Wat kunnen we als ‘gewone kerken’ leren van kerkplanting? In de afgelopen maanden studeerden theologen juist op dit onderwerp. Mark Veurink (a.s. dominee van Franeker) bezocht veel huiskerken (waaronder 2 vrijgemaakte). Alrik Vos (kerkplanter CGK/GKV Heerhugowaard) deed onderzoek naar de effectiviteit van kerkplanting.

In dit artikel vindt u die conclusies uit deze onderzoeken die ook voor ons, als leden van ‘gewone kerken’ van waarde zijn. Daarbij gebruik ik een paar keer het woord ‘effectief’. Daarmee bedoel ik dat er mensen tot geloof komen doordat de Heer hen bekeert. En daarmee bedoel ik ook dat er mensen bij een kerk willen horen, omdat de leden van die kerk, de gemeenschap van de kerk dus, hen opzocht en ‘won voor Christus’ Effectiviteit ‘meet ‘ dus dat wat God zichtbaar deed, gerelateerd aan wat christenen voor God en niet-christenen deden.

Waarom zijn kleine kerken effectief?
Mark Veurink schreef, voor zijn master aan de TUK, Gods-Huizen, een onderzoek naar huis- en celkerken. Ik citeer daar een stukje uit en probeer er vervolgens twee lessen uit te trekken. In het citaat worden stukjes uit gesprekken met de huiskerkleiders cursief opgenomen.

De huiskerk is een kerkmodel waarbij maximaal 20 mensen samen een kerk vormen. In de vrijgemaakte kerken (op minstens 3 plekken) maken ze ‘semi-zelfstandig’ onderdeel uit van een grotere gemeente. Enkele citaten uit de scriptie:

‘De huiskerk biedt de mogelijkheid mensen te bereiken die met het traditionele kerkmodel niet bereikt zouden worden. Een leider: “Wil je verschillende lagen in de bevolking bereiken, dan moet je niet de illusie koesteren dat dat via een bestaand kerkmodel kan”.’

Traditionele kerken hebben last van een negatief imago, huiskerken hebben dat niet. Een leider: “Men heeft hier (n.b. in deze buurt) heel erg ervaren dat de kerken te veel gericht waren op regels en de kerk wordt niet als positief gewaardeerd, het geloof wel (…). De kerk heeft hier al tijden meegewerkt met de machthebbers. Houd jij ze dom, dan houd ik ze arm. Win-win. Dat hebben mensen door.

De drempel om een huis binnen te gaan is voor niet-christenen lager dan de drempel om een kerkgebouw binnen te gaan. Een leider: “Veel mensen voelen zich niet zo op hun gemak in een kerk. Ik had dat in het begin ook. Ik kwam dan wel uit de katholieke kerk, maar ik ging nooit naar de kerk, alleen met begrafenissen. Je associeert de kerk met vervelend en dood en dat soort dingen. Dat is een hoge drempel, een huis heeft dat niet.”

Huiskerken kunnen dicht bij mensen komen in hun eigen omgeving. Een leider: “Als iemand tegen je zegt: ik zou wel eens meer willen weten, dan stel je de vraag: zou je eens mee willen naar de kerk? Sommige mensen zeggen ja, maar de meeste nee. Maar als je vraagt: zou je het leuk vinden als ik eens iemand meeneem, dan gaan we kerk bij jou houden? Kan dat dan? Dat is een heel ander gedachtegoed.”

Wat kunnen wij, mensen uit gewone kerken, hier van leren?
Dat ‘gewone kerken’ sommige groepen Nederlanders nauwelijks bereikt. Willen we dat wel, dan vraagt dat een gerichte keuze, inspanning, geld, menskracht en bovenal liefde. Dat laatste vraagt meestal ook speciale mensen die in deze wijken, onder deze mensen, zich geroepen voelen daar te werken als Gods zendelingen.

Dat het aantal doelgroepen en locaties, wat we als ‘gewone kerken’ niet kunnen bereiken, nog steeds groeit. Als vrijgemaakte kerken hebben we echter voldoende mensen, geld en geloof om hier meer mee bezig te kunnen zijn. Dat vraagt slechts twee dingen.

  1. Een diep gevoelde urgentie dat we er als christenen in 2012 ‘weer op uit moeten’ in ons eigen Nederland, gezien de grote witte velden.
  2. Dat God ons daartoe graag wil inzetten en dat er zeker mogelijkheden zijn, die we als kerken samen kunnen uitvoeren en betalen.

Waarom zijn jonge kerken effectief?
Alrik Vos schreef HOOP, een onderzoek naar de missionaire effectiviteit van kerkplantingen binnen de NGK, CGK en GKv in Nederland voor zijn master aan de VU. Hij schreef in zijn scriptie zelf een aantal aanbevelingen voor ‘gewone kerken’ waarvan ik hieronder in eigen woorden een aantal weergeef.

Het verschil in effectiviteit tussen jonge en oudere kerken heeft vooral te maken met het verlangen, het denken en de gerichtheid van de voorgangers, de leiders en de leden. Dat heeft te maken met:

  • Het verlangen dat de kerk groeit door het toetreden van niet-kerkelijken
  • De verwachting dat God daadwerkelijk mensenlevens kan veranderen
  • Het optimisme van de voorgangers t.a.v. het bereiken van de niet-kerkelijken
  • Het roepingsbesef van de voorganger t.a.v. het bereiken van de niet-kerkelijken
  • Het gebruik van de middelen (tijd, geld, energie)

Alrik Vos schrijft: Wanneer kerken per classis/regio deze verschillen doordenken en elkaar daarop (blijvend) bevragen kan dit voor groei in kwalitatieve en kwantitatieve zin zorgen, mits God dit ook zegent.

Nog een conclusie en aanbeveling is: Kerkplanting kan voor kwantitatieve kerkgroei zorgen. Het geeft kerkverbanden de kans om ondernemende gaven te benutten voor de verspreiding van het evangelie. Het aantal kerkplantingen in Nederland is relatief klein. Ga daarom na of kerkplanting gestimuleerd kan worden, o.m. waar mensen nauwelijks bereikt worden met het evangelie.

Actie
Verder blijkt uit het onderzoek van Alrik Vos dat harde factoren (tijd, geld, energie) belangrijker zijn dan zachte factoren (woorden, contextualisatie etc.). Kerkgroei door kerkplanting vraagt dus niet alleen overtuiging, verlangen, optimisme en roepingsbesef. Het vraagt van een kerk (en een kerkgenootschap) om daadwerkelijke actie. Om (grote) giften in geld en tijd. Het vinden van personeel dat aan de slag kan en wil. En om geld voor gebouwen en woonruimte in wijken waar weinig christenen en kerken zijn.

Gezonden
Bovenal vraagt het om mensen die zich geroepen en gezonden weten. “Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen. (Rom. 10)

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe, 2012, nr. 20, 28 september. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Anko Oussoren

Anko Oussoren

Adviseur at Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko
Anko Oussoren
Anko Oussoren
Anko Oussoren

Latest posts by Anko Oussoren (see all)