Wees trots op je kerk!
Phileppine Schopman (foto: Jaco Klamer)

’Wees trots op je kerk!’ Dit blijft na mijn gesprek met Philippine Schopman door mijn hoofd spelen. Trots zijn op onze kerk? Maar Philippine was heel duidelijk: ‘wees zichtbaar, wees trots, soms lijkt het wel alsof jullie je schamen dat je vrijgemaakt bent.’

De vader van Philippine (50 jaar) is katholiek opgevoed, maar heeft zich in zijn jeugd afgekeerd van dit geloof. Haar moeder komt uit een niet-gelovig gezin. Toch ervaart Philippine al heel jong een soort godsbesef. ’Al heel vroeg had ik het verlangen naar God. Op eigen verzoek bezocht ik de zondagsschool, maar omdat ik geen aansluiting had, ik moest bijvoorbeeld teksten opzoeken en kon die niet vinden, haakte ik af.’ Ook de godsdienstlessen op de lagere school maakten op Philippine diepe indruk.
‘Het is volgens mij altijd al de bedoeling geweest dat ik lid werd van een vrijgemaakte kerk. Iedere betekenisvolle ontmoeting die ik daarna met “gelovigen” had was met een vrijgemaakte. Tijdens mijn vervolgstudie ging ik mijn eigen weg. Ik deed aan alles mee. Het was een losgeslagen boel. Maar altijd had ik een soort innerlijke strijd. Ik had een studiegenote die zich duidelijk distantieerde van alles. Zij was vrijgemaakt. We spraken over het geloof en ze boeide me. Waarom geloof jij wel en ik niet? Daar was ik op dat moment echt mee bezig.’ Jaren later ontmoet Philippine een jongen. ’We praatten nooit echt over het geloof, maar hij was vrijgemaakt en studeerde theologie. We werden goeie vrienden.’ Ook op haar latere werk is er een vrijgemaakte collega. ’Deze vrouw stak haar mening en geloof niet onder stoelen of banken. En weer vroeg ik me af waarom zij wel geloofde en ik niet.’
Ondertussen ging het niet goed met Philippine. Ze klungelde met haar gezondheid en probeerde van alles uit om zich beter te voelen. Na diverse consulten vroeg haar christelijke huisarts haar of ze in God geloofde. ‘Eindelijk was er iemand die ernaar vroeg. Ik wachtte en hoopte al zo lang op een uitnodiging van God.’ De huisarts nodigde haar uit voor een Alphacursus. ‘Ik kon niet wachten om te beginnen. Na het voor¬gesprek kreeg ik het Johannesevangelie mee. Ik las het en ik wist: Het is waar! Ik raakte ontroerd. En toen moest de hele Alpha¬cursus nog beginnen. Na twee ”lessen” kon ik al oprecht zeggen: ja, ik geloof.’
Vanaf dat moment veranderde haar leven. ’Ik voelde me nooit meer eenzaam en kon het leven in het perspectief van “goed en kwaad” plaatsen, wat voor mij heel verhelderend was, alles viel toen op z’n plek. Eindelijk kon ik richting geven aan mijn leven.‘
Philippine begon steeds vaker de kerkdiensten te bezoeken. ‘Het was een hele cultuurshock. Ook voelde ik me soms bezwaard. Wat sleep ik wel niet allemaal mee de kerk in?’ Zeven jaar geleden heeft Philippine zich laten dopen. En vier jaar geleden volgden ook haar kinderen. Haar man is niet gelovig.
’Wat mij zo aanspreekt in de vrijgemaakte kerk is dat alles zo duidelijk en gedegen is. Gemeenteleden hebben zoveel Bijbelkennis, dat is werkelijk bijzonder. Toch mogen vrijgemaakten het wel eens wat meer van God verwachten en wat minder van de letters en de regels. Kom naar buiten, wees zichtbaar christen. Stel je open voor Gods sleutelpositie tussen jou en de buitenwereld. Wees niet bang dat een ander het niet horen wil. Ik wist van de mensen die ik in mijn leven ben tegengekomen dat ze christen waren, maar ik had zo graag een uitnodiging gehad om mee te gaan naar de kerk. Als je werkelijk de schat ziet die je hebt, deel hem met anderen. Heb vertrouwen in God, Hij wacht tot jij komt, iedere keer weer!’