Voor in de kerk belijdenis doen van je geloof, dat hoort er toch gewoon bij? Toch staan niet alle jongeren daar vandaag de dag om te springen. Hoe komt dat? En wat doen we ermee?

Onlangs sprak ik een moeder die het met haar dochter over belijdenis doen had gehad. De dochter had geen behoefte en zin om naar catechisatie te gaan. ‘Ik leer daar niks!’ De moeder had daar zichtbaar moeite mee en ze benadrukte dat ze het zo mooi zou vinden als haar dochter haar geloof zou belijden. Daarop ging de dochter demonstratief voor haar staan en zei luid en duidelijk in haar gezicht: ‘Ja, ik geloof. Wat moet ik nog meer doen?’

Poppenkast

Het lijkt erop dat jongeren vandaag de dag aarzelen om belijdenis te doen. De kerk wordt door sommigen van hen ervaren als een instituut dat tegenover hen staat. Tegelijk zie ik bij jongeren wel de wil om zich in te zetten voor de kerk. Alleen staat dat los van het doen van belijdenis.

‘Als ik naar de kerk ga, dan ben ik toch al onderdeel van de gemeente!’

Ik mag in samenwerking met jongeren mooie en bijzondere dingen doen in de gemeente. Vanuit die verbondenheid heb ik een aantal van hen gevraagd waarom ze geen belijdenis doen, terwijl ze richting mij wel hun geloof belijden. Eén van hen zei: ‘Vroeger was het meer een moeten, maar ik vind het gewoon al fantastisch hoe ik nu geloof en bezig mag zijn in de kerk. Het is niet een bewuste keuze om het niet te doen. En bovendien: als ik naar de kerk ga, dan ben ik toch al onderdeel van de gemeente!’

Een andere jongere gaf aan: ‘Ik vind dat er te veel waarde aan wordt gehecht. Dat je pas aan het avondmaal mag deelnemen en mag trouwen in de kerk na het doen van belijdenis. Alsof je pas echt gelooft en bij de gemeente hoort zodra je dat hebt “volbracht”… Ik snap het op zich wel, maar ik heb vaak het gevoel dat ik het moet doen omdat ik dan pas die dingen in de kerk mag doen.’

Weer een andere jongere gaf aan: ‘Het is gewoon één grote poppenkast, daar doe ik niet aan mee!’

Het zijn maar een paar reacties, maar het maakt wel iets zichtbaar van de desinteresse in het doen van belijdenis. Jongeren zien er de meerwaarde niet van in en het meevieren van het avondmaal is geen motivatie om belijdenis te gaan doen.

‘After-belijdenis-dip’

Wat motiveert jongeren dan wel om belijdenis te doen? Ook die vraag heb ik aan hen gesteld. ‘Ik ging naar belijdeniscatechese omdat mijn ouders vonden dat ik er klaar voor was’, zei één van hen. ‘Het “doen” voor in de kerk belemmerde mij erg. Uiteindelijk heb ik het wel gedaan, omdat ik ontzettend enthousiast werd, maar het idee kwam bij mijn ouders vandaan.’

Een ander gaf aan: ‘Het was geen gemakkelijke keuze, maar ik wilde leven met God en dat ook duidelijk en officieel maken.’
Weer een ander zei: ‘Ik ben altijd bezig geweest met het geloof en ik kon mij niet voorstellen dat alles gewoon zomaar is ontstaan. Ik kan en wil niet zonder mijn God en Vader, daarom doe ik belijdenis van mijn geloof.’

‘Alsof het doen van belijdenis laat zien dat de opvoeding geslaagd is’

Mooie antwoorden van jongeren die belijdenis hebben gedaan. Tegelijk zei één van hen ook: ‘Belijdenis doen is een formaliteit en zorgt voor druk. Toen ik het deed, vroegen ouders aan mij of ik mijn vrienden ook niet kon overhalen. Alsof het doen van belijdenis laat zien dat de opvoeding geslaagd is.’ Daarbij gaf hij aan last te hebben van een ‘after-belijdenis-dip’: ‘De belijdeniscatechese was top en confronterend, maar daarna viel ik in een gat. Ik miste de gemeenschap waar ik mag zijn wie ik ben. Het zou goed zijn als er meer verbondenheid zou zijn.’

Nomaden

Naast deze jongeren heb ik ook contact met jongeren die niet actief betrokken zijn bij de gemeente, maar wel in meer of mindere mate met God en het geloof bezig zijn. Wat ik merk, is dat de manier waarop het evangelie in de kerk klinkt niet aansluit bij hun leefwereld. ‘Het gaat niet over mij’, ‘ik kan er helemaal niks mee’ en ‘wat heb ik nu aan het geloof’ zijn typische reacties. Ze willen er iets mee kunnen, maar weten niet hoe.

Deze jongeren voelen dat geloof en leven twee verschillende werelden zijn en komen daar vaak eerlijk voor uit: ‘Ik leid een dubbelleven en ben minder met God bezig.’ Ze voelen zich wegdwalen van de institutionele kerk. Je zou ze kunnen typeren als christelijke nomaden, die ronddwalen zonder zich te binden aan een kerk. Betrokkenheid en participatie zijn optioneel geworden. Geloven is voor hen een spirituele zoektocht, zonder een vaste verblijfplaats.

Speelruimte

Past belijdenis doen nog wel bij jongeren in deze tijd? Ontnemen we door de koppeling tussen belijdenis doen en avondmaal vieren jongeren niet de mogelijkheid om hun geloof te versterken? Kunnen we het niet beter gewoon afschaffen? Het zijn vragen die bij mij opkwamen na de gesprekken met de jongeren.

Jongeren hebben aan de ene kant vragen naar zingeving en een verlangen naar verbondenheid. Maar aan de andere kant staan ze los van het instituut, voelt belijdenis doen voor hen als een moeten en geven ze hun geloof onafhankelijk vorm.

Paulus zegt in 1 Tessalonicenzen 2: ‘In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven, zo dierbaar was u ons geworden.’ Zouden we als kerkelijke gemeenschap speelruimte kunnen bieden aan de nomadische, spirituele zoektocht van jongeren? Een ruimte waar levens gedeeld kunnen worden? Een ruimte waar levenservaringen kunnen worden verbonden aan Christus?

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg van 21 februari 2015

Anko Oussoren

Anko Oussoren

Adviseur at Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko
Anko Oussoren
Anko Oussoren
Anko Oussoren

Latest posts by Anko Oussoren (see all)