Na het Handboek voor Jeugdleiders (verschenen in 2009) is er sinds eind vorig jaar ook een Handboek voor Kinderwerkers. Voor zowel de startende als de gevorderde kinderwerker is het aan te raden het boek te lezen. Op de achterkant staat dan ook ‘Een heel volledig handboek dat iedere kinderwerker, starter of gevorderde, in zijn bezit moet hebben’. Dit is niets teveel gezegd. Om je een indruk te geven wat je er in tegen kunt komen, volgt hier een recensie over het boek. De recensie is geschreven door twee freelancemedewerkers van het Centrum: Hanna van Ommen en Renske Vermeij.

Samenvatting
Het boek begint met het op gang brengen van het denkproces bij de betrokkenen op het kinderwerk. Kort en krachtig worden belangrijke onderwerpen voor het kinderwerk in de kerk besproken zoals ‘Welke visie heb je?’, ‘Jouw geloof en kinderwerk’ en ‘Ontwikkeling van kinderen’. Termen als visie en missie worden helder uitgelegd en de relevantie ervan wordt duidelijk. Het boek geeft geen kant-en- klare antwoorden over hoe het moet of hoe het hoort, maar biedt ruim voldoende handvatten om een eigen visie en doelen te formuleren.

Vervolgens  gaat het over het eigenlijke werk: orde in de groep, de opbouw van een les, het kiezen van een methode, Bijbellezen, bidden, vertellen en gesprekjes voeren met de kinderen. Het boek helpt  om praktisch het werk vorm te geven. Een kort overzicht van de ontwikkeling van kinderen kan je helpen om je programma (beter) af te stemmen. Een vertelschema kan net die kinderwerker over de streep trekken die denkt dat hij/zij echt niet geschikt is om een verhaal uit het hoofd te vertellen.
Maar ook minder voor de hand liggende onderwerpen komen aan bod zoals ‘Hoe zorg je voor een veilige leeromgeving?’. Daarbij gaat het zowel over de fysieke leeromgeving: de ruimte en het gebouw waar het kinderwerk plaatsvindt, als over het veilig voelen van het kind bij de kinderwerker: de intimiteit. Wanneer je dit hoofdstuk leest kan het wat geforceerd overkomen om alles rondom dit onderwerp vast te leggen. Het zet je echter wel aan het denken. Het lijkt soms een taboe om het onderwerp intimiteit en de grenzen daarvan in de gemeente bespreekbaar te maken. Dat het wel iets is waar we goed over na moeten denken en maatregelen voor moeten treffen leren we wel uit de nieuwsberichten van de afgelopen tijd. Het is een belangrijke én noodzakelijke stap om de kwetsbaarheid van kinderen en de gevaren van intimiteit bespreekbaar te maken onder kinderwerkers.

Elk kind is anders
Een hoofdstuk die we er graag nog uit lichten is hoofdstuk 19 ‘Elk kind is anders’. Dit gaat over kinderen met etiketjes. Dit onderwerp komt niet vaak aan bod in literatuur over kinderwerk in de kerk. De schrijvers benadrukken dat je je als kinderwerker niet moet richten op het etiket, maar op het kind. Juist de kerk mag een plek zijn waar kinderen geliefd zijn omdat ze zijn wie ze zijn, uniek, gemaakt door God om Zijn kinderen te zijn. De tekst waar het boek mee eindigt, 1 Korintiërs. 1: 27,28 en 30, is ook wat dit betreft heel treffend.
Aan dit hoofdstuk is een nuttige bijlage toegevoegd met concrete tips hoe je je kinderwerk kunt afstemmen op kinderen die bijzondere aandacht vragen.

De hoeveelheid bijlagen is opvallend. Af en toe heb je het gevoel dat je heen en weer blijft bladeren, maar het houdt het boek wel overzichtelijk en leesbaar. Daarnaast grijp je gemakkelijk terug naar een bijlage als je concreet met kinderwerk aan de slag gaat.

Vertrouw op God
Na het lezen van het boek kun je als beginnende kinderwerker wel het idee hebben dat je heel veel moet kunnen om goed kinderwerk te leveren. De nadruk ligt wat ons betreft wel erg op het eigen kunnen van de kinderwerker. De schrijvers proberen dit beeld wel te weerleggen: ‘Misschien krijg je het gevoel dat de lat erg hoog ligt en dat je eerst een ‘betere gelovige’ moet worden, voordat jij iets voor het kinderwerk in de kerk kunt betekenen. In de Bijbel keert telkens een opmerkelijke thema terug, namelijk dat God iets kleins en onbetekenends uitkiest om te gebruiken in zijn plan. (…) God wil ook jou gebruiken in het kinderwerk. Begin maar gewoon en vertrouw erop dat hij je zal geven wat je nodig hebt.’(p. 31). Het is een dilemma waar we steeds weer over nadenken. Aan de ene kant is het belangrijk dat je goed nadenkt over je kinder- en jeugdwerk en dus ook bepaalde eisen stelt aan de mensen die het werk gaan doen, aan de andere kant mag je vertrouwen op God ook groot zijn als je ervan overtuigd bent dat het belangrijk is om de kinderen in je gemeente tot Jezus te leiden. Liefde voor God en liefde voor kinderen is dan de enige voorwaarde voor goed kinderwerk. De balans tussen zelf organiseren/streven naar kwalitatief goed kinderwerk en in vertrouwen gewoon aan de slag gaan, is soms lastig. Dat dilemma had wel wat nadrukkelijker genoemd mogen worden.

Het is knap hoe de schrijvers zo geweldig veel informatie hebben kunnen stoppen in een boek van 175 bladzijden. De hoofdstukken zijn kort en bondig. De onderwerpen zijn relevant en de bijlagen helpen je op weg om verder te zoeken in de vragen die het boek niet specifiek behandeld. Het boek leest als een trein, maakt je weer scherp en kritisch en vooral: enthousiast en gemotiveerd. Lezen dus! Maar belangrijker nog: ga ermee aan de slag!

Boek bestellen, klik hier.

Moniek Mol

Moniek Mol

Weet als enthousiaste en gedreven adviseur de verschillende kanten van een zaak te belichten. Heeft door diverse banen binnen kerkelijk én niet-kerkelijk jeugdland een brede kijk op verscheidenheid van generaties. Houdt van Zijn kerk en wil graag bijdragen aan een bloeiend Koninkrijk. Wil Hem volgen en ziet dit als een groot avontuur. Mail Moniek