Vernieuwing van de gemeente vanuit vertrouwen en verlangen

Gemeenteopbouw, moeten we het daar nog over hebben? Kunnen we het niet beter hebben over missionair kerk-zijn of over diaconale presentie in de buurt? Of over afnemend kerkbezoek? Is het gezien de actualiteit nog nodig om over gemeenteopbouw te spreken? Ja, dat is nodig en ik leg uit waarom. We zullen met andere ogen moeten leren kijken en dat gaat diep.

Vijfentwintig jaar geleden heeft prof. dr. M. te Velde gemeenteopbouw op de agenda gezet en het is vanaf 1992 een ‘nieuw vak’ aan de Theologische Universiteit in Kampen. Het begrip ‘gemeenteopbouw’ heeft in die vijfentwintig jaar verschillende betekenissen gekregen en naar mijn idee intussen zijn precieze inhoud verloren. Aanvankelijk ging gemeenteopbouw over werk in Gods gemeente, uitgaande van gaven en taken van gemeenteleden en gericht op activiteiten in ‘het middenveld’. De focus ligt op doelgericht en samenhangend werken in de gemeente. Vanuit deze intentie hebben veel kerkenraden een werkgroep of commissie gemeenteopbouw ingesteld.

De onenigheid komt als we concreet moeten worden

Dat leidt tot veel bezinning op de kern van gemeente-zijn. Er ontstaan visiedocumenten en beleidsplannen waarin goede dingen staan over gemeenteleden, werkers, structuren, processen en werkvormen. Maar is dat het? Hoe staat het intussen met het geestelijk gehalte van de gemeente? In zijn boek Leven uit de Bron (1999) stelt ds. M. Noorloos dat gemeenteopbouw begint bij geloofsontwikkeling. Leven uit de Bron betekent dat je eerst zelf drinkt uit de bron, om daarna zelf een bron te worden. Verschillende kerkenraden starten met ‘brontrajecten’, ze organiseren programma’s in vijf sessies zoals Noorloos die beschrijft. Dat leidt tot bezinning en goede bouwstenen, maar de implementatie blijft achter. “Ja, als we over de Bijbel praten, zijn we het wel eens. Maar de onenigheid komt als we concreet moeten worden”, hoor ik vaak. Is dit dan hoe het moet?

Oikodomiek
Ik denk dat waarderende gemeenteopbouw ons kan helpen. Daarbij baseer ik me onder meer op het boek Goede wijn van – wijlen – dr. J. Hendriks dat gepubliceerd werd in 2013. Hendriks kiest voor deze typering: gemeenteopbouw is erop gericht de Spirit van de gemeente te veranderen, haar te redden van apathie en wanhoop, haar geloof te geven in haar missie en vertrouwen in haar toekomst.

Inzet voor vernieuwing van de gemeente heeft altijd perspectief

Het gaat om de geest van de gemeente, om haar verlangen en vertrouwen; kernwoorden die Hendriks verder uitwerkt. Daarom kiest hij zijn vertrekpunt niet in gemeenteopbouw maar in oikodomiek. Dat is afgeleid van oikodomia, hét nieuwtestamentische woord voor opbouwen van de gemeente. Oikodomiek gaat ervan uit dat inzet voor vernieuwing van de gemeente altijd perspectief heeft. Ten diepste omdat God zelf de eigenlijke bouwmeester is. Daarom heeft oikodomiek een positieve inslag: God bouwt zelf en Hij stort zijn Geest uit in alle gemeenteleden. Zo kunnen wij vanuit vertrouwen en verlangen ons inzetten voor vernieuwing van de gemeente.

Zó bekeken is aandacht voor gemeenteopbouw ook nu actueel en kan gemeenteopbouw kerkenraden helpen in het leidinggeven aan de gemeente. Zelfs in de dynamiek of hectiek waarin de gemeente zich bevindt. Zou je deze visie op gemeenteopbouw je eigen willen maken? “Dat kan”, zegt Hendriks, “maar dan moet je wel eerst leren kijken met andere ogen”.

Een omkering van denken
In onze cultuur en samenleving is de neiging groot om ons te richten op problemen, op wat niet goed gaat; op de schaduwkanten van mens en samenleving, schrijft Hendriks. Intussen is er een brede filosofische stroming die voorstelt om nu eens op te houden met al die aandacht voor problemen en oog te hebben voor het goede. Problemen worden niet ontkend, maar de boodschap is: staar je er niet blind op, geef je niet over aan wanhoop en cynisme. Breek met het negatieve, kijk met andere ogen. Heb oog voor het positieve en zie de wereld in dát licht. Achter elke klacht en elk onbehagen ligt een verlangen ten grondslag, stel dát aan orde. Een omkering van denken: een andere manier van kijken.
Een voorbeeld. In Nederland worden kinderen door hun ouders mishandeld. Bijna de helft van die kinderen vervalt later in dezelfde fout. Naar wie moet je nu kijken om te ontdekken hoe je dit kunt voorkomen? Meestal is de reactie dan: naar kinderen die hun kinderen zelf ook mishandelen. “Niet doen”, stelt Jan Gerris (emeritus hoogleraar pedagogiek Radboud Universiteit Nijmegen). “Richt je juist op die kinderen die er wél in slagen te breken met het afschuwelijke gedrag van hun ouders. Als je ontdekt hoe zij dat klaarspelen, kun je effectief werken aan de problemen van anderen.” Door ons op het positieve te richten, werken we pas echt effectief aan problemen.

Als je niet kijkt met andere ogen, zul je niet zien hoe God werkt in mensen

Vanuit deze zienswijze is er een stroming ontstaan van positieve pedagogiek en positieve psychologie. Hendriks voegt daar dan graag de positieve theologie en positieve oikodomiek aan toe. Kijken met andere ogen kan ons helpen in het zien van goede dingen. Zonder het leren kijken met andere ogen zul je niet zien hoe God werkt in mensen. Zul je niet snel zien hoe Gods Geest werkt in je gemeente en wat er al aan goeds gebeurt.

Angst of vertrouwen?
Anders leren kijken gaat niet alleen over ons denken, over hoe we besluiten dingen te zien. Het gaat dieper: het gaat over de grondtoon vanwaaruit we leven: angst of vertrouwen. Menselijk gezien is er alle reden om met angstige bezorgdheid om ons heen te kijken, gezien de wereld waarin we leven: terroristische aanslagen, rampen, klimatologische ontwikkelingen. Of gezien je zorg om de kerk als de synode besluiten neemt die niet stroken met wat je gelooft, wat je belangrijk vindt en wilt bewaren. Anders leren kijken gaat ook over de grondtoon vanwaaruit je leeft, de wereld en de kerk bekijkt. Angst of vertrouwen.

Dit artikel is geschreven door Hayo Wijma en gepubliceerd in blad Dienst 3 | 2017