De enige weg die openstaat voor gelovige leerlingen van de Heer is Jezus Christus zelf. Hij is de weg, de waarheid en het leven (Johannes 14:6). Als het gaat om het vieren en uithouden van onderlinge verschillen, geldt dit ook. Hieronder maak ik dat concreet.

Tussentijd

Kerken in ons werelddeel staan op een kruispunt. Niet per se meer of erger dan in vroegere tijden, maar wel anders. Ontwikkelingen als secularisering, individualisering, intensivering en informalisering raken de manieren waarop wij gewend waren om kerk te zijn. Bekende patronen voldoen niet meer. De onzekerheid over hoe we verder moeten neemt toe. Vooral de onzekerheid over hoe we in gezamenlijkheid verder moeten. Generaties verschillen sterk van elkaar en zetten zich impliciet of expliciet tegen elkaar af, en worden soms ook tegen elkaar opgezet.
Dit proces van transitie of transformatie gaat ergens toe leiden. Maar de dynamiek is onvoorspelbaar, de uitkomsten zijn niet glashelder en sturing op resultaat gaat moeizaam. Deze fase wordt ook wel de ‘liminale fase’ genoemd: het grensgebied (limen = grens) tussen het bekende en het onbekende. Zo’n tussentijd vraagt om allerlei specifieke soorten van leiding en organisatie. Daarop kan ik nu niet ingaan, maar er is al wel over nagedacht (zie bijvoorbeeld In het oog van de orkaan van Jan Rotmans en De corporate tribe van Danielle Braun en Jitske Kramer). Kerk en theologie kunnen hiermee hun winst doen.
In elk geval vraagt zo’n tussentijd, waarin nog niet helder uitgekristalliseerd is welke vormen en invullingen van kerk zijn blijvend of waardevol zullen blijken, om het beleven en doorleven van identiteitsbepalende praktijken. Dat zijn dingen die we gezamenlijk doen waarin we onze identiteit vormen, ontdekken, bevestigen, laten veranderen, leren richten op God enzovoort. Het vormgeven van deze praktijken is van levensbelang voor het in stand houden van de kerk van Christus.

Boven tafel

Eén van de meest identiteitsbepalende praktijken van de christelijke kerk is de liturgie, en dan in het bijzonder het vieren van het avondmaal. Daar luisteren, vieren, stil zijn, bidden, zingen, is het begin. Maar wat doet de kerk dan verder?

anuit de praktijk benadrukken Kees de Ruijter en Arine Brouwer terecht hoe belangrijk het werkelijk luisterende gesprek is. Maar juist dat is verdraaid moeilijk: om bij de koffie na de dienst zomaar af te stappen op iemand van wie je het standpunt over homoseksualiteit kent (of vermoedt) met de vraag: ‘Hé, mag ik eens stevig met je doorpraten over homo’s?’

Onder meer de volgende stappen en voorwaarden zouden helpend kunnen zijn.

  1. Zorg voor kerkdiensten met een open sfeer. Benoem daarin verschillen heel duidelijk, zodat diverse standpunten eerlijk aan bod komen. Voorgangers: spreek duidelijke taal, laat de (aanwezige) verschillen maar boven tafel komen. Wees niet bang voor conflict: als dat er is, is het er toch al wel – daar kun jij weinig aan doen.
  2. Organiseer af en toe thema-avonden (twee tot vier per jaar maximaal). Zet bij zulke avonden in op twee aspecten: kennis en ervaring. Geef informatie vanuit verschillende invalshoeken op een thema. En laat ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen, zodat iedereen haar/zijn eigen mening kan vormen.
  3. Geef deze avonden een inhoudelijk-spirituele inkadering. Open samen de Bijbel, bid, zing tot eer van God. Deel onderling wat dat Bijbellezen met je doet, om daarmee de werking van God in Woord en Geest te ervaren.
  4. Voorwaarde is: een veilige omgeving, onder goede gespreksleiding. Leer luisteren naar elkaar: wat heb ik nodig om het standpunt van de ander te begrijpen? Wat wil ik weten van die ander? Hoe kan ik die ander laten voelen dat het niet om mijn eigen gelijk gaat?
  5. Zoek niet alleen naar de verschillen, om die vervolgens te bespreken. Zoek juist naar wat je verbindt: wat is het verlangen van de ander dat maakt dat zij/hij dit vindt? Kan ik me op dat verlangen verbonden weten met die ander?
  6. Organiseer naast thema-avonden ook andere avonden, leeskringen, vespers, gespreksgroepen enzovoort. Laagdrempelig maar kwalitatief hoogstaand. Mensen lezen zelden meer hele boeken als voorbereiding, dus neem de tijd om op avonden zelf teksten te lezen en te overdenken.
  7. Geen mens heeft de waarheid van God in pacht. Zorg daarom dat in alle praktijken die je organiseert de liefde van God in Christus door de Geest ervaarbaar is.

Belangrijker

De handboeken met gesprekstechnieken zijn bekend, evenals de moderne tips en trucs voor groepsgesprekken. Nadenken over onderlinge verschillen en diversiteit staat of valt met je hartsgesteldheid. Hoe denk, leef, bid, lees en luister jij?
Bedenk wat de apostel Paulus schrijft: ‘Christus geeft jullie moed, en Hij troost jullie met zijn liefde. Door de heilige Geest zijn jullie met elkaar verbonden. Jullie zijn goed voor elkaar en jullie leven met elkaar mee, neem ik aan. Daar ben ik oprecht blij om. Maar als jullie me werkelijk blij willen maken, zorg dan dat jullie – met al jullie verschillen! – helemaal één zijn. Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen over jezelf. Nee, jullie moeten bescheiden zijn, en een ander belangrijker vinden dan jezelf. Denk niet alleen aan jezelf, maar zorg juist voor elkaar.’
‘Ten slotte: jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik vind het niet erg om dat opnieuw voor jullie op te schrijven. Er is geen enkele reden om op jezelf te vertrouwen. Want het gaat om Christus, onze Heer. Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik herhaal: wees altijd blij. Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn. En bedenk goed: de Heer is dicht bij ons. Maak je geen zorgen, maar vraag God alles wat je nodig hebt. Bid tot God, wat er ook gebeurt. En dank Hem altijd. Dan zal God zijn vrede aan jullie geven. Dat is een vrede die geen mens ooit gekend heeft. Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen al het kwaad. Want jullie horen bij Jezus Christus’ (uit Filippenzen 2-4, BGT).

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg 

Hans Schaeffer

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.