“Als je vieze woordjes wilt zeggen, ga maar naar zolder, schrijf ze op een schoolbord en je bent het kwijt.” Het advies van mijn leraar Nederlands op wat toen het Ichthuscollege heette, in Enschede. Het spreekt van een tijd waarin het eerst zo vanzelfsprekende gezag begon te knellen en jonge mensen ertegen in opstand kwamen. Natuurlijk ging je voor en vervolgstudie ergens een kamer huren om onder de dwingende huisregels uit te zijn. Het kostte bovendien betrekkelijk weinig: in euro’s ongeveer 50 a 75 euro per maand. Puberteit, dat was het verschijnsel dat je je ging afzetten tegen je ouders en andere gezagsdragers en je eigen identiteit ging ontwikkelen. Het was rond 1970, de tijd van de eigen jongerencultuur en van de seksuele revolutie in Nederland. Maatschappelijke ontwikkeling en de algemeen-menselijke ontwikkeling kwamen samen in die jaren.

Het badkamerkastje
“Als je kinderen de zestien naderen, leg dan op een opvallende plek in het badkamerkastje de condooms klaar. Voor je het weet, hebben ze die dingen nodig.” Het advies van een schoolhoofd rond het jaar 2000, waarbij ze ervan uit ging dat je kinderen dan allang weten hoe je zo’n ding moet gebruiken. Verder was ze overigens best streng: tien uur thuis is tien uur thuis en niet kwart over. Ze gaf die adviezen op een ouderavond. Het ging om een school voor bijzonder onderwijs. Zo’n advies over condooms laat heel goed zien dat de wereld waarin we leven compleet veranderd is. Iemand wees daar ook op: er is thuis niets meer om je tegen af te zetten. Alles kan. Waarom zou je hotel Mama verlaten? Kamers zijn bovendien bijna onbetaalbaar geworden. Je kunt thuis ook gewoon je gang gaan. Dat vraagt om een nieuwe omschrijving van de plek van de puberteit: je eigen identiteit ontwikkelen is nog steeds belangrijk, maar hoe doe je dat? Waar zet je je tegen af?

Politiek correct?
Vrij Nederland publiceerde een interview met Mischa, een neef van de journalist Mea Dols de Jong. Die legt aan de tien jaar oudere Mea omstandig uit dat jonge mensen nog steeds de behoefte hebben om zich af te zetten. Vooral tegen het politiek en maatschappelijk correcte. En dat doe je dan op YouTube kanalen en op sites, speciaal gericht op jongeren. En dat afzetten houdt dan ook in dat grappen gemaakt worden over de Holocaust, compleet met hakenkruizen en al. Ik heb even gezocht in dat artikel naar een geschikt citaat, maar ik kon dat niet vinden zonder het advies van mijn leraar Nederlands in de wind te slaan. Als ik het allemaal goed begrijp ging het gesprek over het verzet tegen het politiek correcte waarmee we elkaar in deze dagen vanuit onze blanke cultuur tegemoet treden en het onbegrip voor dat verzet waar Mischa en de zijnen dan weer op stuiten. Ook opvallend in het gesprek was dat volgens hem mensen erop uit zijn om op internet anderen tot extreme uitspraken te prikkelen. En het geheel heeft te maken met de postmoderne cultuur waarin niets meer vast staat en er een soort metamodernisme ontstaat waarin je in ieder geval weet dat je “gebakken bacon” lekker vindt (toch nog een soort citaat). De avant-garde van onze cultuur.

Fossielen en de middeleeuwen
Gaat dit dan weer zomaar over? Ik ken niemand die op zolder nog een schoolbord heeft staan om daar vieze woordjes op te schrijven. (Helaas is de behoefte om porno te kijken wel springlevend bij veel mannen en vrouwen). Het viel mij bij het debat over de nieuwe formateur Tjeenk Willink op, dat de uitdrukking ‘parlementair taalgebruik’ om een nieuwe omschrijving vraagt. Het taalgebruik lijkt soms ontleend te zijn aan de ‘schoolbordenwebsites’ waarop mensen zich afzetten tegen wat politiek correct is. De leeftijd van de informateur leek een argument om het nut van zijn benoeming te betwijfelen. Dat betekent dat de behoefte om je af te zetten tegen de gevestigde orde niet leeftijdsgebonden is, maar onder een deel van de bevolking in Nederland inmiddels diep geworteld is. Het taalgebruik is een symptoom van wat we over de hele linie zien: wat vanzelfsprekend leek na de tweede wereldoorlog, komt toch weer in discussie. En in die discussie is het heel lastig om echt racisme en discriminatie te onderscheiden van rascistisch klinkende uitspraken die gedaan worden om je af te zetten tegen de vereiste correctheid, maar die in feite de correctheid zelf onderschrijven. Net als porno bestaat bij de erkenning dat er grenzen zijn en dat het vertoonde de werkelijkheid niet weerspiegelt.

Niet van deze wereld
Als christen neem je dan een aparte positie in. Enerzijds voel je ook de druk van het politiek correcte, waarin alle opvattingen en visies relatief zijn behalve die stelling. In West-Europa sta je dan in een wereld waarin ook jouw visie zijn plek heeft naast de andere en wellicht interessant gevonden wordt, totdat de toepassing concreet wordt. Denk aan de vrijheid die gevraagd wordt om een ander toe te staan zijn leven te laten beëindigen als hij/zij dat voltooid acht. Hoe maak je je standpunt als christen duidelijk zonder dat die ander de norm die voor jij geldt, erkent? Anderzijds voel je ook de afstand met de reaguurders op internet, of ze zich nu hebben laten verleiden tot hun extreme standpunten of dat het allemaal nog wel meevalt bij henzelf. Bekende Nederlanders die zo’n reaguurder hebben opgezocht geven nogal eens weer dat het in werkelijkheid om heel gewone mensen gaat die toch op internet doodsbedreigingen uiten.

Menselijkheid
In het interview met Mischa kwam ook zijn moeder even aan het woord:” Dus het gaat misschien niet zozeer om wat wel en niet mag volgens de regels, maar om de mate van menselijkheid en aardigheid van de wereld waarin we willen leven.” Dat je alles mag zeggen betekent nog niet dat je alles moet willen zeggen. Een humanistisch standpunt, volgens het artikel. Tegelijk ligt daar een punt in waar we bij kunnen aansluiten. Vooral bij dat menselijke. Ik denk even aan de woorden van Jacobus: ‘Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld.’ (Jacobus 3: 9). Die ander blijf je benaderen als iemand die naar Gods beeld geschapen is, wat hij of zij er in de praktijk ook van terecht brengt. Daar hebben we in de wereld van vandaag onze handen vol aan.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 10 juni 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)