‘Maar we hebben toch afgesproken op de laatste synode dat we aan de vragen bij de doop niet zelf iets zouden veranderen?’ Een zin uit een facebook-discussie over de eerste vraag die doopouders beantwoorden bij de doop van hun kind: ‘Erkent u dat jouw kind, met naam genoemd, zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn, maar dat hij toch in Christus voor God heilig is en daarom als lid van zijn gemeente behoort gedoopt te zijn?’ De discussie gaat vooral over het eerste gedeelte. Dat klinkt niet erg feestelijk en roept vragen op bij de buurman of collega die voor de gelegenheid ook de kerkdienst bezoekt. Daarom zijn er kerken binnen de GKv die de vraag anders formuleren, zonder iets af te doen aan de inhoud. (Zwolle-centrum bijvoorbeeld, en Leek). En op de tafel van de Generale Synode, net bijeengekomen, liggen voorstellen hierover. Nu gaat het in dit stukje niet om de vraag zelf en de geloofsinhoud die daarin meekomt, maar om de vrijheid die kerken nemen op dit punt en andere punten tegenover synodebesluiten. De zin waarmee het artikeltje begint, werd niet eens opgepakt in de discussie. Wat is eigenlijk nog het gezag van een synode?

Vrijheid bij het zingen

Dat zie je ook bij andere punten. Er is echt een tijd geweest dat in de kerkdiensten alleen liederen gezongen werden die door de generale synode waren goedgekeurd. Soms ging die synode zelf aan het werk om in hun ogen verantwoorde psalmberijmingen te maken. Voor het jaaroverzicht in het Handboek GKv heb ik in die tijd vragen aan de kerken en uit de antwoorden bleek dat een groot deel van de kerken zich daar op de duur helemaal niets van aantrok. Aan de ene kant waren mensen bezig om een bijbels, muzikaal en liturgisch verantwoorde selectie aan te bieden, aan de andere kant maakte kerken en voorgangers zelf wel uit wat ze lieten zingen. Een van de vorige synoden maakte daarom een switch en legde de verantwoordelijkheid voor de liederen tijdens de kerkdienst bij de kerken zelf. Dat heeft iets van een bekering: lag die verantwoordelijkheid daar al niet altijd? En tegelijk ook iets van je neerleggen bij de gegroeide praktijk. Al zou je anders willen, kerken gaan hun eigen gang. Uniformiteit maakt plaats voor diversiteit. Wat is het gezag en de plek van een synode in de samenleving van de kerken?

Alternatieve kerkverbanden

Tegelijk kun je merken, hoe plaatselijk kerken die bij een verschillend verband horen elkaar herkennen. Er ontstaan samenwerkingsverbanden, niet alleen in diaconale platforms, maar ook op andere punten. Samen een kerkdienst met een Protestantse gemeente, of met een Pinkstergemeente. Elkaar ontmoeten in een platform van plaatselijke kerken en zien wat je samen kunt doen. Een orgaan in het leven roepen waarin je je samen bezint op je plek in de samenleving, die ook in beweging is. Bij een onderzoek van het Praktijkcentrum naar plaatselijke eenheid kwam dat ook naar voren: hebben we wel landelijke deputaten nodig om samen met ons de weg hierin te vinden? We kunnen dat zelf wel. Kerken van hetzelfde verband ontmoeten elkaar op de classis en kerken uit diverse verbanden ontmoeten elkaar in dergelijke platforms. Waar is de meeste herkenning?

Congregationalisme

In het gesprek over de kerkelijke inkomsten heeft een vorige synode al geconstateerd dat we met elkaar opschuiven richting congregationalisme. Meer accent op de plaatselijke kerken en minder op het kerkverband. En dat merk je aan de afnemende bereidheid om de bijdragen voor de gezamenlijke activiteiten op te brengen. (Daarnaast gaat het afnemend ledental voor minder inkomsten zorgen, maar dat is een ander probleem). Er is een tijd geweest dat binnen de vrijgemaakte kerken dit als heel erg gezien werd en kerken die zich wat losser tegenover het kerkverband opstelden het verwijt van independentisme kregen. Denk aan de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar in de kerkelijke praktijk zijn we daarnaartoe gegroeid en kun je je afvragen of het niet te ver doorschiet. Dat zit een beetje in het woord independentisme: waar heb ik het kerkverband voor nodig?

Even voor de bredere blik: het is niet alleen het verband van de vrijgemaakte kerken dat hiermee te maken heeft; ook binnen de christelijke gereformeerde kerken zie je dezelfde ontwikkelingen: synodebesluiten die niet vanzelfsprekend gevolgd worden door de plaatselijke kerken. En ook buiten de kerk zie je de verschuiving: gemeenten krijgen taken toegeschoven die eerst het rijk voor zijn rekening nam: plaatselijk wat kan, landelijk wat moet.

Terug naar de kern

‘In de Bijbel lees je niets over een kerkverband’. Dat klopt. Zoals we het vandaag doen, gaat terug op de zestiende eeuw. Maar in de Bijbel lees je wel over kerken die verbonden zijn in een geloof. Er zijn heel veel verschillen, neem alleen al de gemeenten die vooral Joodse leden tellen en de gemeenten met leden uit de andere volken. Die verschillen worden niet weggepoetst, maar Paulus bijvoorbeeld legt alle nadruk op de onderlinge eenheid in Christus. Daarom doen we belijdenis van de algemene, christelijke kerk. De kerk is katholiek, over de hele wereld te vinden en één in een gemeenschappelijk geloof. Wil je iets van het kerkverband zien, dan moet je met elkaar naar die belijdenis terug. Je ontmoet elkaar bij het kruis van Christus. Daarom heb je ook met elkaar te maken. Heel praktisch: Paulus heeft het ook over collecten voor noodlijdende gemeenten als die van Jeruzalem.

Voor de plaatselijke gemeente is dat een uitdaging. Je kunt het met elkaar goed hebben in een kleine of grote kring, en de indruk hebben dat je die andere gemeenten helemaal niet nodig hebt. Maar doe dan het raam open naar de wereldkerk. En besef dat je alleen samen met alle heiligen iets ziet van het geheim van Christus. (Daarover ging het in de bidstond voorafgaande aan de generale synode van de vrijgemaakte kerken.)

Wat is typerend?

Zeker met het oog op de komende eenheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken is het gesprek over de zin van het kerkverband belangrijk. In de praktijk zijn we, na de als ingrijpend aanvaarde verschillen van indertijd, naar elkaar toegegroeid. En in de komende praktijk moet je een weg vinden: wat gaan we gemeenschappelijk regelen en wat laten we bij de plaatselijke kerken, of bij het particulier initiatief? In de belijdenis van de algemene kerk zit een spanning en een gelaagdheid. Het is enerzijds een erkenning van de diversiteit die er wereldwijd en lokaal in kerken en tussen gelovigen bestaat en anderzijds een zoeken naar ook praktische uitdrukking van de eenheid in Christus. Deze belijdenis roept weg van het lievelingslied en de voorkeurvoorganger naar wat het individu overstijgt, terwijl het tegelijk dat eigene respecteert. Dat een generale synode bijvoorbeeld de liturgische teugels laat vieren, is niet in strijd met die belijdenis. Daarin ligt een nieuwe kans voor het verband van kerken van Christus, om met elkaar de stap te maken van de uniformiteit van vroeger naar het echte grondvlak van de kerk: het werk van de Drie-enige.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 23 november 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)