Het was een historisch besluit afgelopen juni: vrouwen mogen niet alleen de taken uitoefenen van predikanten en ouderlingen – ze mogen deze bediening nu officieel als ambtsdrager binnen de GKv vervullen. Veel werk op het gebied van catechese, leidinggeven, pastoraat, diaconaat en eredienst werd al door vrouwen gedaan. Nu mogen ze dat ook als ambtsdrager doen, aldus de Generale Synode. De vraag is wat dit eigenlijk betekent. Een poging tot zelfreflectie.

Zelfreflectie is nodig bij dit besluit. Veel plaatselijke kerkenraden staan immers voor de vraag: wat nu? Nu kerkenraden via gespreksrondes komen tot een besluit (voor of tegen), is het belangrijk om goed naar binnen te kijken, naar ons hart, anders is geen enkel besluit nuttig voor de opbouw van de gemeente.

Ruim tien jaar heeft dit onderwerp op de agenda van de Generale Synodes (GS) gestaan. Op de vorige GS, drie jaar geleden, was een soortgelijk voorstel van een studiecommissie (waar ik zelf deel van uitmaakte) nog afgewezen. Dat was de eerste keer dat een meerderheid van zo’n studiecommissie krachtig pleitte voor openstelling van de ambten voor vrouwen. Toen wilde de GS zo’n ingrijpend besluit niet nemen. Nu dus wel. Wat zou het fantastisch zijn wanneer het proces van deze synode een vervolg krijgt. Want zo’n besluit is één ding, maar hoe geef je daaraan een gezonde follow-up? Dat moet op drie punten.

1 De Schrift blijft belangrijk

De hermeneutiek speelt hierin een grote rol: met welke bril lees ik de Bijbel? Ontegenzeggelijk wordt binnen de GKv de Schrift op een andere manier gelezen dan enkele decennia geleden. Er is een veel grotere bandbreedte gegroeid in de manier waarop we ons door de Bijbel laten gezeggen. Als je dat ontkent, doe je geen recht aan de belangrijke plaats die juist de Schrift heeft in onze protestantse traditie in het algemeen, en die van de GKv in het bijzonder. De vraag is wel hoe we deze andere manier moeten beoordelen.

Gereformeerde kerken in Japan en Hongarije
kennen vrouwelijke predikanten

Ik vind het fascinerend dat ik bij voorstanders van de openstelling van de ambten voor vrouwen zelden een houding aantref die het gezag van de Bijbel of van God over ons leven ter discussie stelt. Dat is een suggestie die wel vaak gebruikt wordt als extra argument tegen openstelling: hier is (het gezag van) de Bijbel in het geding! Ongetwijfeld zijn er binnen de GKv mensen die weinig waarde aan de Schrift hechten. Maar oprechte voorstanders van openstelling heb ik daarop nog nooit kunnen betrappen. Dat is het grote verschil met vrijzinnige theologie uit de tweede helft van de vorige eeuw.

2 Neem de tijd om te wennen

Vinden de tegenstanders van openstelling het mogelijk om in één kerk samen te leven met medechristenen die de Bijbel op belangrijke punten echt anders lezen dan zij? Polarisatie en groepsvorming liggen op de loer. Daar komen vaak ook gevoelens van teleurstelling en achterstelling bij – in beide kampen. Nu is er inderdaad sprake van een anders lezen van de Schrift en wat concrete teksten te zeggen hebben. Maar dergelijke verschillen kent de kerk al eeuwenlang. Met andere woorden: welkom in de echte wereld. Dit is de situatie van de kerk van oudsher.

Het kan voor je gevoel een tijd lang wat helderder en eenduidiger zijn geweest, de werkelijkheid van de wereldkerk was altijd veelkleuriger. Gereformeerde kerken in Japan en Hongarije kennen vrouwelijke predikanten, en in de (klooster)orden hebben vrouwen als abdis belangrijke leidinggevende en spirituele taken gehad. Tegelijkertijd was niet-openstelling van de ambten voor vrouwen ook praktijk in grote delen van de kerk wereldwijd en in de geschiedenis. Neem dus de tijd om te wennen aan deze nieuwe mogelijkheden en wat die teweegbrengen in de gemeente. Niet alles hoeft revolutionair te worden doorgevoerd, terwijl toch concreet gewerkt kan worden aan vernieuwing van de ambten.

3 Bezin je op man en vrouw zijn

Ten slotte is er het gendervraagstuk zelf. Je zou het in alle rumoer rond Bijbelse onderbouwing, (kerk)politiek, groeps- en transitieprocessen haast vergeten, maar het ging toch om vrouwen – en mannen. Wat verandert er nu eigenlijk in de praktijk? Hoe gaan ze het doen? Hoe verandert een gemeente? Of verandert er niets als vrouwen ambtsdrager zijn? Ik geloof niet in het dogma van de gelijkheid van man en vrouw, alsof verschillen uitgewist moeten worden.

Wel geloof ik in de kracht van complementariteit. Kan een Bijbelgetrouwe kerk die vrouwen in ambtsposities heeft een eigen gendergeluid in de publieke ruimte laten horen? Hoe gaan mannen in de nieuwe situatie met vrouwen om – en andersom? Ik hoop dat deze inhoudelijke vragen niet ondergesneeuwd raken onder allerlei organisatorische rompslomp die zo’n verandering ook met zich meebrengt.

Context

Vanuit deze drie discussiepunten (Bijbellezen, diversiteit en gender) wil ik de stelling wagen dat hier een mooie toekomst gloort. Juist openstelling van de ambten voor vrouwen kan de GKv als geheel verder brengen. In de komende gespreksronden in lokale kerken kan de royaal aanwezige liefde voor God, de Bijbel en de kerk haar kracht bewijzen. Nu de eerste rook rond de besluitvorming is opgetrokken, kan juist deze liefde de voor- en tegenstanders van openstelling verbinden. Natuurlijk ligt er in onze culturele context een aanleiding voor het m/v-besluit, maar het is echt geen capitulatie voor de tijdgeest.

Of verandert er niets als vrouwen ambtsdrager zijn?

Liefde voor de Bijbel blijkt uit de grote waarde die de synode hechtte aan de Bijbelse achtergrond van haar besluit. De Bijbelse argumentatie overtuigt misschien niet iedereen. Toch is zij onmisbaar om de onderlinge samenhang in de GKv te bewaren. Liefde voor Christus en de kerk was voor veel voorstanders de motivatie achter het decennialang geduld oefenen en vragen blijven stellen bij de praktijk. Ik denk dat juist voorstanders nu de kans krijgen om de vruchten van deze geloofshouding in alle liefde in praktijk te brengen.

Onderlinge band

Er is wat veranderd in de GKv. Maar we hebben zo veel om uit te putten: Gods Woord, een sterke onderlinge band, veel inhoud in onze traditie. Laten we de tijd nemen om samen al biddend te laten zien hoe Gods liefde van dit (voor sommigen ingrijpende) besluit iets moois kan maken voor onze kerken! Nu kunnen we laten zien wat onze liefde en brongerichtheid en kracht in de praktijk, nu het erop aankomt, onder Gods zegen kunnen bewerken.

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg van 9 december 2017

Hans Schaeffer

Hans Schaeffer

Is als gedreven theoloog en onderzoeker bezig op het snijvlak van theologie en praktijk. Was acht jaar predikant in Wageningen, heeft gestudeerd in Kampen, Tübingen en Londen. Wil mensen leren nadenken en bezinnen, om daardoor te verbinden. Geeft les aan de TU in Kampen, houdt lezingen en doet praktijkonderzoek.