Veel jongeren missen de verbinding tussen het geloof en de kerk en hun dagelijks leven. Diaconaat kan voor jongeren één van de sleutels zijn om die verbinding te leggen, zodat het geloof en de Bijbel betekenis krijgen in hun leven van elke dag.

Het jeugdwerk anno 2016 gaat over je leven delen en aanwezig zijn. Dat gaat verder dan ‘relationeel jeugdwerk’, waarbij we binnen onze activiteiten bezig zijn met het opbouwen van relaties. Want daarin zijn de kerkelijke activiteiten nog steeds het uitgangspunt. Het jeugdwerk in de kerk kan echter niet langer functioneren als laboratorium voor het leven in de echte wereld. Om jongeren toe te rusten voor hun leven midden in de wereld, om hen te helpen daar christen te zijn en het geloof handen en voeten te geven, is het cruciaal dat jongeren experimenteren in die echte wereld en niet in het laboratorium (de kerk).

Geloofstrein

Zeven jaar gelden vergeleek Mark Oestreicher de manier waarop het geloof voor jongeren werkt met een (stoom)trein. In de tweede helft van de twintigste eeuw was de objectieve waarheid de motor van de trein van het geloof. Het verstand fungeerde als de locomotief die ons in de juiste richting voortbewoog. Het geloof was de kolenwagen die brandstof levert aan de locomotief, en gevoel en ervaring zag hij als de wagons achter de kolenwagen. Volgens Oestreicher is aan het begin van de eenentwintigste eeuw de geloofstrein voor jongeren veranderd. Het geloof is nog steeds de brandstof, maar de meeste jongeren komen tot geloof via een ervaring; dat is de nieuwe locomotief. Ze ontmoeten God maar zelden via rationele argumenten.

Het is een pakkend beeld en als jeugdwerkers hebben we er vaak gebruik van gemaakt. De vraag is alleen of dit beeld vandaag nog wel klopt.

Verschuiving

Het lijkt erop dat er in onze tijd opnieuw sprake is van een verschuiving. De ervaring is nog steeds de locomotief, maar het geloof is niet langer de kolenwagen die brandstof levert aan de trein. De kolenwagen bestaat nu uit de overtuigingen waar je als jongere naar luistert, en waaruit je zelf een keuze maakt. Het geloof is langzamerhand de wagon, het sluitstuk geworden.

Hoewel dit beeld ruimte geeft aan verscheidenheid, lijkt het geloof vooral iets te zijn geworden wat je zelf samenstelt. De vraag is echter hoe persoonlijk dat geloof nu werkelijk is. Het zou zomaar kunnen dat het persoonlijke geloof allerlei algemene trekken heeft. Nog even afgezien van het uitgangspunt dat het geloof iets is wat je wordt gegeven.

Overlappen

Het beeld van de trein met wagons geeft ons inzien dan ook geen goed beeld van de werkelijkheid. De drie aspecten overlappen elkaar meer dan dat ze elkaar volgen. Het is de kunst om op zoek te gaan naar de juiste verhouding tussen deze drie. De ervaring kan daarbij zeker het vertrekpunt zijn. Maar wat bedoelen we dan precies met ervaring? Het gevaar is dat ervaring vrij oppervlakkig wordt ingevuld. Wij denken dat beleving en ervaring ook vaak door elkaar worden gehaald. Maar ervaring is meer dan beleving, het veronderstelt reflectie op en verwerking van die beleving.

Wij zijn gewend reflectief te denken vanuit taligheid, maar de beeld- en belevingscultuur van vandaag vraagt om een breder reflectief kader. Kerkdiensten die veel gebruikmaken van wat de cultuur aanreikt, kunnen daarbij helpen, maar dat is niet voldoende, omdat de ervaring die daar wordt opgedaan zomaar kan verschralen tot geloofsbeleving.

Geloofservaring

We kunnen de belevingswereld van jongeren als vertrekpunt nemen en daarin laten zien dat geloof en de Bijbel betekenis hebben voor het dagelijks leven. Volgens ons kan het diaconale aspect van gemeente zijn daarbij een belangrijke rol spelen. Door jongeren actief te betrekken bij het diaconaat kunnen ze geloofservaringen opdoen die verder gaan dan geloofsbeleving. Ze ervaren dat het geloof relevant is. Daarbij hoeven ze niet al van tevoren exact te weten of te kunnen verwoorden wat hun overtuigen zijn of wat ze geloven. Juist door hen actief bij het diaconaat te betrekken kunnen hun overtuigingen en geloof groeien. Je laat kinderen ook niet langs de kant van het zwembad staan totdat ze een zwemdiploma hebben, want dan zullen ze nooit leren zwemmen. Nee, ze moeten spelenderwijs leren om watervrij te worden. Als ze watervrij zijn, dan leren ze zwemmen. Ze leren door te doen.

Experimenteren

Jongeren leren het beste door te doen en te experimenteren. Geef ze daarvoor de ruimte, ook als dat misschien spannend is. Om daarvan te leren is het wel nodig dat op de belevingen wordt gereflecteerd. Wij realiseren ons dat dit niet helemaal zonder risico is. Er kunnen dingen verkeerd gaan. Tegelijk mag dat ons er niet van weerhouden om jongeren uit te dagen.

Kortom, het is goed wanneer jongeren volop meedraaien in het diaconaat. Daarbij is het vaak zelfs mogelijk om aan te sluiten bij mensen waarmee de jongeren zich al verbonden voelen. Een reflectieve diaconale aanpak helpt jongeren vervolgens om te verwerken en te leren van wat ze meegemaakt hebben.

Dit artikel is geschreven door Anko Oussoren en gepubliceerd in OnderWeg

Anko Oussoren

Anko Oussoren

Adviseur at Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko
Anko Oussoren
Anko Oussoren
Anko Oussoren

Latest posts by Anko Oussoren (see all)