Ze was er helemaal vol van. Tanja Ineke, de voorzitter van het COC. Koning Willem-Alexander was op bezoek geweest toen deze belangenorganisatie van lesbiennes, homo’s biseksuelen en transgenders 70 jaar bestond. Hij had anderhalf uur met hen gepraat. Belangrijk was voor haar ‘hoe mensen zich ondersteund voelen als de koning naar je luistert’. Het was waarschijnlijk de eerste keer in de geschiedenis dat een staatshoofd zo openlijk zijn belangstelling toonde en uniek in de wereld van nu. Ze waren hoorbaar en zichtbaar voor de koning. En ook in het Nederland van nu waar volgens haar homo nog het meest voorkomende scheldwoord is, deed dat hen goed: het vraagt nog steeds moed om ‘uit de kast te komen’. Het blad ‘De Nieuwe Koers concludeerde in een onderzoek dat de kast op een kier staat: homo-emancipatie verloopt in orthodox-gereformeerde kring stroef (nov 2016). ‘Zien we ze staan? En hoeveel ruimte krijgen ze?’

Gehoord worden
Het is een treffend voorbeeld van hoe belangrijk het is om gehoord te worden. Niet voor niets kent het openbaar bestuur de mogelijkheid om voor het begin van een vergadering mensen inspraak te geven. Iedereen kan naar aanleiding van de agenda het punt dat hij of zij belangrijk vindt nog eens naar voren brengen. Vooraf is er al heel wat overlegd tussen het bestuur waar het om gaat en allerlei organisaties met belangen in het veld, maar er is openheid om je punt naar voren te brengen.
Bij kerkelijke vergaderingen heb ik het nog niet meegemaakt. Maar ook in de kerk kom je het verlangen tegen om gehoord te worden. Neem de discussie in het Nederlands Dagblad over losgemaakte predikanten. Onlangs hoorde ik hoe iemand vermoedde dat het allemaal ongetrouwde predikanten waren: over hun vrouwen en eventuele kinderen hoor je niets. Terwijl ook voor hen zo’n gebeurtenis een enorme impact heeft. Maar worden zij wel gehoord? Of zijn ze onzichtbaar? Daarnaast: de discussie alleen al over vrouw en ambt heeft de helft van de kerkleden opeens veel zichtbaarder gemaakt. We moeten ons van de vorige generale synode inzetten om zoveel mogelijk te maken van de positie van vrouwen in de gemeente.

Teleurstelling
Je kunt heel gemakkelijk naar voren brengen dat dit allemaal wel mooi klinkt, maar dat het nog maar een begin is. Op zijn gunstigs. Tanja Ineke en de mensen die ook bij het gesprek met de koning waren kunnen dan wel blij zijn, maar hij gaat verder met zijn agenda en wat verandert er in de kleedkamer van de voetbalclub? En van het spreekrecht voor een vergadering van de gemeenteraad kun je dan wel gebruik maken, en jou verhaal komt daarna keurig in de notulen terecht, maar merk je daar dan iets van in de besluitvorming? We hebben daar in het Nederlands een uitdrukking voor: ik ben een roepende in de woestijn. Ik kan het allemaal net zo goed tegen de muur vertellen, want het wordt toch niet opgepakt. Wie een beetje thuis is in de Bijbel weet dat die uitdrukking afkomstig is uit Jesaja 40, maar daar drukt het geen teleurstelling uit. Eerder hoop: het is de stem van de heraut van de koning die de verlossing aankondigt: jullie tijd van lijden is voorbij! Is dat zo vaak gezegd dat mensen er schouderophalend aan voorbij kunnen gaan en de heraut in zijn eentje laten roepen? De betekenisverandering van die Bijbelse uitdrukking laat iets zien van de vragen die mensen hebben in hun verwerken van Gods boodschap. Teleurstelling alom, ook als het gaat om de vragen rond gebedsverhoring bijvoorbeeld. Dan gaat het niet meer om de vraag of mensen wel luisteren, maar of God wel oor heeft voor wat ons bezighoudt en wat de blijdschap uit het leven weghaalt.

Hoort Hij het wel?
In diezelfde bundel profetieën onder de naam van Jesaja kom die teleurstelling ook naar voren. Hoofdstuk 59 begin met te zeggen dat Gods gehoor niet te zwak is om te luisteren. Dat zeiden de mensen kennelijk: Hij hoort ons niet. En al eerder, in Jesaja 40, wordt dat onder woorden gebracht: ‘ Waarom beweer je: ‘Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’? Het zou dan voor ons gemakkelijk zijn als er daarna een feitenrelaas kwam waaruit blijkt dat God wel degelijk tegemoetgekomen is aan onze klacht. Dat vind je echter niet. Wel een openbaring over wie en hoe Hij is. Kijk maar eens rond in de schepping: zou jouw probleem Hem boven het hoofd groeien? Dat laatste was overigens ook de klacht in Jesaja 59: de arm van de Heer is te kort om te redden.
Prachtig is dan hoe in Jesaja 59 God zelf het initiatief neemt om redding te brengen. Het is zijn arm (NBV: kracht) die daarvoor zorgt. In eerdere hoofdstukken was dat al uitgewerkt: de profetieën over de knecht van de Heer. Het onrecht in deze wereld is niet aan Gods aandacht ontsnapt en Hij komt zelf om een nieuwe wereld te stichten, gegrond op recht.

Begin en voleinding
Verrassend in dat werk van God is dan dat Hij er geen hemels leger op af stuurt. Als Hij initiatief neemt, wordt een jongetje geboren. Zijn moeder is een gewoon meisje dat er verbaasd over is dat God naar haar heeft omgezien. En dat zingt zijn oudoom Zacharias ook. God heeft omgezien naar zijn volk. Hij hoort. ‘Hij vervult het verlangen van wie hem eren,
hij hoort hun klacht en komt te hulp’, Psalm 145: 19. De koning van hemel en aarde heeft alle tijd voor ons. In het Nieuwe Testament heet het dat je altijd bij Hem binnen mag komen. Het is niet bijzonder dat de koning aandacht aan je besteedt: je mag permanent op audiëntie . En bij zijn troon vind je je heiland, die precies weet waar je het over hebt: Hij kent onze strijd. Hij staat naast je. (Hebreeën 4.)
De wereld draait door. Er is nog minstens evenveel onrecht als in de tijd van de profetieën van Jesaja, ondanks alle pogingen van mensen om een betere wereld te maken. En al die tijd is er ook gebeden. Je zou er moedeloos van worden: wat voor zin heeft het om je zaak aan de Heer voor te leggen? Precies dat: de koning luistert naar je. Als dat voor de mensen van het COC in Nederland heeft al geweldig belangrijk is, terwijl de koning toch een constitutioneel monarch is die vooral een ceremoniële functie heeft, dan is het besef van de open oren van de koning van hemel en aarde iets geweldigs. Want het betekent dat het laatste woord niet is aan het onrecht, dat het recht van de sterkste omgedraaid wordt en dat God opkomt voor de zwakke die hulp zoekt bij Hem. En al biddend besef je dan dat het beloofde vrederijk van Hem er ook komt. Even zeker als de geboorte van dat jongetje dat Jezus moest heten, omdat het God zelf is die het initiatief nam voor de verlossing. Het begin is er. We wachten op de voltooiing.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 24 december. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)