Hoe lang kunt u de adem inhouden? Vast niet zolang als de Bajau, een volk dat in Indonesië op zee leeft en minutenlang onder water kan blijven, tot zeventig meter diep kan duiken. Onderzoekers uit Nijmegen zijn hierin gedoken en ze constateerden dat deze mensen daarbij geholpen werden door een grotere milt. Die van belang is voor de zuurstofvoorziening. Die grote milt is niet door oefenen ontstaan, maar dat ligt in hun erfelijk materiaal vastgelegd. Dat is, volgens de wetenschapsrubriek in de Volkskrant, vrij recent gebeurt: “Evolutie maakt van duikersvolk steeds meer aquamensen met vergrote milt”. Het artikel noemt meer voorbeelden van aanpassingen. Nog steeds past de mens zich aan de omstandigheden waaronder hij leeft aan. En misschien kunnen we er onze winst mee doen: men zag al mogelijke toepassingen in het vers houden van organen, als je beter begrijpt hoe de duikreflex werkt.

Kuyper en Bavinck

Onze gereformeerde voor ouders zouden hier niet van schrikken: Abraham Kuyper en Herman Bavinck (theologen rond 1900) erkenden dat er evolutie binnen de soorten optreedt. Dat was ook wat Charles Darwin triggerde: hij zag al die per eiland verschillende soorten vinken op de Galapagos. Maar ik denk dat beide theologen hun wenkbrauwen ophaalden bij de fantasie van de schrijver in de Volkskrant dat op de duur misschien wel een soort menselijke dolfijn zou ontstaan. Een nieuwe soort. Daar wilden ze, bij de stand van zaken in het toenmalige wetenschappelijke debat, niet aan.

Hun stellingname getuigt van nuchterheid; ze speelden geloof en wetenschap niet tegen elkaar uit, namen goed kennis van wat er naar voren kwam en bepaalden hun standpunt. Inmiddels is het onderzoek ook van wat we terugvinden in de schepping verder gegaan en komen er weer nieuwe vragen tevoorschijn die ook uitnodigen om het Bijbelse scheppingsverhaal opnieuw te lezen. En daarover wordt nu hevig gediscussieerd onder Christenen. Met aan de ene kant de creationisten: scheppingsdagen zijn echte dagen en aan de andere kant mensen die verkennen of je Genesis 1 ook niet anders kunt en moet lezen. Al ouder is de zogenaamde kadertheorie: het woord dagen kun je ook opvatten als tijdperken. Nu gaat het mij er niet om in dit korte artikeltje dat allemaal te bespreken. Er is ook nog het boek van prof. dr. Gijsbert van den Brink: en de aarde bracht voort, waarin hij een nog verdergaande verwerking van het idee van evolutie wil verenigen met een hartelijk instemmen met de Bijbel. Als je kennisneemt van al die visies, komen er veel vragen naar boven. Ook belangrijke vragen: wat zegt een andere visie op het begin van de geschiedenis over het centrum ervan, het werk van Christus en hoe kijk je dan tegen het einde van de geschiedenis aan?

Een betrouwbare Bijbel

Dat laatste was een van de vragen die op een tweedaags congres van het Logos-instituut naar voren kwam: raak je met een poging om schepping en evolutie te verenigen ook niet het geloof in de terugkomst kwijt: een langgerekt begin dus ook een langgerekt einde? Prof. dr. Benno Zuiddam uit Zuid-Afrika stelde die vraag. Een verslag van het congres is te vinden in het Nederlands Dagblad van 21 april. Ik ga er voor dit artikeltje even vanuit dat de krant alles correct weergeeft. Er zitten twee lagen in. Aan de ene kant lees ik een contrastering van twee soorten kennis. Het ND citeert prof Zuiddam: ‘De kerkvaders wisten heel goed dat er twee manieren van kennis waren: onze feilbare kennis, verkregen door het verstand, en de openbaringskennis, die van God door zijn woord tot ons komt. Die laatste kennis, daar vertrouwden ze op.’ En hij wijst op de indoctrinatie van de verlichting die de verstandelijke kennis vooropzet. Aan de andere kant komt ook de geoloog Hans Hoogerduijn aan het woord, die stelde dat de evolutionisten de aardlagen niet goed bestudeerd hebben. Die moeten volgens hem wel ontstaan zijn door een geweldige ramp. Bijvoorbeeld de zondvloed. Dus toch de wetenschap?

Wat mij bij het lezen van dit verslag in gedachten kwam is dat door die contrastering van geloof en wetenschap je een aantal wetenschappers in de kaart speelt die dat contrast net zo leggen, maar dan in het voordeel van de wetenschap.

Secularisatie

Die vind je bij de talloze mensen die denken dat de wetenschap het geloof wel zal moeten laten verdwijnen. Inderdaad, in West-Europa is er al eeuwenlang een proces van kerkverlating aan de gang. En in dezelfde tijd dat Kuyper en Bavinck hun werk deden, kwamen er ook studies die dat moesten verklaren. De Duitser Max Weber hield zich ermee bezig. Zo is er een stelling onder woorden gebracht dat met het voortschrijden van de wetenschap er wel steeds minder plek zou komen voor God. Geloof en wetenschap zijn dan ook strijdige categorieën, waarbij je als gelovige slechts een achterhoedegevecht levert, maar uiteindelijk terrein moet prijsgeven. In dit verhaal is God een soort verklaring voor de menselijk gezien onverklaarbare dingen.

 Prof. dr. Herman Paul heeft daar onlangs over gepubliceerd in zijn boekje over de secularisatiethese. Het gaat hem er niet om het proces van kerkverlating te ontkennen (daar zijn de cijfers duidelijk genoeg over), maar, als ik het even in eigen woorden zeg: wie uitgaat van de onverenigbaarheid van geloof en wetenschap loopt het grote risico dat dit een profetie wordt die zichzelf vervult. Als je gaat studeren en bij het begin van je studie van de bedoelde spanning uitgaat, loop je grote kans je geloof kwijt te raken. Prof. Paul laat zien hoe hardnekkig die door veel wetenschappers gedeelde these is, in de praktijk. Als je de tegenstelling accepteert, kom je in de moeite met je geloof.

Bescheidenheid

Het verhaal gaat over Abraham Kuyper dat een van zijn zoons hem vroeg of zijn inderdaad geniale vader alles wist. En pa Kuyper wees toen op zijn omvangrijke bureau als voorbeeld van wat er te weten valt. Hij tekende een vierkante centimeter af en zei: zoveel weet ik. Dat moet je niet cijfermatig opvatten: dus Kuyper dacht dat hij zoveel promille wist van wat er te weten valt. Het toont de bescheidenheid van de echte wetenschapper, al kon hij in zijn publicaties nogal zelfverzekerd overkomen. Ik denk dat die bescheidenheid belangrijk is, voor onze beide bronnen van kennis. Het betrouwbare woord van de Heer en menselijke waarnemingen. Bij beide speelt een rol dat je als beperkt mens leest wat er staat. Ook voor theologen blijft de vraag: heeft God werkelijk geopenbaard wat ik denk dat ik lees? Geloof en wetenschap kunnen elkaar daarbij ook verder helpen, zoals ik ervoer tijdens een boeiende masterclass Bijbelvertalen van het Bijbelgenootschap. De voortschrijdende taalwetenschap laat je steeds meer ervaren van de grootsheid van God die met zijn Woord ingaat in ons leven.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 28 april 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)