Het Europese christendom is tobberig geworden. Christenen maken zich hier vooral zorgen over de toekomst. Worden we overspoeld door vluchtelingen, onder wie veel moslims? En houden we stand tegen het alles overheersende seculiere denken, dat zo vaak ook onszelf in de greep heeft? Het klimaat is in Afrika en Azië heel anders. Christenen zijn daar ondanks alle tegenwerking zelfbewust en enthousiast.

Enkele weken geleden was ik in Jakarta, Indonesië, om een intensieve cursus onderzoeksmethodologie te geven aan het seminarie van de Gereja Reformed Injili Inodesia (GRII), een van de Indonesische gereformeerde kerkgenootschappen.
Behalve dat het een aangename ontmoeting was met studenten en docenten, stelde dit bezoek me (opnieuw) voor het vraagstuk hoe het toch kan dat in Azië en Afrika zoveel vreugde en daadkracht bij de kerken aanwezig is, terwijl wij hier in Nederland ons soms vooral zorgen maken: over de secularisatie, over de krimp, over de bekostiging en de
manier waarop het beste kunnen bezuinigen. ‘Wie verre reizen doet kan veel verhalen’, is de zegswijze. En dat is zo. Het was meer dan veertig jaar geleden dat ik in Jakarta was, of beter dat ik Jakarta een dag bezocht.
In die tijd werkte ik als jong radio-officier (marconist) in dienst bij Shell. De Shell-tanker ‘Arca’ had haar werkterrein tussen Japan, Singapore, Indonesië, Australië en Nieuw- Zeeland. De tanker lag aan de kade van Tandjung Priok. Ook in de haven was er veel werk aan boord, maar een enkele keer was er de gelegenheid de wal op te gaan en de steden of het nabije binnenland wat te verkennen.
Tandjung Priok was toen vooral een havenplaats, met veel sloppenwijken en sterk vervuilde riviertjes en kanalen, de kali’s. Wandelen over het water was geen probleem, gezien de troep die in de kali’s lag. Het was wel een probleem voor de gezondheid als je in het water terechtkwam.
Jakarta was in die tijd een uurtje rijden door de chaotische drukte van een zich ontwikkelende wereldstad. De oude dingen uit de tijd dat Nederland nog als kolonisator aanwezig was, waren aan het verdwijnen en een enkel teken van nationale trots en zelfbewustzijn werd opgericht, zoals het 137 meter hoge Monumen Nasional op het Medan Merdeka, het voormalige Koningsplein.
De Indonesische bootsman die ons begeleidde, was een christen uit Celebes. Hij nam ons aan het einde van de dag mee naar een restaurantje dat vooral bezocht werd door zijn geloofs- annex eilandgenoten. Geloof speelde wel een rol, maar leek grotendeels cultureel ingevuld.

Zelfbewustzijn

Mijn recente bezoek vond plaats rond de verkiezingen voor een nieuwe gouverneur voor de hoofdstad-regio Jakarta. Verkiezingen die onder druk staan van godsdienstige tegenstellingen rond de christelijke gouverneur Basuki Tjahaja Purnama (in de volksmond Ahok genoemd), en behoudende islamitische groepen. De fundamentalistische islam rukt op en weerspiegelt tegelijk een groeiend zelfbewustzijn van Azië, Afrika en Arabië tegenover de westerse wereld.
Dit alles vindt plaats in een Jakarta dat steeds meer gedomineerd wordt door wolkenkrabbers, grote SUV’s, winkelcomplexen met alle luxe van de wereld, hotelketens en dure restaurants. Indonesië is een uiterlijk verislamiseerd land met het vermoeden van een sterke inwendige secularisatie binnen de hogere inkomensklassen.
In die context bezocht ik een dienst van de GRII waaraan het seminarie verbonden is. Het was een dienst in een kerk met 4500 zitplaatsen, er was een live streaming van de samenkomst, een professioneel koor met een professionele dirigent en een professionele organist.
De megagrote Messiah Cathedral is nadrukkelijk aanwezig in de omgeving, met ‘Solus Christus’ en ‘Soli Deo Gloria’ op de gevel. De preek was vurig, traditioneel gereformeerd qua ethiek, politiek zeer bewust over de mens als beeld van God, en met oog voor de rol van de politiek als hoedster van de geloofsvrijheid van die beelden van God. De Aziatische kerken zijn bovendien zelfbewust, het zijn immers geen kerken die in Europa en Amerika om geld komen bedelen. Het zijn zusterkerken die wat te zeggen hebben tegen de westerse secularisering.
Er werd met veel enthousiasme gepreekt over gereformeerd-zijn, over Abraham Kuyper, over de soevereiniteit in eigen kring, en de Reformatorische Wijsbegeerte als hulpmiddel voor het verstaan van de tijd en de context. Ik kon me niet herinneren dat ik zo’n enthousiasme over geloof en gereformeerd geloof recentelijk in Nederland had meegemaakt.

Neocalvinisme

Enkele jaren geleden had ik een vergelijkbare ervaring in Seoul, Zuid-Korea, tijdens een congres. Ook daar veel enthousiasme over het evangelie, over de gereformeerde ruimte die in het evangelie aanwezig is, de herstellende kracht voor de staat en het onderwijs van het neocalvinisme van Kuyper en de zijnen. En over de verbijstering van de hoorders in Korea als je vertelde dat in Nederland Kuyper wel erg ‘uit’ is, dat niemand meer zo enthousiast is over gereformeerd-zijn, hoogstens nog een beetje over evangelisch-zijn.
Ook toen kwam ik, net als nu, helemaal verbaasd terug in Nederland. Maar met dit verschil: toen dacht ik dat ze in Korea nog de postmoderniteit in zouden gaan, nu denk ik dat wij door Azië misschien onze postmoderniteit eens wat moeten laten loslaten.
We moeten de lauwheid van de relativering en de vele individuele waarheden misschien eens ter discussie stellen. En misschien moeten we ons zelfs weer eens gaan bezinnen op de grote kracht en rijkdom die we kregen in de gereformeerde kijk op de Bijbel, de kerk, de samenleving en de politieke vormgeving daarvan.
De preek in Jakarta ging over artikel 1 van de Apostolische Geloofsbelijdenis. ‘Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde’. God als Heer, maker, eigenaar, Vader van mensen en almachtig over mensen en overheden. En voor het eerst kreeg ik enig begrip voor de sterke revolutionaire kracht van het reformatorisch belijden en de kracht van het christelijk denken tegen dictatuur, tegen onderdrukking, individualistisch hedonisme of deterministisch evolutionisme.
Geen wonder dat er soms zoveel verzet is, openlijk of bedekt, tegen die boodschap: ‘we zijn niet alleen’ en ‘we zijn ons niet van onszelf’. Dat is een boodschap die tegen alles ingaat wat ook in een westerse cultuur gangbaar is. Maar het is tegelijk een boodschap die bevrijdt uit de gevangenschap van ‘hier en nu’, ‘doen wat bij je past’, ‘je eigen geluk bewerken’ en ‘je eigen ding doen’.

Herstellende kracht

2017 is het jaar waarin we 500 jaar Reformatie herdenken. Als protestantse kerken van lutherse, gereformeerde
of evangelische snit. Samen met de Rooms-Katholieke broederschap, omdat de Reformatie ook het Concilie van Trente tot gevolg had. Wat daar werd besproken en besloten, drong diep door in het Roomse leven. Daarmee is dit dus ook een jaar waarin we kunnen doordenken of we niet meer moeten gaan leven uit de vreugde en de herstellende kracht van
Gods woorden. Daarin kunnen we leren van de Aziatische, Afrikaanse en Arabische broers en zussen.
Voor onszelf, voor de kerk, voor de mensen om ons heen en voor de samenleving als geheel.
Misschien kan ‘ik ben gereformeerd’ weer een aanduiding worden om trots op en om blij mee te zijn: God heeft ons hervormd, opnieuw gevormd, nieuw leven gegeven en ook u kunt die vrijheid en dat nieuwe leven van God krijgen!
Soli Deo Gloria!

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in CW Opinie

Henk Geertsema
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk
Henk Geertsema