheid. Er is een aparte website voor opgestart: www.onderwegnaar1kerk.nl. Daar is veel informatie te vinden, niet alleen over het dagprogramma van 11 november, maar ook over de voorgeschiedenis van het besluit om samen verder te gaan. Opvallend is de zorgvuldigheid waarmee de kerkelijke gesprekken ruim twintig jaar gevoerd zijn.

Op de website is ook een overzicht te vinden van de plaatsen waar al een vorm van eenheid is. Er zijn een aantal samenwerkingsgemeenten: gemeenten die helemaal samengevoegd zijn, al zijn de ‘bloedgroepen’ nog wel terug te vinden. Er is een hele reeks samenwerkende gemeenten: de ‘officiële term voor gemeenten die elkaar erkend hebben als kerken van Christus en die op diverse punten samenwerken. Overigens zijn ook de combinatiegemeenten met de Christelijke Gereformeerde Kerken opgenomen. En dat is ook een lange rij. Ik denk dat de conclusie gerechtvaardigd is dat plaatselijke kerken elkaar vinden en dat in een groot deel van de kerken de gezochte eenheid er al is. Dat is overigens ook in Enschede zo, waar de kerkenraad die destijds ds. O. Mooiweer schorste dat besluit onder belijdenis van schuld teruggenomen heeft. En dat is op meer plaatsen gebeurd.

Dubbel

Terwijl de toenadering (vanuit de GKv gezien) met de Nederlands Gereformeerde Kerken langzamerhand een sneltreinvaart krijgt, stokt die met de Christelijke Gereformeerde kerken. Die haalde bijvoorbeeld een streep door het plan om als drie gereformeerde kerken samen een theologische universiteit te vormen, waarin ook andere gereformeerden buiten deze kerken konden meedoen. En in de artikelen rond dit besluit kwam het hoge woord er ook uit: zijn die andere twee kerken wel te vertrouwen, confessioneel en Bijbels? Zeker na het besluit van de GKv om vrouwen toe te laten tot de tot nu toe voor hen gesloten ambten. In een aantal gemeenten is het al zover. Toenadering tot de een en tegelijk meer afstand tot de andere kerken. Dat geeft een dubbel gevoel. Het laat merken dat het besluit dat zaterdag 11 november genomen gaat worden, een stap is. De droom van een gereformeerde kerk is nog niet werkelijkheid.

Regel en uitzondering

Als je een stap terug doet, kan dat te maken hebben met de manier waarop je naar elkaar kijkt. In alle eerlijkheid: soms zie je dat er binnen de kerken iets mis gaat. Dat kan in je eigen kerkverband gebeuren en ook in die andere. En het is dan heel menselijk om te zeggen dat die misstand typerend is voor het andere kerkverband, terwijl het in je eigen verband natuurlijk om een uitzondering gaat. Vergelijk het met de buitenlanders: in de Marokkaanse jongen die je lastig valt, wantrouw je de hele groep, maar die blonde jongen uit Kampen die hetzelfde doet, is uiteraard de uitzondering. (Om het lastig te maken: er is de laatste jaren nog nooit een blonde jongen voor mij opgestaan in de trein, dat doen alleen jongens van buitenlandse afkomst. Ik zou bijna de andere kant op generaliseren.)

Daar komt dan nog bij dat je vanuit je eigen kerkverband er geen zicht op hebt hoe die anderen dat aanpakken. Je merkt vaak alleen wat in het nieuws komt. In sommige reacties, vooral van ingezondenbrievenschrijvers, komt dit naar voren: de schrijvers leggen precies de vinger bij de pijnplekken. Steek ook de hand in eigen boezem.

Moet dit echt?

Is het echt zo belangrijk om op landelijk niveau eenheid na te streven? Komt er niet een heel ander type kerk, waarbij de nadruk ligt op wat er plaatselijk gebeurt en het landelijke niet zo belangrijk is. Daar is ook op gewezen. Een goede vraag: wat wil je met die eenheid bereiken? En moet die dan ook plaatselijk overal doorgevoerd worden? Of is er ruimte binnen een kerkverband voor plaatselijke kerken met een verschillende cultuur die naast elkaar bestaan, soms dingen samen doen maar vaak ook niet? Wie goed kijkt, ziet dat dit nu binnen het eigen kerkverband ook al zo is.

Toch ben je als GKv richting de NGK daarmee volgens mij niet klaar. De breuk van 1967 valt nog binnen de herinnering van heel veel kerkleden. Zelf was ik in Enschede als scholier in de puberleeftijd meer toeschouwer. Maar ik voel nog de pijn, ook al waren we als binnenverbanders ervan overtuigd dat het zo moest. Dit schrijf ik niet om achteraf zielig te doen: je zult maar als ambtsdrager in de naam van de Heer afgezet zijn, terwijl achteraf de kerken daarop moeten terugkomen. Dat ligt nog even anders. Hoe ook de toekomst van een plaatselijke kerk eruit gaat zien; het is goed dat die pijn aan de orde komt en dat er een begin van heling kan komen. Maak daarvoor ruimte nu het nog kan. Dat is de kans voor de kerk van nu. Tegelijk speelt mee dat er inmiddels hele generaties zijn die het alleen van horen zeggen hebben. Uitpraten van oud zeer is een ding; geconstateerde confessionele overeenstemming is iets anders en, gezien het verleden, niet minder dan een wonder.

Gaat dit ergens over?

Als je maar van Jezus houdt, dan is het toch goed? Dat is inderdaad geweldig. En in een tijd dat steeds meer mensen in Nederland breken met geloof is het geweldig om anderen te ontmoeten die getuigen van hun liefde voor hun Heiland. Tegelijk zie je in de besluitvorming rond de eenheid GKv-NGK dat je die liefde voor Jezus concreet wilt maken ook in de omgang met zijn woord dat we samen naspreken in de belijdenis. De beide vergaderingen op landelijk niveau hebben zich hieraan verbonden. En dat is voor de kerk van vandaag weer een unieke kans om opnieuw met elkaar in gesprek te gaan over wat dit voor nu, voor de praktijk van kerkzijn, betekent. Daarmee zouden we het gesprek uit de jaren zestig weer oppakken. Toen speelde dat ook een rol. Dus: ja, dit gaat ergens over.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 11 november 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)