Op 31 oktober 2016 was het vijftig jaar geleden dat de Open Brief werd opgesteld. Dat was een brief van 25 kerkleden binnen de GKv, voornamelijk predikanten, die bedoeld was om de Tehuis-gemeente in Groningen een hart onder de riem te steken. Die was weer ontstaan na een conflict rond ds. A. Van der Ziel die tegen de besluitvorming van de kerkenraad in ging samenspreken met de synodaal gereformeerde kerk in Groningen.De synode van de GKv zag in de ondertekening van de Open Brief aanleiding om kerkelijke maatregelen te nemen. De scheuring tussen wat later de Nederlands Gereformeerde kerken zouden heten en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt volgde. Op 28 oktober 2016 is er een congres geweest in Kampen om hierop terug te zien. Een dag lang werden de resultaten van nieuw onderzoek gepresenteerd. (Op www.onderwegonline.nl is een aantal toespraken van die dag en de tekst van de Open Brief terug te vinden; de Acta van de synodes uit die tijd zijn te vinden op www.kerkrecht.nl). In dit artikel een korte terugblik.

Hautain?
Zelf herinner ik me heel goed de verontwaardiging in huize Kuiper over vooral de slotzinnen van de Open Brief. Daarin werden de kerken opgeroepen om op het niveau van de wereldkerk te gaan staan en vielen woorden over de Nederlandse situatie als klein vaderlands gedoe. Valt het historisch fundament van de Nederlandse kerken wel samen met dat van de wereldkerk? Die woorden vielen niet goed. De Vrijmaking zelf was nog maar ruim twintig jaar geleden. Voor wie de veertig gepasseerd is: dat is eergisteren. Mensen hadden er veel voor over gehad om in gehoorzaamheid aan God nee te zeggen tegen wat ze zagen als bovenschriftuurlijke bindingen en macht van de synode. Soms met risico’s voor je inkomen toe: je zult maar bakker zijn op een dorp en voor de kant van de vrijmaking kiezen en dan merken dat je klanten toch liever het synodale brood van de concurrent hebben. En dan vallen zulke woorden. De Open Brief erkent overigens helemaal de noodzaak van de Vrijmaking in 1944, maar waarschuwt ertegen om de scheuring van toen op het niveau te plaatsen van bijvoorbeeld de reformatie van de zestiende eeuw. De Brief steunt de Tehuisgemeente in de toenadering tot de andere gereformeerden, van wie we in de jaren veertig afscheid genomen hadden. En in het spreken over het niveau van de wereldkerk zoekt de brief aansluiting bij de openheid naar de oecumene die in de jaren zestig ontstond binnen de synodaal-gereformeerde kerken. Die sloten zich in die jaren aan bij de wereldraad van kerken en ook theologisch kwam er aandacht voor de nood van de wereld. Het was de tijd waarin begrippen als solidariteit en gerechtigheid de plaats innamen van de gereformeerde beginselen, ook in tal van christelijke organisaties. Prof.dr. James Kennedy beschrijft dat in zijn publicaties. (Hij was ook een van de sprekers op 28 oktober).
Boven dit onderdeel van mijn artikel heb ik het woord hautain geplaatst. Uit de hoogte. Uiteraard was dat helemaal niet de bedoeling van de opstellers van de Open Brief, maar zo kwamen een aantal zinnen wel over in de jaren zestig.

Hoogmoedig?
En dan de andere kant. De reactie van de latere GKv-ers. (De kleine v is pas later min of meer officieel toegevoegd om verwarring te voorkomen met de andere gereformeerde kerken; in de jaren zestig werd die alleen gebruikt voor het gemak van de post). Als ik probeer na te gaan hoe men in die tijd dacht, kan ik me de verontwaardiging voorstellen: wij nu niet op het niveau van de wereldkerk? Maar we hebben in de Vrijmaking toch gekozen voor de katholiciteit van de kerk? Daarin gaat het om dat niveau. Ons historisch fundament anders dan het fundament van de wereldkerk? Dat is relativering van de belijdenis. Op 28 oktober werd erop gewezen dat er daarbij wel heel weinig ruimte zat tussen wat we in de Bijbel lezen en de conclusie daaruit voor de kerkelijke praktijk. Het ging de binnenverbanders juist om wat zij bedoelden met de ware katholiciteit van de kerk. In de jaren vijftig schreef de latere prof. J.Kamphuis daar al over: Katholieke Vastheid. En de synode gaf in 1969 een geschrift uit ‘om de ware katholiciteit van de kerk’ met een dringende oproep aan de Christelijke Gereformeerde kerken om nu eindelijk eens ook organisatorisch een te worden met de GKv en niet alleen te streven naar een goede relatie. (Een handige samenvatting van de manier waarop indertijd gedacht werd over dit onderwerp is te vinden in de besluiten van de Generale Synode uit 2011 van de Gereformeerde kerken (een van de groepen van de nieuw vrijgemaakten) rond de dolerende kerk in Dalfsen). Tegenover de oproep uit de Open Brief om op het niveau van de wereldkerk te leven stond de overtuiging dat we dat al deden. Hoezo klein vaderlands gedoe? Aandacht voor de wereldproblemen kwam tot uiting in de activiteit in gereformeerde organisaties. Scholen, een politieke partij, een vakbond, noem maar op. In de praktijk kerkelijk gebonden omdat de zuivere bediening van het woord fundamenteel was voor je leven in deze wereld.
Boven dit onderdeel heb ik het woord hoogmoedig geplaatst, net als boven het vorige onderdeel het woord hautain. Terugkijkend mis je de bescheidenheid, al was er soms wel een Calimero-complex, maar dat is wat anders. De hierboven veel te kort beschreven visie won het in de jaren zestig. In de onderzoeksresultaten op 28 oktober kwam, heel beschamend, de factor macht telkens boven drijven. Daarover schreef ik eerder.

Knus?
Inmiddels leven we een halve eeuw later. En de GKv is weer druk in gesprek met de NGK. Plaatselijk wordt ook het een en ander opgeruimd aan obstakels. Het is goed om fouten toe te geven en schuld te belijden, al heeft de generatie van nu misschien moeite om te volgen waar het over ging. (Ik merk dat ik in dit artikeltje heel wat bekend veronderstel dat het misschien niet eens is). Voor mij komt, als de rook optrekt, wel de vraag boven: hoe leef je anno 2016 als gemeente op het niveau van de wereldkerk. De posities die toen ingenomen werden, herkennen we niet meer. Niet die van de latere GKv en ook niet die van de Open Brief, waar tussen de regels geflirt werd met de moderne theologie van die tijd. Maar de vragen van toen blijven belangrijk: ben je als gemeente vandaag bij elkaar met je eigen clubje mensen met wie je het goed hebt, die het misschien wel allemaal eens zijn over uiteenlopende onderwerpen en wedijveren in activiteit, of besef je dat je ‘staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn’, Hebreeën 12: 22. Ook als krimpgemeente van nog geen honderd mensen leef je in de kathedraal van de wereldkerk. Wat betekent dat voor je kerkzijn?

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 12 november. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)