Er zijn weinig onderwerpen waar kerkenraden en gemeenteleden zo onwennig en onhandig mee omgaan als homoseksualiteit. Hetty Pullen-Muis van het Praktijkcentrum geeft tips voor het voeren van een goed gesprek.

Wie ben ik eigenlijk? En wie ben ik in Jezus Christus? Het is voor een homo of lesbienne een proces van vallen en opstaan, zoeken en tasten om antwoorden op die vragen te krijgen en daarmee zijn of haar levensweg te vinden.
Dat wordt nog ingewikkelder als hij of zij opgroeit in een kerkgemeenschap die allerlei bezwaren heeft tegen homoseksualiteit. Veel homoseksuelen beleven hun gemeente dan ook niet als een plek waar het gesprek over hun homoseksualiteit open en veilig, zonder angst en in liefde kan worden gevoerd. Ze voelen zich afgewezen en verlaten de kerk.
Ook kerkenraden vinden homoseksualiteit een onveilig gespreksthema. Ze zijn vaak bang om geconfronteerd te worden met debatten en onrust in de gemeente en vermijden daarom het onderwerp. In gesprekken kom ik soms ook kerkenraden tegen die denken dat ze geen homoseksuelen in hun gemeente hebben. Maar een gemeente zonder homo’s bestaat niet: 3 tot 5 procent van de mensen heeft een homoseksuele geaardheid.
Als het thema wel aan de orde komt in gemeenten, is dat vaak ad hoc, naar aanleiding van een pastorale situatie van een samenwonend homostel of doordat de predikant over homoseksualiteit preekt. Dat is geen geschikte benadering. Het is veel beter om het gesprek in de gemeente in te bedden in het bredere thema ‘relaties en seksualiteit’.

Het gemeentegesprek

De eerste voorwaarde voor een goed gemeentegesprek over homoseksualiteit is dat je rechtstreeks met homo’s spreekt, hen erbij betrekt en daarbij (pastorale) zorg uitstraalt, los van hun keuze om wel of geen relatie aan te gaan. Het is van belang om los te komen van de standpunten en samen te zoeken naar een goede gesprekshouding en een echte ontmoeting met elkaar. Betrek vooral ook ouders, broers, zussen en vrienden in dat proces.
Het is daarnaast belangrijk om homoseksualiteit gemeentebreed een plek te geven. Een homoseksueel kerklid moet ervaren dat hij of zij terecht kan bij de kerkenraad en pastorale zorg kan ontvangen, ook gewoon in de wijk. Homoseksuele jongeren moeten een veilige plek kunnen vinden in het jeugdwerk, waar het onderwerp bespreekbaar moet zijn. En de kerkenraad zou het initiatief kunnen nemen om het onderwerp op een gemeenteavond of in de wijken onder deskundige leiding bespreekbaar te maken.

Het kerkenraadsgesprek

Binnen een gemeente heb ik een project met een kerkenraad uitgevoerd en nagedacht over passende doelen voor een kerkenraadsgesprek over homoseksualiteit. Zo’n gesprek is namelijk een goede start voor het verwerven van een breder draagvlak voor de aandacht voor deze thematiek.
In de betreffende kerkenraad gingen we niet het gesprek aan over de uitleg van verschillende Bijbelteksten, maar werkten we aan een aantal niet-cognitieve doelen: doelen die niet gericht zijn op kennis en standpunten.

Het is van belang om los te komen van de standpunten en samen te zoeken naar een goede gesprekshouding en een echte ontmoeting met elkaar

Als methode gebruikte ik een gespreksvorm met veel open vragen. Wie ben je zelf (ook als seksueel wezen)? Wat is je pastorale houding? Hoe reageer je op een casus? Op die manier maakten we elkaar ervan bewust dat we vanuit eigen perspectieven naar elkaars leven kijken. Je kunt niet zomaar homo’s en lesbiennes aanschieten en ongevraagd je mening geven over de meest intieme zaken van hun leven.
Dat bewustzijn van je eigen gedrag en je eigen blokkades, en de kunst om dat te betrekken bij je taak als ambtsdrager, is een eerste vereiste voor het gesprek in de kerkenraad. Wie ben je zelf als (vaak) mannelijke ambtsdrager? Wat is jouw beleving bij homoseksualiteit (keuze, zonde of …?) Die vragen zijn een eerste stap om zelf ook kwetsbaar en open te durven zijn. Want homo’s zijn kwetsbaar in hun openheid over zichzelf. Het gaat tenslotte vrij snel over hun intieme (seks)leven, terwijl hun leven uit meer bestaat dan alleen hun seksualiteit.

Het pastorale gesprek

Naast het gesprek in de kerkenraad en de (geloofs)gesprekken tussen broers en zussen in de gemeente is er het een-op-eengesprek, vaak pastoraal van aard.
In de communicatiewetenschap kun je verschillende niveaus in gesprekken onderkennen. Veel gesprekken over homoseksualiteit begeven zich op het niveau van standpunten en dagelijkse feiten. Dat is de eerste laag, die aan de buitenkant van ons innerlijk ligt (zie Tot de kern komen. De kunst van het pastorale gesprekvan Johan Smit).
De laag die daarop volgt, is die van de gevoelens. Als het gesprek op gang komt, ontstaat er ruimte voor de fijne en moeilijke gevoelens. Nog een laag dieper kom je bij het gesprek over God, je geloof, je levensbeschouwing. Hoe kijken jij en ik tegen God aan in ons leven?
Nog een laag dieper is de laag van de spiritualiteit: de kern van ons zijn is het gekend zijn bij God en door God (Psalm 139). Als je dat kunt delen in de (pastorale) ontmoeting, dan kom je dicht bij elkaar. Met alle onderlinge verschillen mag je er zijn voor God.
Om in een pastoraal gesprek tot de kern te komen (en dat kan tijd kosten) is een onderkenning van deze vier niveaus een goed hulpmiddel. Het voorkomt dat het gesprek stopt bij de standpunten.
De pastorale handreiking van het Praktijkcentrum (zie het kader met web- en leestips) bevat een beschrijving van twee verschillende gesprekssituaties die dat laten zien.

Het jongerengesprek

Jeugdwerk en catechese bieden goede mogelijkheden voor een gesprek over homoseksualiteit, mits de leiders goed kunnen luisteren. Voor deze gesprekken zijn goede methoden beschikbaar (zie het kader met web- en leestips en zie hieronder).
In een jeugdgroep kan een jongere worstelen met de vraag: ben ik homoseksueel? Naast de verwarring die dit oplevert voor zijn of haar identiteit, is er de vraag: mag dit wel van de Bijbel of van God? Als je breed aandacht geeft aan het thema seksualiteit, kan homoseksualiteit daarin een integrale en natuurlijke plek krijgen.
Respectvol over homo’s spreken is niet vanzelfsprekend, niet in de kerk en niet onder jongeren. Ook daar is sprake van een (ver)oordelend en homo-onvriendelijk klimaat. Dat maakt het extra belangrijk om als catecheet of jeugdleider open en neutraal te reageren op de jongeren. Geef ze het gevoel dat het gesprek hierover mag plaatsvinden en dat het veilig gevoerd kan worden; veiliger dan ze soms op straat beleven.
Voordat jeugdleiders of catecheten open met jongeren over homoseksualiteit kunnen spreken, moeten ze eerst hun eigen blokkades verkennen en onder ogen zien.

Methoden

Hoe zien zulke gesprekken er nu concreet uit? Hieronder twee voorbeelden van methoden die gebruikt kunnen worden.

1. IK wil jou
Hoe pak je het gesprek in een jeugdgroep aan? Als auteurs van de catechesemethode IK wil jou hebben we voor een methodische aanpak van 60 minuten gekozen, die als volgt is opgebouwd:

1. Start met een inleefopdracht.
2. Verken het thema door middel van een casus: je beste vriend zegt homo te zijn…
3. En de Bijbel dan? Werk aan de hand van een informatietekst de begrippen aanvaarding, gebrokenheid en identiteit uit.
4. Doe een aantal reflectieopdrachten, gericht op wat jij zou doen als …?
5. Evalueer het onderwerp, met daarbij de oproep om respectvol te spreken over elkaar. Bid voor homo’s en lesbiennes.
6. Geef tips voor het gesprek thuis.

Deze methodische opzet wil vooral uitnodigen om de dialoog met elkaar te voeren. Hij nodigt jongeren ook uit om breder te kijken naar relaties: niet alleen het huwelijk betekent veel in de kerk, ook goede vriendschappen mogen een plek hebben.

2. HGJB
Herman van Wijngaarden van de HGJB spreekt in gemeenten over homoseksualiteit aan de hand van een eigen programmatische opbouw. Zijn aanpak loopt uit op het bespreken van de verschillende standpunten en belevingen bij homoseksualiteit en ziet er globaal als volgt uit:

1. Quotes uit het actuele homodebat.
2. Verkenning van de beelden die in de gemeente over homoseksualiteit leven.
3. Werkvorm: luisteren en inleven.
4. Verkenning van houdingen en keuzes vanuit het geloof.
5. Schets van de Bijbelteksten over homoseksualiteit.
6. Samenvatting van de inhoudelijke en verschillende standpunten onder christenen.

Beide methoden willen vooral ruimte bieden aan het (onderlinge) gesprek in de wat grotere groepen. Maar ook voor gesprekken in kleiner verband zijn deze methoden bruikbaar.

Dit artikel is  gepubliceerd in OnderWeg van 27 juni 2015

The following two tabs change content below.

Hetty Pullen

Adviseur op Praktijkcentrum
Is doelgericht bezig met jongerenwerk, catechese en mensen met beperkingen in de kerkelijke gemeente. Houdt van processen met mensen in de kerk en houdt van groei en bloei, niet in de laatste plaats in haar tuin. Is vaak kartrekker in processen en door haar daadkracht en ervaring onmisbaar in de organisatie. En voor de freelancers van het Praktijkcentrum een vast aanspreekpunt. mail naar Hetty

Laatste berichten van Hetty Pullen (toon alles)