Zaterdag 22 september is naar aanleiding van de verschijning van het boek van Steve Timmis en Tim Chester, Midden in het leven, een studiedag in het diaconessenhuis te Amerongen. Een studiedag over de soms gevoelde spanning tussen pastoraat en missionair bezig zijn. Een boeiende dag, omdat de uitkomst min of meer was dat die spanning niet nodig is. Wel was een andere spanning voelbaar: die tussen de ‘gewone’ kerken en de beweging van gemeentestichting.

Frontaal

Henk Bakker herinnerde aan de woorden van de kerkvader Tertullianus, die het leven van de christenen beschreef: midden in de maatschappij van die tijd. Ze doen niet andere dingen, maar de doen de dingen anders. Volgens hem was die vanzelfsprekende samenleving veranderd in één waarbij de kerken voor een frontale aanpak gekozen hadden. Een die gekenmerkt werd door het tegenover de wereld. Dat is tot in de inrichting van de kerk zichtbaar. Hij is niet de eerste die mij daarop wees. Ik herinner mij uitlatingen van prof.dr.C.Trimp, waarin hij uiteenzette dat het antithesedenken van Abraham Kuyper meer geschikt was om muren op te richten tegenover de boze wereld dan om de naaste met het evangelie te bereiken. Als je met die ogen naar zowel de inrichting van het kerkgebouw als de inrichting van de eredienst kijkt, valt die geslotenheid soms heel opvallend op. Wij tegenover zij. Misschien ook wel omdat er een groot verschil is gekomen tussen de cultuur van vandaag en de cultuur van, zeg maar, de jaren dertig, met in de kerkbouw soms een triomfalisme:

wij gereformeerden tellen tegenwoordig ook mee. Van dat triomfalisme wil Henk Bakker met Tertullianus afscheid nemen: geloof en boetvaardigheid horen bij elkaar. Dat zei Calvijn trouwens ook.

Pastoraat

Jos Douma, predikant van een ‘gewone’ gemeente, duidde eerst de spanning aan die gevoeld kan worden tussen missionair bezig zijn en pastoraat. Het laatste roept het beeld op van thee drinken en sussen, terwijl het eerste een dynamisch gevoel oproept. Wil je tegenwoordig mee tellen als kerk, dan moet je missionair zijn. Hij wijst erop dat er dan iets misgaat. Juist door als kerk te zijn wie je hoort te zijn volgens de bijbel, ben je missionair. En in navolging van onze heiland is de kerk pastoraal. Hij is immers de goede herder. Dan moet je het begrip wel ontdoen van het wat duffe imago dat het inmiddels heeft. Als pastoraat gaat over het begeleiden van mensen op de weg van Christus,een veel gebruikte definitie, is er van op de plaats rust ook geen sprake. Overigens is het pastorale niet de enige functie van de kerk: ook het diaconale en het spirituele komen in beeld.

In de bespreking trof mij de spanning tussen pastoraal bezig zijn binnen en buiten de kerk. Kan/moet een predikant ook pastoraal werken onder niet-kerkleden? Kom je daar wel aan toe? Een spanning die je ook voelt in bijvoorbeeld de bevestigingsformulieren van de GKv voor ‘gewone’ dienaren des woords en missionaire. Terwijl ze beiden inzetten bij Jezus als de goede herder (pastoraat) worden in het formulier voor ‘gewone’ predikanten alleen taken binnen de gemeente genoemd. In het formulier voor missionaire predikanten wordt juist het herderlijk werk van Christus uitgewerkt in de missie voor niet-gelovigen.

Naar mijn overtuiging is het goed hier verder over door te denken. Vorig jaar vroeg prof. dr. J.van Bruggen aandacht voor het hijgerige in de nadruk op missionair bezig zijn. Dat is het zeker als missionair bezig zijn iets extra’s is dat ook nog moet. Maar als het de resultante is van je bestaan als kerk mag je gewoon jezelf zijn als christen en als kerkgemeenschap en is dat juist bij uitstek missionair. Zie dat bevestigingsformulier voor missionaire predikanten: Christus’ inzet als de goede herder gaat verder dan zijn zorg om de verloren schapen van Israël. Blijft nog de vraag van Henk Bakker over de frontale opstelling. In hoeverre werkt de manier waarop we vorm geven aan de boodschap belemmerend voor het bereiken van de ander ?

Taart

Stefan Paas zette de kerken aan tot zelfonderzoek. Is het missionaire te vergelijken met een taartpunt in je kerkzijn? Dan smaakt de rest nog net zo als je die punt wegdenkt. Of is het een ingrediënt in de taart, bijvoorbeeld de suiker. Dan smaakt de hele taart nergens meer naar als je het weg zou laten. Hij ging ook in op de inzet van het gepresenteerde boek: midden in het leven. Een vervolg op Total Church, dat in 2010 verscheen en dat beschrijft hoe in Sheffield er een beweging op gang kwam met grote nadruk op het woord van God en op de gemeenschap. Geen formule die snel succes beloofd overigens: ook wat nu bereikt is in die Engelse stad, vroeg zo’n dertig jaar inzet. Met die nadruk op gemeenschap is een mogelijk antwoord gegeven op de vragen van mensen in deze tijd. Hij wees erop dat ook andere vormen van bezigzijn met de boodschap van de bijbel mogelijk en nodig zijn. Niet iedereen voelt zich hierdoor aangesproken, of heeft, om nog een keer terug te komen op Henk Bakker, de mogelijkheid om zo intensief deel te nemen aan het leven van de gemeente.

Dus zet niet alles op die ene kaart, maar probeer goed te luisteren naar de vragen van de mens van vandaag. Ken de cultuur waarin je leeft, en waarvan jezelf een onderdeel bent.

— 

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 12 oktober 2012. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)