Als iemand zou bewijzen dat God bestaat, hield ik onmiddellijk op met geloven. Wanneer ik dat tegen mijn catechisanten zei, keken ze of ik niet goed snik was. Want dat leek hen en veel anderen nu juist zo gemakkelijk. Dan kun je het geloof aan anderen uitleggen en dan kijken die niet meer alsof je als gelovige er een aantal op de loop hebt. Waar het mij om gaat, is dat geloof iets met een geheim te maken heeft. En in de weken voorafgaand aan Goede Vrijdag en Pasen, komt dat geheim op je af. Je hebt het over dingen die te groot zijn voor mijn denkraam en zelfs voor het grootste denkraam van de grootste geest.

Discussie over het kruis
Elke keer komt het terug: het gesprek over de betekenis van het kruis waaraan onze Heiland stierf. Het is de centrale boodschap van de Bijbel en het centrum van de menselijke geschiedenis, maar hoe omschrijf je als beperkte mensen de betekenis ervan? En gaat het iemand lukken om in een paar woorden die te omschrijven, voor de kerk van alle tijden en plaatsen? Of moet je al bij voorbaat zeggen dat dit onbegonnen werk is. Hoort het misschien wel bij het geheim van het geloof dat de betekenis van het kruis in elke tijd oplicht en de mensen aanspreekt zonder dat je moet zeggen dat je voorgangers in de tijd er helemaal naast zaten.
Ik kom tot deze overwegingen omdat van tijd tot tijd er weer discussie komt over wat in de theologie ‘verzoening door voldoening’ is gaan heten. Er is terecht op gewezen dat deze benadering van het offer van Christus uit de middeleeuwse theologie stamt. Anselmus van Canterbury heeft daar een dun boekje over geschreven. In mijn editie telt het slechts 63 bladzijden. Het gaat over de vraag waarom God mens geworden is. Het is een tweegesprek tussen Anselmus zelf en ene Boso waarbij de eerste met een keur van argumenten Boso overtuigt dat dit te maken heeft met Godsgerechtigheid waaraan zijn eigen zoon voldeed. “Het is me nu wel duidelijk”, laat Anselmus Boso zeggen op de laatste bladzij. Het boekje werd bepalend voor de theologische discussie van de eeuwen daarna en de Heidelbergse Catechismus, in de zondagen twee tot en met zes herinneren hier sterk aan. En deze benadering heeft het geloof gestempeld tot vandaag toe. Ook in concrete stellingnames rond politieke onderwerpen: het evangelie gaat over Jezus die voor mijn zonden gestorven is, niet over gerechtigheid in deze wereld. Dat riepen orthodoxe gelovigen in de jaren tachtig. En vandaag kun je, tegenover deze eenzijdigheid, weer andere lezen: het gaat in de Bijbel niet om verzoening door voldoening, maar om … (wat de diverse moderne voorgangers en boekjesschrijvers ook maar invullen.)

Het geheim van God en de catechismus
Op het eerste gezicht lijkt de catechismus helemaal in het spoor van Anselmus te gaan. En dat heeft zijn duidelijke nadelen. Nog los van de vraag of zijn redeneringen allemaal kloppen: zijn antwoord komt als een conclusie waartegen geen redelijk denkend mens nee kan zeggen. Tadaa, zou mijn kleindochter zeggen, als ze de duplotoren afgebouwd heeft. Terwijl de catechismus, en de andere belijdenissen, tekens halt houden voor het onzegbare. Je kunt de Bijbel naspreken en voor die waarheid gaan staan, daarvoor ben je protestant (je staat ergens voor, betekent het woord), maar elk antwoord roept nieuwe vragen op. Zondag vijf bijvoorbeeld noemt de mogelijkheid om door een ander je schuld aan God te voldoen. Maar hoe komen we bij deze mogelijkheid en kan dat wel bij een zedelijke schuld? Ik kan in het gewone leven voor een ander een financiële schuld voldoen, maar toch geen gevangenisstraf uitzitten? Waarom kan Christus dat dan wel? En, heel centraal, als het gaat om de belijdenis van de Drie-eenheid, zeggen we niet meer dan dat God zich zo doet kennen. De kerkelijke belijdenis erkent het geheim van het geloof.

Leven met vragen
Als het gaat om de manier waarop jonge mensen vandaag geloven, wordt die vaak getypeerd als: leven met vragen. Terwijl het vroeger meer om zekerheden ging. Ik kan me goed voorstellen dat dit beeld van vroeger ontstaan is. Geloven als een zeker weten, waarbij de zekerheid dan zit in de vastheid van mijn eigen overtuiging. Maar hoe vaak was bij al die mensen die het zo zeker wisten dat niet een overschreeuwen van de diepe onzekerheid? Als vader laat je je kinderen uiteraard niet je eigen twijfel horen, maar geef je de voorgeschreven antwoorden. Maar wie als pastor sterfbedden en ziektebedden meemaakt, komt ook de vragen tegen, ook van die vader die het tot voor kort nog allemaal zo zeker wist.
Generaties kunnen elkaar op dit punt herkennen en ontmoeten. En de ouderen hebben hierin iets prachtigs door te geven. Al die klassieke woorden confronteren je als mens met het geheim van het geloof. En ze nodigen je uit om naar de grens te gaan. En dat kan heel goed zijn.

Liefde met verstand
Niet iedereen hoeft theoloog te worden. En niet elk onderwerp uit de theologische discussie is direct van belang voor het geloofsleven van de gemiddelde gelovige. Christus sluit zich aan bij het onderwijs van de Rabbijnen in de samenvatting van de wet, waarin het ook gaat om God liefhebben met je verstand. Dat is niet gelijk te stellen met de plek van de rede in het moderne denken. Maar het daagt wel uit om door te denken. Net als een kind dat eindeloos vragen kan stellen: waarom dit en waarom dat. Want al denkend en vragen stellend kom je het geheim van het geloof tegen. Niet een geheim dat niemand mag weten, of dat slechts aan enkele verlichte geesten is geopenbaard, maar het geheim van Gods liefde, die liefde oproept.“ Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.” (1Kor 13: 2).

Het geheim van het kruis
In de bundel Cruciaal, een paar jaar geleden geschreven om te laten zien dat er meer over het kruis van Christus te zeggen valt dan ‘verzoening door voldoening’, merk Erik Borgman op (hij is rooms-katholiek theoloog) dat de achilleshiel van die middeleeuwse theorie is dat het de vraag oproept: had het dan voor God niet anders gekund? Waarom moest Christus daarvoor aan het kruis? Eerlijk gezegd, die vraag nam ik mee bij de andere opstellen van het boekje en je kunt hem, gevarieerd uiteraard, bij al die benaderingen stellen. Waarom is er alleen verzoening, vrede, het koninkrijk, de overwinning op de duivel, enzovoort, door de dood van Gods Zoon? Het zijn allemaal inzichtgevende benaderingen die elk op hun manier iets laten zien van het geheim van Gods liefde in Christus. Maar waarom dan de neiging om een benadering die de kerk van de Reformatie op het spoor van de Bijbel terugbracht zomaar af te schrijven? Ik hoef het boekje van Anselmus niet te ondertekenen om rond Goede Vrijdag en Pasen te blijven zingen dat ik in het kruis eeuwig roemen zal omdat Christus de vloek voor mij droeg.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 maart 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)