‘Pap, ik ga niet mee naar de kerk!’ Een beetje beduusd kijk ik mijn zoon van 9 aan. ‘Natuurlijk ga je wel mee’, antwoord ik. ‘Maar in de kerk is er niks voor mij’, zegt hij. Voor mij als kind was het nog gewoon om met mijn ouders mee naar de kerk te gaan; vandaag de dag is dat heel anders. En hoe reageer je dan?

De weigering van mijn zoon kan aan mijn gebrekkige opvoedkunde liggen, maar ik spreek regelmatig ouders die dezelfde ervaring hebben met hun kinderen. Als jeugdwerker en als jeugdwerkadviseur lukte het mij altijd wel om dit te duiden, maar nu mijn eigen kinderen groter worden, merk ik dat ik er onrustig van word. Ik bekijk de kerk(dienst) veel meer als ouder en dan komen er andere gevoelens naar boven. Als ik mij inleef in mijn zoon en met de ogen van een 9-jarige naar de kerkdienst kijk, dan snap ik zijn reactie. Er is inderdaad meestal niks voor hem, vooral in de middagdienst. En ik merk dat ik daar moeite mee heb.

Vanzelfsprekend

Zelf ben ik nog net opgegroeid in de slipstream van de verzuiling. Het was min of meer vanzelfsprekend om naar de kerk te gaan en ik ging zonder tegenstribbelen mee. Niet omdat ik het zo leuk vond, maar het kwam niet in mij op om niet te gaan. Ik ging om mijn vrienden te ontmoeten. Vandaag is de kerkdienst één van de activiteiten waaruit we kunnen kiezen. Terwijl ik er vrienden tegenkwam, merken kinderen (en jongeren) vandaag soms dat ze met maar heel weinig kinderen zijn. Terwijl juist voor kinderen vanaf een jaar of 7 vrienden en vriendinnen belangrijk worden; ze willen ergens bij horen.

Dat roept vragen op. Kun je als ouder nog van je kind vragen om te gaan, zeker als er voor hem of haar ‘niks’ is? Daarbij lijkt het erop dat de middagdienst vooral iets voor de liefhebbers is, omdat het meestal een kopie is van de morgendienst, in afgeslankte vorm. Er wordt zelden aandacht gegeven aan kinderen en vaak worden middagdiensten ook nog eens gecombineerd met andere kerken (meer onbekenden).

Sponzen

Het boeiende aan de levensfase van mijn zoon is dat hij door met andere kinderen te spelen zijn eigen talenten en vaardigheden ontdekt. Steeds meer legt hij verbindingen tussen wie hij is en wat hij kan. Kinderen in zijn leeftijd zijn net sponzen. Ze zuigen informatie op en stellen veel vragen. Ze willen achtergrondinformatie.

Kinderen in zijn leeftijd zijn net sponzen

Bij jongere kinderen is het voldoende om hun de verhalen van de Bijbel te vertellen; dat kunnen ze beter begrijpen dan meer theoretische betogen. Kinderen vanaf een jaar of 8 kun je ook de grote lijnen in de Bijbel en de doorgaande lijnen in de Bijbelse geschiedenis meegeven. Door hun groeiende vermogen om abstract te denken, kunnen ze steeds beter verbanden leggen. Kinderen worden echte ontdekkingsreizigers. Het zou daarom goed zijn om in de kerk ruimte te geven aan complexere thema’s en ervoor te kiezen om bij deze kinderen andere vormen te gebruiken dan het navertellen van verhalen. Soms merk ik echter in gemeenten zelfs wat aversie tegen kennisoverdracht.

Aanpassen

Hoe kunnen we hiermee omgaan in de kerkdienst? Het Handboek voor kinderwerkers schetst drie opties.

  • Kinderen maken de hele dienst mee en soms spreekt de voorganger ze expliciet aan. Ze leren de dienst bij te wonen en zich daarin te schikken. Het grootste gedeelte ervan gaat echter over hun hoofd heen en dan krijg je reacties zoals die van mijn zoon.
  • Kinderen volgen een apart programma waarin ze op hun eigen niveau worden aangesproken. Ze vinden dit vaak leuker en kunnen contact maken met andere kinderen in de kerk. Het nadeel is dat de latere overstap naar een ‘gewone’ dienst erg groot wordt.
  • Kinderen maken een deel van de dienst mee en volgen daarna een apart programma. Het mooie hiervan is dat de aandacht voor de kinderen niet ten koste van het samenzijn gaat. Een nadeel is dat de tijd apart vaak beperkt is en er weinig gelegenheid is voor verwerking.

In elk van deze opties wordt ervan uitgegaan dat de kinderen zich moeten aanpassen, niet de volwassenen. Je kunt voor één van deze opties kiezen als het aanpassen van de eredienst, zodat kinderen zich wel aangesproken voelen, niet aan de orde is. Je kunt er echter ook voor kiezen om in de liturgie en de gehanteerde vormen tijdens de dienst echt rekening te houden met de aanwezige kinderen.

Antwoord

Welke benadering je ook kiest, realiseer je dat het voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool erg belangrijk is dat ze kennis opdoen. Ze willen graag verhalen horen met veel informatie en concrete toepassingen. Tegelijk zijn ook relaties met leeftijdgenoten voor hen belangrijk, net zo goed in de kerk. Als we niet willen aansluiten bij onze kinderen, hoe reageren we dan als een 9-jarige zegt: ‘Maar in de kerk is er niks voor mij’?

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg 12 mei 2018

Anko Oussoren

Anko Oussoren

Adviseur at Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko
Anko Oussoren
Anko Oussoren