Twee dagen voor ik dit artikel schreef, nam de synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) het besluit om alle ambten open te stallen voor vrouwen. En daarbij het besluit om de effectuering daarvan over te laten aan de kerken zelf. Sindsdien loopt mijn Facebook over van reacties van mensen die of heel blij zijn, of dit het duidelijke bewijs vinden dat deze kerken van het goede pad zijn afgeraakt. Het besluit zelf is nog niet te vinden op de website van de GKv en dat vraagt om de nodige bescheidenheid op dit moment: wat waren precies de overwegingen en gronden onder dit besluit? Uit de rapportage van de deputaten die hiervoor speciaal waren aangesteld is in ieder geval op te maken dat zij zich even duidelijk op de Bijbel beroepen als de tegenstanders. Op dezelfde dag was er een ontmoeting met afgevaardigden uit de Nederlands Gereformeerde Kerken waarbij er sprake was van grote onderlinge herkenning. Het gesprek met deze kerken komt in een stroomversnelling. Over een paar weken vergadert de synode daar weer verder over.

Hoe lees je de Bijbel?
Er zit een samenhang tussen beide berichten. En dan niet, zoals ik las: dat een paar jaar geleden de vrouwelijke ambtsdragers binnen de NGK nog een struikelblok waren voor gesprekken over eenwording en dat deze hobbel nu door een vergelijkbaar besluit uit de wereld geholpen is. Het ligt wat genuanceerder. De deputaten voor kerkelijke eenheid hebben in de afgelopen jaren hierover doorgesproken met de commissie van de NGK daarvoor en die gesprekken gingen vooral over de argumentatie onder het besluit van de NGK indertijd. Hoe gebruik je de Bijbel? Al tijdens de vorige synode is hierover overeenstemming bereikt en is een verklaring daarover aanvaard. (Te vinden in de acta van de synode van 2011/2012, via www.kerkrecht.nl, in bijlage 7.5.) In het verslag van de bespreking is te lezen dat met deze overeenstemming rond hermeneutiek de argumentatie rond het besluit over de openstelling van de ambten voor vrouwen bijgesteld is. Teneur van die overeenstemming: als we Gods woord lezen, is de primaire reactie er een van luisteren, gehoorzamen. Zelf proef ik hier een verre echo van de manier waarop prof.dr. K.Schilder (u weet wel, die van lang geleden, van de Vrijmaking) het theologische vak ethiek omschreef. Ik zeg het even met eigen woorden: we zijn als mens verplicht om onze eigen wil ondergeschikt te maken aan Gods wil. En vervolgens bracht hij reliëf aan in de manier waarop je daarbij met de geopenbaarde wil van de Heer omgaat. Ook de actuele concrete situatie speelt daarbij een rol, naast elementen die rechtstreeks blijven gelden, zoals het gebod elkaar lief te hebben.
Voor het huidige gesprek binnen de kerken betekent dit op synodaal niveau gevoerde gesprek dat we ervan uit kunnen gaan dat voor- en tegenstanders van het gevallen besluit beide erkennen dat Gods woord het laatste woord heeft binnen de kerken, hoe lastig die erkenning ook is. Het vraagt ook zelfbeproeving: wil ik inderdaad op dat niveau het gesprek voeren, of bespeur ik toch bij mijzelf de neiging om de cultuur van de wereld, of die van de kerk, een beslissende rol te geven.

Uitdaging voor de kerken
Er zijn al kerken binnen het vrijgemaakte kerkverband die vrouwelijke ambtsdragers kennen; er zijn er vast ook die bij de eerstkomende procedure om nieuwe ambtsdragers te vinden de geboden vrijheid zullen gebruiken. In andere kerken zal een gesprek gevoerd worden over de manier waarop. En voor weer andere gemeenten zal het niet eens in bespreking komen. Maar alle kerken hebben te maken met een nieuwe werkelijkheid: ook als je als kerkenraad besluit geen gebruik te maken van de vrijheid, zul je op de kerkelijke vergaderingen vrouwelijke afgevaardigden tegenkomen en wordt je als gastpredikant misschien wel in de kerkdienst opgeleid door een vrouwelijke dienstdoende ouderling. Er is een nieuwe situatie ontstaan, die om bezinning op de praktijk vraagt. Jos Douma (predikant GKv Zwolle-centrum) is daar op zijn website al mee begonne. Heel kort samengevat: hij roept niet op elkaar vast te houden, maar de Heer vast te houden ‘en bij hem te ontdekken hoe we samen op weg kunnen zijn en blijven’. Hoe ga je binnen de gemeente en in het verband van de diverse gemeentes om met een diversiteit die verder gaat dan de voorkeur voor een liedcultuur, maar die op een heel belangrijk punt, van het ambt, tot een verschillende opstelling leidt. En ook in breder verband speelt dit een rol: wat betekent dit voor de verhouding met andere kerkverbanden in binnen- en buitenland?
Laten we eerlijk zijn: dat vraagt om een andere manier om met verschillen om te gaan dan tot voor kort binnen de GKv gebruikelijk was. Dat is ook te merken in diverse reacties in de sociale media.

Wel of niet vlees eten
Bij het nadenken over het besluit en wat dit betekent voor de kerken, moest ik denken aan de discussie binnen de gemeente van Rome, aan het begin van de geschiedenis van de nieuwtestamentische gemeente. Dat was ook een heel principieel geladen punt. Mag je vlees eten dat via de omweg van de afgodentempel op je bord belandt? U leest daarover in Romeinen 14. Er zitten in dat hoofdstuk punten van vergelijking en uiteraard ook dingen die niet zomaar van toepassing zijn. Eerst maar de vergelijking: “wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. (vs 6)“ Daarom roept de apostel op om elkaar te aanvaarden zoals Christus ons aanvaard heeft. Beslissend is dat voor- en tegenstanders hun positie laten bepalen door hun verstaan van Gods woord. Maar ze komen toch tot een verschillende praktijk. Dat kan binnen de gemeente van de Heer. Een leerpunt, ook voor ons. Paulus kiest wel positie: hij noemt het standpunt van wie alleen groente eet zwak, maar schuift die broeders en zusters niet weg. Hij wijst op het koninkrijk van God dat bestaat in liefde, vrede en gerechtigheid.
Er zijn ook verschillen met de huidige situatie. En daarom kun je niet zomaar zijn praktische uitweg op vandaag toepassen. Hij roept de sterken in het geloof op om geen aanstoot te geven aan de mensen die geen vlees willen eten. Dat is een toepassing in het privéleven van de leden van de gemeente, en ook voor de gezamenlijke maaltijden. Kun je die oproep om ‘geen aanstoot te geven’ ook gebruiken voor het gesprek over publieke zaken? Daarbij ligt het weer anders. Je kunt de ander toch niet gijzelen met je eigen standpunt? Maar de erkenning dat je ook op het punt van het ambt kiest ‘om de Heer’ maakt wel dat je die ander mee wilt nemen op je weg.
Er zullen ook kerkleden zijn die ‘om de Heer’ menen dat hiermee een punt bereikt is waarop je de gemeenschap met elkaar moet opzeggen en je moet afscheiden. Ook dat kwam in de sociale media al naar voren. Dat hoort ook bij de pijn die het genomen besluit met zich meebrengt en met het niveau van de zaken in geding. Met dit artikel wil ik duidelijk maken dat het volgens mijn bescheiden mening niet hoeft, en tegelijk oproepen tot zelfbeproeving: ga je eigen motieven daarbij na. Als het echt ‘om de Heer” is: alle respect. Als er andere motieven zijn, ben je net zo modern als je de voorstanders van de vrouw in het ambt verwijt.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 24 juni 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)