Wat heb je aan theologie? Het opvallende is dat die vraag niet zo snel gesteld wordt voor andere wetenschappen. Toen de vriend van mijn dochter afstudeerde op problemen met Java (een programma dat je nodig schijnt te hebben op je computer) was ik bij zijn presentatie na drie zinnen de draad al kwijt. Ik heb echter nooit getwijfeld aan het nut van zijn onderzoek. Ik heb namelijk liever een computer die het gewoon doet. Maar bij theologie komt die vraag opeens naar voren.

Avondmaal buiten de kerkdienst?

Voorbeeld: ik was op een studiedag over avondmaal buiten de kerkdienst. Ik trof daar mensen van de praktijk aan, die bijvoorbeeld gewoon met de hun toevertrouwde jongeren avondmaal vieren, en theologen die riepen: wacht eens even? Hoe zit het met de kerkdienst, het avondmaal, met de aanwezigheid van een ambtsdrager, met de kerk, met… En de roep was: theologen, help ons verder, maar loop ons niet voor de voeten.

Zonder op de vraag zelf uitgebreid in te gaan (misschien een andere keer), merkte ik toch hoe belangrijk de input van theologen was op die dag. Voornaamste punt daarbij: ze zetten het gesprek over een ontwikkeling waarover niemand schrijft, maar waarover veel gesproken wordt in een ruimer licht. Of dat nu gebeurde vanuit de geloofsleer of vanuit de praktische theologie, of vanuit het kerkrecht. Opvallend afwezig op die dag, naar mijn inschatting: de nieuwtestamenticus m/v die vanuit de Bijbel licht laat vallen op de bedoeling van het avondmaal. (Ik denk met veel dankbaarheid terug aan de mooie bijdrage van prof.dr. J.P.Versteeg in de al weer tientallen jaren oude bundel Bij brood en beker, waarin hij voor die tijd verfrissende dingen naar voren bracht over het avondmaal.)

Belangrijk voor de relevantie van de theologie is dan wel dat die oog heeft voor de praktijk. Dat was op die dag zeker zo. Wat gebeurt er in de kerken en hoe gaan we daarmee om, daar begon de dag mee.

Symbool en zegen

Bij die praktijk is opvallend, voor mij in ieder geval, dat die bij mensen begint. Waarom wil je avondmaal vieren buiten de kerkdienst? Enerzijds omdat het daar als afstandelijk kan worden ervaren om allerlei redenen: teveel tafels, of juist de onrust van een gaande viering, of..
Anderzijds omdat je soms, bijvoorbeeld in een kring of miniwijk, of gewoon met een stel vrienden, soms een diepe onderlinge verbondenheid ervaart waarbij dan het samen brood breken en wijn drinken die verbondenheid onderstreept. (Verbondenheid is nog iets anders dan het in alles met elkaar eens zijn, maar kan ook betekenen dat je ondanks diepgaande verschillen van inzicht weet dat je samen Christus toebehoort.) Avondmaal is dan vooral een teken, een symbool, een plaatje bij het praatje. Een van de deelnemers zei dat ook zo, tijdens de pauze.

Nu herinner ik mij van catechisatie dat het bij de sacramenten inderdaad om een afbeelding gaat. Maar tegelijk om een zegel van Gods kant. Het gaat niet alleen om wat wij ermee zeggen, maar tegelijk ook om wat Hij erin zegt. Dat aspect, vanuit de geloofsleer, kwam niet zo naar voren. Prof.dr. Mees te Velde wees er eens op dat dit aspect op de achtergrond geraakt is binnen de kerken. We zijn met zijn allen navolgers van Zwingli geworden die juist het tekenkarakter van het avondmaal beklemtoonde.

Andere vormen van overdracht

Sinds ik catechisatie verlaten heb, is er heel wat veranderd. Van een soort cursus theologie voor niet-theologen naar jeugdwerk anno 2019. Zie bijvoorbeeld de website www.lerenindekerk.nl, waarbij mij collega bij het Praktijkcentrum Ingrid Plantinga een nieuwe benadering voorstelt en uitwerk. Is de periode in een mensenleven tussen twaalf en achttien nu wel zo geschikt om kennis over te dragen? Of kan dat beter daarvoor, en daarna. Zaterdag 30 maart kwam er reactie op haar benadering in het Nederlands Dagblad, waarbij de schrijver veronderstelde dat ze het kennisaspect niet zo belangrijk zou vinden. Dat is te kort door de bocht. Haar concept gaat over een leven lang leren. En dat spreekt mij aan. Ook doordat ik onlangs een preek gemaakt heb over Kolossenzen 2: 6 en 7, waar Paulus het heeft over groeien in geloof en tegelijk vasthouden aan wat je geleerd hebt. Bovendien: in het concept hoort ook een aanbod voor bijbelvertellingen, waarbij heel sterk de rode draad in de Bijbel gezocht wordt.

Natuurlijk kunnen we met elkaar nadenken over de vraag of dit concept nu het eindstation is. Ik zou zeggen: per definitie niet. Maar het komt wel naar voren in een tijd dat we met elkaar beseffen dat er de laatste dertig jaar veel verloren is gegaan. Jeugdbonden die in het zogenaamde gat na het belijdenisdoen sprongen, zijn verdwenen en daarmee een heel stuk begeleiding en aanbod van materiaal. Mannenverenigingen zijn er nog wel, hier en daar; vrouwenverenigingen wat meer. De deelname eraan loopt sterk terug.

Natuurlijk is er bijbelstudie elders. Bijvoorbeeld op de kringen. En er gebeurt uiteraard meer. Maar alleen al omdat we op dit punt ook in de overgang zitten, ben ik blij dat er nagedacht en gewerkt wordt aan een leerlijn van jong tot oud. Theologie en praktijk horen bij elkaar

Steriele theologie?

Op de website van Christianity Today, het blad van de Amerikaanse evangelicals, vond ik een interessante boekbespreking. Het gaat om een publicatie van Miroslav Volf (ook wel bekend in Nederland) en Matthew Croasmun, met als ondertitel: theologie die verschil maakt. (Het kan nog niet vertaald zijn, is pas in januari uitgekomen en gaat bovendien sterk in op de situatie in de States.) Wat ik uit de recensie begrijp is dat de auteurs enerzijds zorgen hebben over de academische theologie van dit moment: wat levert die op voor de praktijk? En anderzijds het pleit voeren voor een theologie die ingaat op de fundamentele vragen. Bij het eerste is te denken aan de druk om serieus genomen te worden door de andere wetenschappers en bij het tweede gaat het om vragen over God, over Zijn verhouding met Zijn schepping, over hoe je leven eruit mag zien enzovoort. De auteurs waarschuwen hierbij voor tweedehands inzichten vanuit de psychologie bijvoorbeeld en pleiten voor echte theologie. Wat zegt Gods openbaring over die menselijke vragen?

Wereldwijd is er dezelfde spanning: leven als Christen in de praktijk van het geloof en tegelijk de bezinning daarop. Aan de overkant van de oceaan en hier eisen van de wetenschap. Je komt daar ook niet onderuit. En tegelijk het verlangen om beide met elkaar te verbinden. Dat vraagt vanuit de theologen openheid en vanuit de kerk ook vertrouwen. Er kan een nieuwe gewoonte ontstaan, maar er zit soms meer aan vast dan je denkt.

Om even terug te komen op het voorbeeld van het avondmaal buiten de kerkdienst: aan de ene kant denk je een heleboel te winnen, in de verbondenheid met christenen in je eigen kring. Maar mag de theoloog ook even vragen wat je misschien zou verliezen bij die praktijk? Of wat we gaandeweg misschien al kwijtgeraakt zijn? Wat in het gesprek dan verbindt is de gezamenlijke behoefte aan een betekenisvolle viering van het avondmaal.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 6 april 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)