Heleen Mees raakte in het noorden van Nederland wel een gevoelig punt met haar idee in de Volkskrant dat de mensen daar maar het beste massaal konden verhuizen naar de Randstad. Drenthe zou dan overblijven als enorm recratiegebied. Ze deed die uitspraak in het kader van omgaan met krimp. In de noordelijke dagbladpers waren de protesten helder: wij gaan de ruimte van dit gebied niet inruilen voor de drukte van het westen. Mevrouw Mees sprak vanuit wat economisch misschien handig is, en meteen de kans zou geven onverminderd door te gaan met de gaswinning. Maar klimatologisch zou het eerder gezien de mogelijke zeespiegelstijging voor de hand liggen om tegen de westerlingen te zeggen: kom hogerop, mijn vriend, voordat Amersfoort aan zee ligt. Al valt te verwachten dat deze oproep even weinig gevolg zou hebben als die aan kerkleden om vanuit de achterste banken de lege voorste te gaan bezetten.

Beleid ontbreekt
Ook de Noordelijke Rekenkamer mengde zich in het gesprek over de krimp en had onderzocht dat de drie noordelijke provincies wel over krimp spraken, maar ondertussen er nog weinig beleid op ontwikkelen. Groningen is daarin het verst. Fryslân volgt en Drenthe heeft nog geen beleid, maar reageert wel adequaat op plannen. Het ontbreekt echter aan een duidelijke invulling van de regierol van de provincie. De rapporten zijn te vinden op de website van de noordelijke rekenkamer en zijn ook interessant omdat ze ingaan op de demografische ontwikkelingen van deze provincies die alle drie te maken hebben met krimpregio’s.
Hun nadruk op de regierol van de provincie die ze op zich zullen moeten nemen, laat ook zien dat het een gemeenschappelijk probleem is, niet alleen van de burgerlijke gemeenten die met krimp te maken hebben. Ik dacht daarbij even aan de lege of schaars bezette industrieterreinen in veel gemeentes die met een mooie term pauzelandschappen genoemd worden. Dan ben je meer concurrent van elkaar dan collega.

Concentratie op steden
Een van de opvallende dingen bij krimp van de bevolking is dat er een trek ontstaat naar de grotere centra. Voor het Noorden gaat het dan om de as Groningen-Assen en – in mindere mate – Meppel en Hoogeveen. Daar zijn immers voorzieningen als onderwijs te vinden. En het heeft uiteraard te maken met het bedrijfsleven in en rond die plaatsen.
Dat beeld klopt maar gedeeltelijk met dat van de vrijgemaakte kerken in dit gebied. Assen is weliswaar opvallend gegroeid (het dagblad Trouw wijdde daar een artikel aan, vorig jaar) maar Groningen is enorm geslonken. Van de negen kerken en preekplaatsen die de stad kende in de jaren zeventig zijn er nu vier over. Bij krimp in de kerkelijke gemeentes gaat het aan de ene kant om dezelfde zaken als bij de burgerlijke gemeentes, maar spelen kennelijk ook andere zaken een rol. Ooit heeft iemand onderzocht dat de concentratie van gereformeerden op sommige plekken niet een op een samenvalt met de nabijheid van gereformeerde scholen.

Samen
Laten we de vergelijking met de burgerlijke overheid nog even doortrekken. Daar zie je langzamerhand het besef doorbreken dat krimp een gezamenlijk probleem is, dat om een meer dan plaatselijke aanpak vraagt. Wanneer je de verhalen hoort over kerken die krimpen en soms moeten nadenken over opheffing, is het opvallend dat juist dat besef over gezamenlijkheid ontbreekt, of niet omgezet kan worden in daden. Neem de berichtgeving over de opheffing van de gemeente te Boerakker. Opvallend daarbij was de aantekening dat met de omringende buurgemeentes, waaronder ook niet al te grote, geen goede afspraken gemaakt konden worden. Daar zal best een verhaal achter zitten. Maar van een afstand roepen dit en dergelijke berichten vragen op. Je kunt je rijk rekenen als gemeente: wij kunnen ‘nog’ alles doen, maar het venijn zit in het woordje nog. Het doet denken aan iemand die ouder wordt en nog prima voor zichzelf kan zorgen, maar onafwendbaar het moment ziet naderen waarop dat allemaal niet meer kan. Blijf je dan wonen in het grote huis dat je nodig had voor al je kinderen of verkas je op tijd?
Iets van die erkenning dat het verschijnsel krimp vraagt om een gezamenlijke aanpak klinkt door in het speciale themanummer van het blad Dienst over krimp. (het blad Dienst is een speciaal blad, bestemd voor ambtsdragers in de gemeente). Dat gaat over de problemen en de kansen die hierin liggen en is een voorbereiding op het symposium over krimp dat het Praktijkcentrum organiseert, op 16 oktober. De titel van het symposium en het speciale nummer laat beide kanten van krimp zien: help/hoera, we krimpen.

Landelijk
Je kunt natuurlijk denken dat krimp een uitdaging is voor de randen van Nederland: het Noorden, Zeeland, Limburg. En de uitdaging pakt Zeeland, de classis Axel, dan ook op. Daar komt in november een symposium, voor alle kerkleden, om met elkaar erover na te denken. Maar als je even verder graaft, dan zie je iets waarmee alle kerken te maken hebben. Het geboortecijfer daalt. Zie daarvoor ook het blad Dienst. Dat betekent dat de leeftijdsopbouw verandert. In Amersfoort, Axel en Assen. Op termijn krijgen we allemaal te maken met vergrijzing en ontgroening. Des te meer een reden om je niet rijk te als gemeente die op dit moment groeit, of stabiel blijft.
Kun je niet meer zeggen over krimp, en de omgang met elkaar daarin. Natuurlijk: als een lid lijdt… Maar mij ging het in dit artikeltje erom dat het tijd wordt om in te zien dat het verschijnsel in de praktijk alle kerken raakt.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 26 september. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)