Woensdag 7 september, Nederlands Dagblad. Een man van 42 zegt: het geloof is mijn houvast. Donderdag 8 september, Nederlands Dagblad: een oude vrouw, 92 verklaart: Jezus is mijn houvast. Die zinnen houden me bezig omdat je aan de hand daarvan kunt uitleggen wat er in deze tijd met het geloof aan de hand is, wat daarin verandert. Je kunt de woorden van die oude vrouw zo uitleggen: ik zoek mijn houvast buiten mijzelf, in Jezus. Terwijl de woorden van die man zouden kunnen betekenen: wat mij richting geeft in mijn leven is mijn eigen vormgeving van mijn geloof.

Maatwerk
En daarmee gebruikt hij precies de woorden die aanduiden hoe mensen tegenwoordig met hun geloof omgaan. Eeuwenlang kregen mensen in het geloofsonderricht een heleboel inhoudelijke dingen mee. Lees de Heidelbergse Catchismus maar, of de New City Catechismus van Tim Keller (www.newcitycatechismus.nl). Keller heeft daarin vier oude gereformeerde belijdenisgeschriften samengevat in 52 vragen en antwoorden. Dat hij in zijn situatie van New York dat doet en dat dit nagevolgd wordt in Nederland, laat meteen zien dat er niets mis is met weten waar je het over hebt, ook in geloofszaken. (En, aangenomen dat Keller achter zijn eigen werk staat, vraag ik mij af waar het idee vandaan komt dat hij een algemene verzoening zou leren. Deze catechismus spreekt duidelijk over het oordeel van God over wie niet gelooft.) Bij deze benadering hoort: mijn houvast is Jezus Christus. De centrale vraag uit onze eigen catechismus.
Deze manier van leren staat echter onder behoorlijke kritiek: je leert antwoorden op vragen die je zelf niet gesteld hebt en die je, ook niet achteraf, niet als je eigen vragen herkent. Het zijn ook voorgeschreven antwoorden, die je misschien wel met eigen woorden kunt weergeven, maar die ook dan niet de garantie geven dat het iets van jezelf is: gereformeerden zeggen dat… (vul maar in). Maar wat zeg ik?
En daarmee kom je terecht bij de manier waarop mensen in onze cultuur hun geloof samenstellen. Hier wat vandaan en daar wat vandaan en dat mondt uit in een heel persoonlijke mix. Het hoeft dan ook niet allemaal uit de Bijbel te komen. Vaak gaat het dan over wie God voor mij is. Er is wel op gewezen dat Christus daarbij op de achtergrond raakt. Je kunt eindeloos praten over jouw idee van God, want dat is ongevaarlijk, maar zodra Christus ter sprake komt, moet je wel stil staan bij jezelf. Hij had iets met zonde te maken, toch? De inhoud van je geloof wordt maatwerk. Het past alleen bij jou. Dat is het ideaal. Maar net zo als het interieur van veel mensen de meubelmode van het moment weerspiegelt, hoe persoonlijk de in massaproductie vervaardigde ornamenten ook uitgekozen zijn, net zo zit er in het streven naar maatwerk alleen al iets trendmatigs. Is het nog wel maatwerk? Of heeft dat heel persoonlijk ingevulde geloof toch veel algemene trekken?

Twee kanten
Vooropgesteld: het is iets om blij van te worden dat die persoonlijke kant van het geloof naar voren komt. En er is een prachtige diversiteit van geloven bij al die verschillende mensen over heel de wereld en door alle tijden. Als gereformeerden moeten we ook eerlijk toegeven dat die verscheidenheid soms platgedrukt is, in een keurslijf gedwongen, ook door de manier waarop we de belijdenis gebruiken. Mensen zijn daardoor in de knel gekomen en de indruk is ontstaan dat geloven betekent dat er een systeem van onbetwijfelde waarheden bestaat, een massief bouwwerk. Maar heeft het wel een ingang?
Aan de andere kant moet je ook zeggen: in de woorden ’mijn geloof’ kun je zomaar blijven hangen in wat je er zelf van kunt begrijpen. En voor je het weet heb je God dan net zo netjes opgeborgen in je eigen ideeën als je denkt dat het in de klassieke vormgeving van de belijdenis gebeurde. Maar daar heb je niets aan. Vergelijk het met een wandelstok. Die geeft pas steun als je hem op een stevige plek naast je voeten zet. Of, heel Bijbels, met een anker. Dat geeft vastheid wanneer het in stevige grond terecht komt. Zolang het opgeborgen is in het ruim van het schip, doet het niets. En ons anker is in heel stevige grond uitgeworpen: het ligt vast in de hemel zelf, Hebreeën 6. Je houvast ligt buiten jezelf.

Vader en vaders
Je kunt dat verduidelijken door even na te denken over de manier waarop gesproken wordt over God als Vader. Dat heet soms een metafoor: je komt hier op aarde vaders tegen; zoiets, maar dan veel grootser is God als Vader. God lijkt een beetje op wat we hier tegen komen aan vaders. Je projecteert je eigen ervaringen met vaders op Hem. Het nadeel is dat je bij projectie uitvergroot. Ook de minder geslaagde dingen. Denk aan de foto die er op je telefoon best goed uitzag, maar toch niet geschikt is voor het grote scherm.
In de Bijbel zit dat net anders. God is de enige echte vader en wij als vaders en moeders mogen een beetje lijken op Hem. Niet Hij is een metafoor van ons, maar wij zijn het van Hem. En dan komt het lastige: de manier waarop we iets van Gods vaderschap ontwaren betekent ook dat we soms toch de sprong maken van beneden naar boven. We zien aan de zorg van ouders hier iets van Gods zorg. Zo wordt het in de Bijbel zelf ook gebruikt.
Wat heeft dit te maken met wat hierboven staat over de individualisering van het geloof? Als Gods vaderschap niet meer dan een vergelijking is, wordt Hij mijn gedachten binnen getrokken en is Hij niet meer dan de verzameling van mijn wensen en dromen. Als Hij de enige echte Vader is, komt Hij wel mijn leven binnen en spreekt Hij me aan, maar blijft Hij tegelijk God boven mij, en daarom zo waardevol omdat Hij niet in mijn doosje past en een uitzicht biedt dat geen men(selijke organisatie) mij bieden kan. Ik geloof niet mijn geloof, maar ik vertrouw op Hem en op zijn Zoon.

Ten slotte
Als ik beide mensen uit de inleiding van dit artikel had gesproken had ik graag wat aanvullende vragen gesteld. ~En daaruit zou zomaar kunnen blijken dat ik ze met de manier waarop ik gebruik maak van hun uiting van vertrouwen onrecht doe. Waarschijnlijk zou die man zeggen: maar dat bedoel ik ook, in mijn geloof doe ik een beroep op Jezus die nu in de hemel is. Ik heb de zinnen alleen gebruikt om mijn verhaal te kunnen vertellen.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 september. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)