Open geloofsgesprekken voeren is noodzakelijk om de jongere generatie geen ‘leeg testament’ na te laten. Het is ook nuttig en heilzaam voor ieder persoonlijk en voor de gemeente. Een gemeente waarin het geloofsgesprek functioneert, is hechter en kan beter omgaan met verschillen.

Groeien in geloof en in verbondenheid door het voeren van geloofsgesprekken kan op verschillende manieren. De gemeente kan hechter worden doordat in de praktijk zichtbaar wordt dat haar leden elkaar onvoorwaardelijk accepteren en waarderen in Christus, net zoals de Vader allen liefheeft. In een gemeente waarin geloofsgesprekken goed functioneren, trekken de leden meer samen op. Daardoor blijkt waar ieders gaven en talenten liggen, talenten die anders misschien niet aan de oppervlakte waren gekomen. En zeker als het geloofsgesprek gemeentebreed gevoerd wordt, groeit het begrip voor elkaars standpunten en gevoelens, doordat het gesprek gaande blijft ondanks de verschillen die er ongetwijfeld zijn.
Een open geloofsgesprek voeren is niet altijd gemakkelijk of leuk, maar wel heilzaam voor jezelf en voor de gemeente, ook als je klein begint of maar een keer meedoet. Het is belangrijk om geduld te hebben met elkaar
en met jezelf, en om je afhankelijk te weten van Gods Geest. In het voeren van geloofsgesprekken komt tot uiting en mogen we ervaren wat Jezus ons opdroeg in Johannes 13:35: ‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

Werken aan verbondenheid
In zijn artikel ‘Deel hoe je leeft met God’ maakt Hans Schaeffer onderscheid tussen spreken over het geloof en het geloof delen. Natuurlijk, wie zijn of haar geloof wil delen, zal daarover willen spreken. Maar dat spreken
gaat hand in hand met de praktijken van de gemeente waarin het geloven gevormd wordt en tot uitdrukking komt. Samen gemeente zijn is in onze tijd niet gemakkelijk. Het oefenen van het onderlinge gesprek waarin gesproken wordt over Gods werk en Gods aanwezigheid in ieders leven, kan daarin een enorme stimulans zijn: mensen leren luisteren naar elkaar, vragen door en leren zo de ander beter kennen en begrijpen.
Het Praktijkcentrum constateert dat er behoefte is aan en vraag naar materiaal dat gemeenten en kerkenraden helpt om te werken aan verbondenheid in Christus. Daarom zijn er cursussen met diverse werkvormen ontwikkeld die het Praktijkcentrum aanbiedt aan gemeenten. In dit artikel beschrijven we werkvormen voor een geloofsgesprek onder vier ogen, in de kleine groep en gemeentebreed. De kadertekst biedt een overzicht van de cursussen waaruit deze werkvormen afkomstig zijn.

Onder vier ogen De eerste gespreksopdracht komt uit de cursus Samen in gesprek. Als deelnemer aan de cursus bezoek je iemand uit de gemeente die niet aan de cursus deelneemt. Onderwerp van gesprek is de geloofsweg
van je gesprekspartner. Hij of zij mag vertellen, jij mag luisteren, vragen stellen en je verwonderen over wat God doet in het leven van de ander. De bedoeling van het gesprek is dat je probeert de ander beter te leren kennen.
Vaak weten we wel allerlei feiten over elkaar, maar veel minder van de weg die we met God zijn gegaan. De ervaring is dat veel mensen het erg leuk vinden om hierover in gesprek te gaan, zowel om erover te vertellen als om ernaar te luisteren. Dit type gesprek werkt ook goed om jongere en oudere generaties te verbinden. De deelnemers aan de cursus kunnen zich op zo’n gesprek voorbereiden door het onderling een keer te oefenen.

Stap 1: Kies iemand uit de gemeente en maak een afspraak.

  • Geef aan waarom en waarover je met hem of haar wilt spreken en eventueel hoe lang het gesprek duurt.
  • Spreek af waar en wanneer je het gesprek wilt voeren: bij een van jullie thuis, tijdens een wandeling, in de
    kroeg?

Stap 2: Bereid je vragen voor en schrijf ze op als je dat prettig vindt.
Denk daarbij aan de volgende punten:

  • Hoe ga je het gesprek openen, wat is je eerste vraag?
  • Welke vragen wil je zeker stellen? Je kunt bijvoorbeeld vragen naar hindernissen, wegwijzers en bijzondere momenten of ‘gedenkstenen’ op de geloofsweg van de ander, of naar verschillen tussen vroeger en nu.
  • Met welke valkuilen van jezelf wil jij tijdens het gesprek rekening houden? Ben je bijvoorbeeld iemand die snel in de rede valt, afgeleid wordt of ongeduldig is?
  • Hoe wil je het gesprek afronden? Wil je samen bidden, een stukje uit de Bijbel lezen, of nog even napraten? Nodig je de ander uit voor een weerwoord?

Stap 3: Voer het geloofsgesprek dat je hebt voorbereid.

  • Als je het gesprek later wilt nabespreken, overweeg dan of je de antwoorden die de ander geeft, wilt opschrijven of misschien zelfs het gesprek wilt opnemen.
  • Vat aan het einde van het gesprek de geloofsweg van de ander samen en check of je het goed begrepen en verwoord hebt.
  • Vraag na afloop aan de ander wat hij of zij ervan gevonden heeft. Geef ruimte voor een eerlijke reactie.

Stap 4: Gun jezelf na afloop van het gesprek de tijd om het te verwerken en (hopelijk) ervan na te genieten!

  • Ga na: welke dingen troffen je? Wat verraste je? Welke nieuwe inzichten heb je opgedaan?
  • Wat vond je leuk aan het gesprek en waarom? Denk daarbij aan je eigen houding, je gedachten, je gesprekspartner, de inhoud van het gesprek.
  • Wat vond je lastig aan het gesprek en waarom?
  • Formuleer naar aanleiding van dit gesprek een punt waarop je de komende tijd wilt groeien.

In de kleine groep
Wie deelneemt aan een kring of kleine groep kent het vast: het bekende rondje lief en leed. De ene keer gebeurt dat aandachtiger dan de andere. Een goede oefening in het voeren van een geloofsgesprek is als je dat rondje lief en leed eens uitgebreid doet met behulp van de volgende opdracht uit de cursus ‘Zorgen voor elkaars geloof. Als de groepsleden elkaar niet zo goed kennen is het prettig om groepjes te vormen van drie of vier mensen. Zeker een eerste keer kost deze gespreksvorm behoorlijk wat tijd. Houd daar rekening mee. Ieder groepje krijgt de volgende opdracht mee: deel met elkaar uit de afgelopen twee weken:

  1. Een ervaring van ‘lief’. Wat maakte je positief mee met mensen: leuke, liefdevolle en blije dingen? Merkte je (daarin) iets van Gods aanwezigheid? Hoe kun je dat vanuit je geloof bekijken en benoemen?
  2. Een ervaring van ‘leed’. Wat maakte je zelf, met andere mensen of met God aan moeilijke dingen mee? Wat merkte je van God? Hoe kun je dat vanuit het geloof bekijken en benoemen?
  3. Een ervaring van ‘onderlinge zorg’. Welke ervaring van geloofszorg heb je opgedaan in dit gespreksrondje? Wat zou je een ander nog willen meegeven of met hem/haar willen delen vanuit de Bijbel? Heb je een
    (dank)gebed, een zegenwens? Hanteer hierbij voor jezelf de volgende vuistregels:
    • Als jij aan de beurt bent: geef jezelf dan gewoon;
    • Als jij luistert: zie en ontdek de ander;
    • Als je vertelt over problemen, denk dan nog door over: waaróm vormt het probleem voor jou eigenlijk een probleem?
    • Je kunt laten zien dat je je veilig voelt en je kunt de ander laten merken dat hij of zij zich veilig mag voelen.

Op een gemeenteavond
Een van de thema’s die op gemeenteavonden vaak aan bod komen, is diversiteit. Deze opdracht maakt deel uit van een gemeenteavond over dat onderwerp. De opdracht begint met een korte inleiding, waarna de aanwezigen
in kleine groepen uit elkaar gaan. Aan het einde van de avond wordt plenair besproken wat er in de groepen gebeurd is.

Stap 1: Inleiding
We zien en ervaren dat er binnen de gemeente diversiteit aan opvattingen bestaat. Die diversiteit ontstaat door verschillen in afkomst, opvoeding, karakter, kennis en ervaringen. Eigenlijk kun je wel zeggen dat waar meerdere mensen zijn, diversiteit meekomt. (…) Hoewel we het soms moeilijk vinden om samen te leven, zijn we in de gemeente aan elkaar gegeven.
In de kerk zijn we daarom altijd op zoek naar mogelijkheden om eensgezind te zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat je allemaal overal hetzelfde over denkt, maar wel dat je je onderling verbonden voelt. En die onderlinge verbondenheid komt er alleen als je als christenen samen in gesprek bent. Een gesprek over verschillen moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Wees je bewust van ieders waarde in Christus. Hij heeft jou en de ander onvoorwaardelijk lief.
  • Erken en respecteer elkaar als leden van dezelfde gemeente. Ga uit van ieders integriteit en geef elkaar de ruimte om verschillen toe te lichten.
  • Ga uit van een dialoog. Wees uit op het begrijpen van iemands standpunt in plaats van op het overtuigen van elkaar.
  • Deel jouw kijk op de zaak, stel vragen en luister naar de ander. Goed luisteren is heel moeilijk, maar tegelijk een van de mooiste dingen die je voor een ander kunt doen.
  • Wees uit op overeenstemming, maar als je er niet uit komt, leg een verschil van inzicht dan uiteindelijk neer bij de leiding van de gemeente.

Stap 2: Oefening
We noemen drie zaken die je als gemeente zeker moet bespreken om samen te leven:

  1. Bespreek over welke zaken je het samen eens wilt zijn. Denk bijvoorbeeld aan geloofsuitgangspunten van de gemeente, afspraken rond verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de leiding en beheer en financiën. Hoe gaan we om met bepaalde morele of ethische onderwerpen? Zijn er nog andere punten die we belangrijk vinden?
  2. Bespreek over welke zaken je het samen oneens mag zijn. Benoem onderwerpen die gevoelig liggen en spreek af waar je elkaar ruimte laat voor eigen overwegingen en standpunten. Durf keuzes te maken, neem beslissingen en zet deze uitgangspunten op papier voor mensen die eventueel nieuw in de gemeente komen. Zij kunnen dan zelf bepalen of zij zich hierbij thuis voelen.
  3. Zoek de passie van de gemeente. Wat bindt ons samen en waar zijn we met elkaar enthousiast over? Duidelijkheid daarover kan het helpen om elkaar te blijven zoeken en vast te houden. Denk bijvoorbeeld
    aan gezamenlijke ervaringen in het verleden, bepaalde waarden, een wijze van werken in het heden of een gedeelde missie en visie met het oog op de toekomst.

In kleinere groepen voeren we aan de hand van een werkblad dit gesprek, om te beginnen over het derde aspect. Het is hierbij niet de bedoeling om uitputtend te zijn, maar vooral om gezamenlijke punten van overeenstemming te vinden. Alle groepen komen hierna weer bij elkaar. Het is mooi om per onderdeel een papier van een flapover in te vullen. Vraag per groep iemand om iets van de inzichten
van het gesprek te delen. Geef kort ruimte voor reacties of vragen, maar niet voor discussie! Benoem samen de mooie uitkomsten uit de gesprekken en wees eerlijk over de pijnpunten. Waarover konden we het niet eens worden? Wat is voor de een onopgeefbaar en voor de ander niet? Noteer eventueel de ‘hete hangijzers’, zodat de kerkenraad, predikant of opbouwcommissie daarmee verder kan.

Slot
Geloofsgesprekken voeren met medechristenen: veel mensen verlangen ernaar maar weten niet hoe ze de eerste stap moeten zetten. Verlegenheid en onwennigheid spelen vaak een grote rol. Elkaar over die drempel helpen kan soms heel eenvoudig zijn. Zo was er eens een voorganger die in zijn preek over geloofsgesprekken de luisteraars ieder een steen meegaf. De opdracht was: ga de komende weken bij iemand uit de gemeente op bezoek en
leg de steen op tafel. Hij of zij weet dan dat het gesprek over geloofszaken zal gaan. Dat was precies het zetje dat veel gemeenteleden nodig hadden. Enige tijd later kwam bovenstaand verhaal ter sprake tijdens een gemeenteavond in een andere gemeente over het geloofsgesprek. Enkele aanwezigen sprongen op en kwamen enkele minuten later puffend met een zware doos keien aanzetten.
Bij wijze van traktatie werden de keien uitgedeeld. Er zijn in deze gemeenten heel wat stenen meegenomen en uitgewisseld.
Tot slot: het mag duidelijk zijn dat de vaardigheden die in dit artikel zijn aangedragen, niet alleen in een georganiseerde setting bruikbaar zijn, maar ook in andere ontmoetingen: in een spontaan gesprekje na de kerkdienst, tijdens een bezoekje aan een bejaarde broeder of zuster of bij een toevallige ontmoeting in de stad. Als kinderen van Gods huisgezin elkaar treffen, is het heel waardevol om de Vader ter sprake te brengen. Daardoor kan de verbondenheid met Hem de boventoon voeren, ook als er over andere onderwerpen verschil van opvatting is.

Dit artikel is verschenen in De Reformatie nummer 13 /// jaargang 89 /// 21 maart 2014 Tekst Moniek Mol en Jannet de Jong

Jannet de Jong

Jannet de Jong

Adviseur Praktijkcentrum
Maakt graag samen nieuwe plannen die passen bij jouw gemeente. Doet dat het liefst in een duurzaam proces. Studeerde theologie en missionair gemeente-zijn met de vraag: hoe ben je kerk vandaag en wat heb je daarvoor nodig? Werkt aan gemeenteonderzoek en denkt na over krimpende kerken. mail Jannet
Jannet de Jong
Jannet de Jong

Latest posts by Jannet de Jong (see all)