Pia Dijkstra is gepast blij: haar initiatiewetsvoorstel is nu ook door de Eerste Kamer. Vanaf 2020 moet elke Nederlander een keus maken of hij/zij orgaandonor wil zijn. Doe je dat niet, dan registreert de overheid toch een keus: geen bezwaar. Er zijn veel vragen die hierbij opkomen: is dit nu de rol van de overheid? Dringt die hiermee niet het privédomein van de burgers binnen? Maar ook vragen rond orgaandonatie zelf. Hoe staat het met de verhouding met je lichaam als je een orgaan van een ander, bijvoorbeeld een hart, meedraagt? En hoe zit het eigenlijk met hersendood. Kloppen de criteria daarvoor wel? Ik laat die vragen voor deze 1200 woorden allemaal even liggen, om stil te staan bij het voor mij opmerkelijke verschijnsel dat veel mensen, nu je keuze verplicht wordt, hun registratie hebben gewijzigd van ja naar nee. Uit protest tegen de wetgeving bijvoorbeeld. Of omdat de fleur eraf is: doneren doe je uit liefde. En niet vanuit een of andere regel.

Liefde en de wet
Het punt zie ik. Vanuit liefde voor de medemens heb je je ooit beschikbaar gesteld als donor. Zelf heb ik nog een kaartje uit de jaren negentig daarvan. Nu komt er een bepaling dat je hoe dan ook een keuze maakt. Vergelijk het met een man die nooit spontaan iets aan zijn vrouw geeft, maar dat bewaart voor de maatschappelijk geëigende momenten. Of nooit zomaar zegt dat hij van haar houdt. Dat roept op zijn minst opgetrokken wenkbrauwen op: hoe diep zit het allemaal?
Toch denk ik dat je op die manier te kort doet aan de liefde. Want je zet hem op die manier op een lijn met de wet. En dat zijn toch echt twee verschillende dingen. Ik denk even aan wat ik las bij de onlangs overleden christelijke pedagoog Willem ter Horst. Hij beschrijft een soort cascade: de liefde staat bovenaan. Dan volgen de dingen die je belangrijk vindt, waarden. Die leiden weer tot normen. En, ten slotte, normen worden specifiek in regels. (Ik kwam dat tegen in het boek dat hij samen met Margriet van der Kooij schreef: Als kinderen andere wegen gaan). Het doet recht aan wat Paulus zingt in 1 Korintiers 13: “Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.” En op een andere plek zegt hij dat de liefde de vervulling van de wet is. (Romeinen 13:8.)

Vervulling of vervanging
Nu is er voor ons gevoel soms sprake van liefde als vervanging van de wet. Denk bij dat laatste aan het enorme pak wetgeving in Nederland, waar we het vaak voelen wringen, bijvoorbeeld in het uitzettingsbeleid van uitgeprocedeerde asielzoekers. Liefde tegenover recht. Maar het kan net zo goed gaan over de wetten die God geeft in de Bijbel. Zo kun je het zevende gebod uitspelen tegen de liefde bijvoorbeeld. Klassiek is het voorbeeld van de krijgsgevangen vrouw die zich laat bezwangeren door een bewaker om thuis te komen bij haar man. De situatie en die alleen bepaalt je gedrag en de vorm die de liefde aanneemt. De liefde vervangt hierbij de wet. Lastig puntje daarbij: Paulus heeft het over de vervulling van de wet. Je kunt je gedag kiezen ‘omdat het zo hoort’, omdat het politiek of anderszins correct is. Regels worden dan al snel regeltjes die je in de weg staan. Je kunt je gedrag, je volgen van de regels ook vullen vanuit de liefde.
Dat kan per stadium in je leven verschillen. De catechisant die toch maar op komt dagen, omdat de heibel die het thuis geeft op die fase in zijn ontwikkeling zwaarder weegt dan zo’n in zijn ogen stom en overbodig uurtje kan even later heel belangstellend en enthousiast meedoen. Het regeltje is opeens een goede gewoonte geworden. (Helaas gaat dit niet altijd op.) Gaat het niet vaak zo? Je wordt aan het denken gezet door de manieren van de mensen met wie je samenleeft; voor een groot deel hebben die manieren woorden gekregen in de vigerende wetten. Soms kun je er niet onderuit; denk aan de belasting die ingehouden wordt op je loon. We belijden (Zondag 39 HC) dat ik ook in mijn wel moeten luisteren naar de overheid, hen eer, liefde en trouw bewijs. De liefde vervult de wet.

Nog donor? Ja!
Vandaar dat ik geen enkele reden zag om op mijn keus, medio jaren negentig gemaakt, terug te komen. Die heb ik samen met mijn directe familie gemaakt vanuit bewogenheid met wie op een orgaan van een ander wacht. Ik heb ook gezien, in die tijd, dat er voor iemand die daarop wachtte, geen nieuw orgaan beschikbaar kwam, met als gevolg een jong overlijden. En in mijn keus speelde ook mee dat ik als predikant vertrouwd was met ziekte en met de vragen die zich op de grens van leven en dood afspelen.
Dat ik nu verplicht ben om een keuze te maken, verandert voor mij niets aan de motieven van waaruit ik destijds die keuze maakte. Ik denk dat het ook voor wie nu moet kiezen, niets uitmaakt. Misschien met het pistool op de borst, figuurlijk dan, zul je positie moeten kiezen rond orgaandonatie. Had je honderd jaar eerder geleefd, dan was het geen punt van overweging geweest. Maar je leeft vandaag, waarin die mogelijkheid er wel is. Bewogenheid met je zieke medemens is het enoge wat je over de brug kan helpen.

Vertrouwen
Dit artikel heb ik geschreven vanuit mijn instemming met het idee van orgaandonatie. Zolang ze me wilden hebben, heb ik ook heel wat halve liters bloed afgestaan, de meest simpele vorm van transplantatie. En ik heb, vertrouwen in de medische wereld. Ik lees heel wat berichten waar je van schrikt, als het allemaal waar is. Over hoe het misgaat aan de andere kant van de wereld. En ik ken de medische thrillers van de arts Robin Cook uit de States. Maar ik ken ook vanuit mijn kennissenkring de integriteit van de medici. Met die Nederlandse werkelijkheid heb ik te maken. Zie voor een beschrijving van de gang van zaken de Volkskrant van zaterdag 24 februari. Dat vertrouwen is voor mij heel belangrijk, omdat ik ook zie hoeveel pijn, letterlijk, wantrouwen teweegbrengt. Denk aan mensen die pijnstilling maar heel moeizaam accepteren vanuit hun wantrouwen tegen de arts die misschien wel teveel geeft.
Dit artikeltje ging over de liefde: een toespitsing van de liefde op de vraag naar orgaandonatie. Bij liefde, Paulus noemt dat uitdrukkelijk, hoort vertrouwen: de liefde denkt van de ander geen kwaad. Misschien wel het moeilijkste in heel dat lied van 1 Korintiërs 13. Want er is zoveel kwaad in deze wereld. En als christen ben je altijd op de hoede voor een overheid die haar grenzen overschrijdt. Maar het helpt mij wel om die ander, ook in zijn witte jas, met vertrouwen tegemoet te treden.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 3 maart 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)