Vraag: wat is het trending topic in de GKv anno 2015? Antwoord: discipelschap. Gelovigen en gemeenten vragen zich af hoe ze in onze samenleving herkenbaar christelijk zijn. En dat een ‘kerk met karakter’ (Heitink) zijn grenzen en gebruiken heeft, is inmiddels geen nare gedachte meer. Maar dan wel graag grenzen waarvoor je in overtuiging kiest – en waarin je elkaar soms vrij kunt laten. Een gedeelde overtuiging achter de regels, met ruimte om te groeien en elkaar verder te helpen. Met andere woorden: hoe kun je je als gemeenschap samen oefenen in de navolging van Christus?

In Amersfoort-centrum is er een jaar aan gewijd, vanuit een interessante invalshoek: hoe kunnen we samen groeien in christelijke deugden? Dat leverde een bundel op die zeker vijf bijeenkomsten van kleine groepen of wijken ruim van inhoud voorziet. Bij ieder hoofdstuk worden gespreksvragen gegeven en achterin het boek volgt uitleg over hoe een gemeenteproject eruit zou kunnen zien.

Inhoud
Ad de Bruijne waardeert die focus op christelijke deugdontwikkeling vanuit de Bergrede en waarschuwt dat we niet moeten denken dat we nu van alles moeten gaan presteren: Jezus Christus heeft zichzelf gegeven en daarmee het koninkrijk waarvan we getuigen, geopend en zijn Geest helpt ons vervolgens om daarnaar te leven. De Bruijne onderstreept (p.21) het belang van het gezamenlijk oefenen van de deugden voor mensen met als levensdoel: een karakter dat lijkt op dat van Jezus.

Pieter Vos stelt dat christelijke deugden het beste kunnen groeien in de context van de christelijke gemeente. Hier is sprake van een gemeenschap die vanuit haar traditie zegt: zo willen wij zijn, zo willen we doen. De gemeenschap vormt de gelovige. Daarbij is de liturgie van de gemeente een kernpunt. Niet omdat die kerkdienst nou zoveel belangrijker is dan wat je daarbuiten doet, maar omdat je in de kerkdienst leert genade te ontvangen. Dat is de bron van christelijke deugd: openstaan voor de genade van Jezus Christus. En die genade heeft alles te maken met het getuigend leven dat daaruit volgt, binnen en buiten de kerk.

Dan snijdt De Bruijne vervolgens een spannend punt aan: de gemeente-ethiek. Dat is iets anders dan een collectief gedragspatroon (kerkelijk uniform) of de suggestie dat ieder zijn eigen keuzes, mits bijbels gegrond, moet kunnen verantwoorden (christelijk individualisme). Gemeente-ethiek is ervoor kiezen jezelf te laten vormen door de God-gegeven gemeente. Die gemeente is een afspiegeling van het komende koninkrijk. De onderlinge liefde geeft er de toon aan en stuurt ook de houding van de gemeente naar buiten. Eensgezindheid leidt er tot aanvaarding, open gesprekken en groei in een gedeelde levensstijl.

De gemeente als oefengemeenschap ontstaat niet vanzelf, schrijft Hans Schaeffer daarna. Dat de gemeente in de wereld staat, maakt dat christenen een dubbele vorming krijgen: die van de kerkelijke gemeenschap en die van de omringende cultuur. Deze vorming is onderling ook nog vaak tegenstrijdig en brengt in ieder geval vragen met zich mee. De gemeente die een oefenplaats wil zijn, moet daarom twee uitdagingen aangaan: toewijding en trouw leren aan mensen die in de samenleving leren vooral voor zichzelf te kiezen, en christelijke navolging benadrukken zonder geestelijk elitekorps te worden. Ook hier ligt de sleutel weer in de liturgie: het samen belijden van het geloof en het vieren van de sacramenten bepaalt ieder bij zijn of haar afhankelijkheid van God. En zo kan een gelovige echt leerling zijn: de wil ontwikkelen om te gaan leren leven als toegewijd en betrokken gelovige (p. 90).

Voor buitenkerkelijken is het karakter van de gemeente vaak meer zichtbaar dan bijvoorbeeld de verkondiging. De gemeente wordt door Jezus dan ook opgeroepen een ‘stad op een berg’ te zijn (Mat.5). James Kennedy wijst er op dat de kerk zelf een getuigenis in de wereld moet zijn, een kerk met karakter, gevormd door navolging. Leidt dit tot hordes bekeerlingen? Misschien niet. Maar de gemeenschap is wel geloofwaardig, als ze zich zelf houdt aan haar eigen boodschap. Daarbij wordt het getuigenis van een gelovige sterker als hij overtuigd kan verwijzen naar de gemeenschap die hem vormde. Die gemeenschap van navolging is als vanzelf een open gemeenschap, zowel binnen als buiten de kerkmuren in gesprek met niet-gelovigen.

Pluspunten:
De focus op de gemeente als groeiplaats voor deugdelijk christenzijn is niet alleen goed onderbouwd, maar komt ook tegemoet aan het verlangen van velen om een nieuwe onderlinge band te ontdekken. Een groeiplaats voor allen, waar mensen een voorbeeld aan elkaar kunnen nemen vanuit hun gedeeld band met Christus.

In het tweede hoofdstuk geeft Pieter Vos een scherpe uitleg van de manier waarop de reformatoren en de kerk met de Wet en de deugden zijn omgegaan. Hij zet ze vervolgens niet tegenover elkaar maar naast elkaar: wie de geboden wil houden heeft daarvoor een set deugden nodig om steeds weer de juiste keuze te maken. Hier wordt met weinig woorden een brug geslagen tussen de kerkelijke generaties die zich op dit moment in de GKv bevinden.

Na het laatste hoofdstuk volgt een praktijkverslag, van de uitvoering van een gemeenteproject over deugden. Dit levert veel ideeën op over hoe zoiets aan te vliegen is – je zou het zelfs als stappenplan kunnen hanteren.

Minpunten:
Het boek gaat soms erg snel. De deugdethiek wordt kort maar helder uitgelegd, een naam als Thomas van Aquino slechts genoemd. In de opzet van dit boekje zeer verdedigbaar, maar zoiets zal voor sommige mensen zeker verdere studie oproepen.

Het hoofdstuk over gemeenteopbouw wordt niet erg concreet. Hans Schaeffer geeft aan op welke gezamenlijke en unieke kenmerken je moet letten als je een plan schrijft voor je gemeente, maar daarna wordt het een vrij theoretisch hoofdstuk, dat deels een herhaling is van voorgaande hoofdstukken. De vragen bij dit hoofdstuk roepen overigens wel degelijk op tot bezinning op een concrete praktijk en maken het tot een mooi geheel.

Hetzelfde geldt voor het aanwijzen van de liturgie als kernpraktijk voor het oefenen van deugden: dit wordt een aantal keer genoemd, ook met voorbeelden erbij, en zelfs met de vraag of we in dit licht onze eredienst ook anders moeten gaan zien. Maar een concrete oefening of uitnodiging om dan op die liturgie te reflecteren, ontbreekt.

En een praktisch puntje: het boekje heeft een korte literatuurlijst, voor een gemeenteproject zou het handig zijn om ook een overzicht van Bijbelplaatsen te geven.

Een project voor jouw gemeente?
Discipelschap, een trending topic. Moeten we dus nu allemaal aan de slag met dit boekje? Ja, als:

  • Je geholpen wilt worden om samen in gesprek te gaan over je diepste verlangen: navolging van Christus
  • Je bereid bent om eerlijk in je eigen hart te kijken en samen met anderen te zoeken naar wat Christus voorleeft.
  • Je in een gemeente zit waar het gesprek (te) vaak gaat over allerlei verschillen, en je elkaar daarbij niet kwijt wilt raken

Denk ook aan de praktische kant: ieder gemeenteproject kost tijd, energie en vraagt inzet van (een groot deel van) de gemeente. Kies wat je doet (en wanneer) en doe dat goed, dan komt het tot bloei. Jos Douma, predikant van de Plantagekerk in Zwolle, vindt het boek een aanrader en de gemeente gaat er komend jaar mee aan de slag. Wie zijn weblog volgt, blijft ongetwijfeld op de hoogte!

Nav Oefenen in discipelschap. De gemeente als groeiplaats van het goede leven. James Kennedy en Pieter Vos (red.). Uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer, 2015

Jannet de Jong

Jannet de Jong

Adviseur Praktijkcentrum
Maakt graag samen nieuwe plannen die passen bij jouw gemeente. Doet dat het liefst in een duurzaam proces. Studeerde theologie en missionair gemeente-zijn met de vraag: hoe ben je kerk vandaag en wat heb je daarvoor nodig? Werkt aan gemeenteonderzoek en denkt na over krimpende kerken. mail Jannet
Jannet de Jong
Jannet de Jong

Latest posts by Jannet de Jong (see all)