Ergens ontstaat, door het werk van de heilige Geest die mensen laat getuigen van Gods grote daden, een huisgemeente. Allemaal heel laagdrempelig. Er hoeft niet veel georganiseerd te worden Er zijn geen onkosten aan vergaderlocaties en dergelijke. Geen regeltjes die spontaniteit hinderlijk in de weg staan. Toch ontkomen ze niet aan een paar afspraken: hoe laat komen we bij elkaar, wie zorgt voor koffie, wie vangt de kinderen op, en misschien hier en daar nog wat. Een schema wie tante Truus ophaalt die geen eigen vervoer heeft, bijvoorbeeld. Zelfs bij zo’n heel laagdrempelige manier van kerkzijn is er iets van een instituut. Van regels en structuur. Het mooie is dat er dan niets meer aan structuur is dan het absolute minimum. En wat er is, leidt geen eigen leven, maar is gericht op het doel van die gemeente. Wel is helder: zodra mensen samenkomen, is er, bewust of onbewust, sprake van een instituut, of regels, afspraken, hoe je het ook maar noemt.

Groei
Laten we even doordenken over wat er gebeurt als zo’n gemeente groeit. Of er ontstaan hier en daar nog wat gemeentes. Dan zijn er misschien wat meer regels nodig. Misschien denk je over een eigen vergaderplek, omdat het allemaal niet meer in een huiskamer past. Dan zijn langzamerhand wat meer afspraken nodig. Een achtergrond kan bijvoorbeeld ook zijn dat het in de kerk van Jezus Christus nooit mag gaan om het recht van de sterkste. In dit geval niet het recht van de man met de dikste spierballen of het grootste geweer, maar bijvoorbeeld van de broer of zus die het vlotst met de babbel is of die goed kan manipuleren. Als Jezus zich inzet voor het gebroken riet (Matteüs 12: 19), moet er in zijn gemeente, met welke organisatiestructuur ook, veiligheid zijn voor mensen die niet zo assertief zijn. Daarvoor kun je afspraken maken. Je merkt wel: hoe meer mensen, hoe meer structuur, hoe meer iets van een instituut.

Allergie
Het lastige daarbij is dat mensen onderhand allergisch worden voor afspraken, en voor een instituut. Door heel Nederland klinkt de roep om afschaffen van regels, en dan vooral van die regels die jezelf aan banden leggen. En in kerkelijk Nederland is er een trend aanwezig die met het instituut van de kerk niets heeft. Vooral onder de dertigers is dat het geval.
Dat heeft te maken met de cultuur van deze tijd, wel aangeduid met de term post-modernisme. In het modernisme had men de illusie dat alles beheersbaar was, vandaar uitgebreide regelgeving in de maatschappij en in de kerk. Nu komt men er achter dat dit niet zo is. Het beheersbare blijkt een illusie. Bovendien legde het veel spontaniteit lam.
Maar je kunt ook als kerk eens naar jezelf kijken. Laat het dan zo zijn dat er altijd iets van een instituut, van regels nodig is, ze hebben wel de neiging om te groeien. En er kan een moment komen waarop de instandhouding van het instituut zelf belangrijker wordt dan het doel waarvoor bijvoorbeeld de gemeente bestaat. (zie 1 Petrus 2: … om de grote daden van God te verkondigen.)
Een kerkgebouw kan bijvoorbeeld een sta-in-de-weg worden. Het is met veel liefde gebouwd, enkele decennia geleden. Of enkele eeuwen geleden. In het gebouw hangt de sfeer van al die jaren lofzang en verkondiging. Maar instandhouding ervan kan zoveel energie kosten dat je aan je eigenlijke taak niet meer toekomt. Hoe radicaal ben je dan? Heb je dan het lef om te zeggen: wij doen een enorme stap terug, gaan bijvoorbeeld verder als huisgemeenten? Om maar kerk te zijn zoals Christus het heeft bedoeld? Of zoek je , iets minder radicaal misschien, maar toch andere vormen, waarbij het instituut niet langer hinderlijk is?

Bezinning
In dit artikeltje ging het om twee lijnen:

  1. Er is iets van een instituut nodig zodra mensen bij elkaar komen. Laat daarom in de al dan niet begrijpelijke allergie tegen het concrete instituut dat niet ondersneeuwen. Het instituut zorgt ook voor een veilige sfeer. Ik denk heel concreet aan de goede protocollen rond seksueel misbruik door kerkelijke functionarissen.
  2. Het instituut is dienstbaar aan de grote zaak: de werkelijkheid van Christus’ rijk in deze wereld. Dat vraagt voortdurende bezinning op dit punt en goede geestelijke leiding: is wat wij doen en organiseren, nog steeds in de ondergeschikt aan dit doel? Daarbij gaat het om de praktijk; op papier is dat natuurlijk altijd zo. Dit vraagt om voortdurende bezinning en zelfkritiek van de gemeente van Christus.

Heel belangrijk daarbij is uiteraard de vraag of God in zijn Woord daarover ook nog iets gezegd heeft. Ik bewaar dat voor een volgende keer.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 14 november 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)