Het is met de mantel der liefde vreemd gegaan. Ik vermoed dat het om een combinatie van twee bijbelteksten gaat: het verhaal van de zonen van Noach: twee trokken een mantel over hem heen terwijl hij daar door dronkenschap ontluisterd lag en de derde keek spottend toe. Het komt terug in 1 Corinthiërs 13, als Paulus in dat prachtige hoofdstuk zegt dat de liefde alles bedekt.  Je hoeft de misstappen van een ander niet breed uit te meten. Niemand zit te wachten op riooljournalistiek, hoop ik.

De uitdrukking wordt ook gebruikt als het vermoeden bestaat dat er druk op iemand uitgeoefend wordt om de wetsovertredingen van een ander maar niet aan te geven. Dat is een van de dingen die rond gaan nu in Amersfoort weer een zaak van omvangrijk seksueel misbruik ontdekt is. Een zaak van lang geleden. Hoe hebben de ambtsdragers  in kwestie zich toen opgesteld? Is dat misbruik met de mantel der liefde bedekt, of is de zaak onder het vloerkleed geschoven? Het doet dan onzichtbaar nog steeds zijn werk. In het spraakgebruik zijn de beide uitdrukkingen in elkaar geschoven. Helaas. Wat je met de mantel der liefde bedekt is verdwenen; wat je onder het vloerkleed veegt, komt vroeg of laat terug. Soms denk je het eerste te doen, maar is het in feite het tweede. Het is dan, een andere vergelijking, een ingekapselde ontsteking die vroeg of laat naar buiten komt. Dat is in Amersfoort gebeurd.

Openheid
Wat opvalt aan de reactie van de kerkenraad van nu is de openheid waarmee ze communiceren. Er is een door het Meldpunt Seksueel Misbruik een team benoemd van een jurist, een theoloog en een gedragswetenschapper die de gang van zaken indertijd moet onderzoeken. “Recherchewerk”, zegt de woordvoerder van de kerkenraad, die voor zijn pensionering woordvoerder van de politie was. De dader moet schoon schip maken. Daar zijn de slachtoffers van toen mee gebaat. Zij dragen de last van het misbruik en van het stilzwijgen met zich mee.
Openheid is in de lijn van de Bijbel. Ik denk aan een tekst uit Efeziers 5: “Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden”. Ik besef dat het laatste deel van deze tekst wel gebruikt is om juist zaken onder het vloerkleed te schuiven, maar gezien het eerste gedeelte kan dat niet de bedoeling zijn. Breng het maar aan het licht.
Dat is juist zo belangrijk omdat het bij seksueel misbruik om situaties gaat waarbij de een macht heeft over de ander. Dat kan lichamelijk zijn: denk aan verkrachting. Dat kan ook in andere dingen zitten: iemand maakte mij ervan bewust dat Bijbelkennis binnen de kerk ook een vorm van macht inhoudt. Maar je kunt ook denken aan de gesprekstechniek van een hulpverlener. Hoe gebruik je die macht dan. Dus ook de kerkelijke functionaris is gebaat bij openheid. Ik weet een kerk die de deuren van de lokalen toch maar voorzien heeft van raampjes. Je kunt daar ook een moeilijk woord voor gebruiken: laat maar transparant zijn hoe je werkt. Dat bewaart je misschien voor misbruik van je macht.

Buiten verband
In mijn overtuiging speelt dat ook in een andere zaak die de laatste tijd naar voren komt. Binnenkort, op 31 oktober, is er een studiedag in de Nieuwe Kerk te Kampen ter gelegenheid van het feit dat vijftig jaar geleden de zogenaamde Open Brief is verstuurd. Daar moet je een heleboel bij vertellen, dat weet ik, maar het was de aanleiding om kerkelijk actie te ondernemen tegen wie hem ondertekend had. Dat predikanten, soms telefonisch daarom gevraagd en zonder de brief gelezen te hebben, tekenden, was soms al reden genoeg om ze te schorsen en af te zetten. Een kerkscheuring volgde.
Sinds de dissertatie van Ab van Langevelde over Cornelis Veenhof zeker, en van de kant van de Nederlands Gereformeerden al veel langer, hangt daar ook de trieste sluier van het vermoeden van misbruik van macht over. Een heel andere situatie, dat besef ik, en totaal niet te vergelijken met de moeite in Amersfoort , maar in de week dat het misbruik in Amersfoort in het nieuws kwam, viel mij een ding op. Terwijl iedereen het goed vindt dat de kerkenraad van Amersfoort-Oost nu de zaak uitgezocht wil hebben, blijft het stil rond ‘1967’. Op Facebook heb ik een hele conversatie gevolgd waarvan de teneur was: misschien is zo’n bijeenkomst interessant voor zestigplussers (en dat ben ik) maar de anderen maken zich niet druk daarom. Zeker niet de twintigers en de dertigers. We vinden de weg naar elkaar wel. Dat laatste is op veel plaatsen ook zo. In geseculariseerd Nederland vinden christenen elkaar steeds meer. In zijn algemeenheid: dat is mooi.
Juist daarom is het belangrijk dat we, ook los van de discussiepunten van toen, kijken naar de manier waarop de strijd toen gevoerd is. Prof.dr. Erik de Boer heeft daar wel eens het pleit voor gevoerd: wijs een team aan voor waarheidsvinding in deze kerkelijke zaak, zoals in Zuid-Afrika na het afschaffen van de apartheid ook een commissie van waarheidsvinding verzoenend werk heeft gedaan. Laat ontstekingen van toen niet voortetteren, als daar sprake van is. Je komt het vroeg of laat toch weer tegen. Gooi het vloerkleed eruit. Een proefschrift over die tijd is mooi, en goed dat er nu een vervolg komt in een biografie van prof.J.Kamphuis, maar daarmee is nog geen recht gedaan.

Allergie
Waar speelt het verleden dan een rol, kun je vragen, als dat stukje geschiedenis voor jongeren helemaal geen punt meer is? Misschien wel in hun allergie voor de manier waarop binnen de kerken in het recente verleden discussies uitgevochten zijn. Dat willen we niet meer. (Ook de zestigplussers niet). En daarbij kan het goed zijn om in de rugzak die je als kerken meezeult te kijken wat voor ballast erin zit en er afscheid van te nemen. Uit het kerkelijk nieuws van de laatste tijd: de kerkenraad van de GKv Enschede-Noord heeft dat gedaan naar de Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede en er zijn werkelijk dingen opgeruimd: binnenkort vieren de zeven gereformeerde kerken van die plaats  samen avondmaal (ook de christelijke gereformeerde kerken doen daaraan mee) om dit te bezegelen.
Misschien, dat is mijn stille hoop, geeft dat dan ook de ruimte om rustig bij een open Bijbel met elkaar in gesprek te gaan over de vragen die toen de aandacht vroegen en dat nog steeds doen: wat betekent het om een gemeenschap te zijn waarvan Jezus Christus het fundament is. (Ik sluit me even aan bij een gewraakte, maar Bijbelse uitdrukking in de Open Brief. Zie 2 Cor.3: 11) )

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 15 oktober. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)