Hoe geef je een liturgisch complexe eredienst vorm? Participatie van gemeenteleden is daarbij belangrijk: liturgie is geen onemanshow. Tegelijk: hoe doe je dat dan? Je wilt niet alleen incidenteel wat mensen links en rechts tevredenstellen, maar als vormgevers van een eredienst zinvol de lead nemen. En in de veelheid aan meningen en wensen verantwoord een eigen positie innemen.

Laten we beginnen met een voorbeeld. Samen met de belijdeniscatechisanten wordt een mooie belijdenisdienst vormgegeven. Het is een groep van zes catechisanten: drie jongens, drie meiden (ongeveer 18 jaar) met uiteenlopende achtergronden. Tegelijk zullen in die dienst nog twee anderen belijdenis doen. Irene, een vrouw van 23 jaar die van ‘buiten de kerk’ komt en een relatie heeft met een van de gemeenteleden. En Mousa, een alleenstaande man met een Iraakse achtergrond die als vluchteling naar Nederland is gekomen en hier tot geloof is gekomen.

De gemeente is een middelgrote plattelandsgemeente (400 leden) met alle liturgische smaken en varianten die je maar kunt bedenken: evangelical-minded, hoog-liturgisch en mensen die niet zoveel ophebben met allerlei vernieuwingen. Bij het samenstellen van de liturgie wil je betrekken: degenen die belijdenis gaan doen, de muzikanten, de voorlezers, de liturgiecommissie en nooit vergeten: het beamteam. Je wilt bewust rekening houden met kerkgangers (vrienden van, familie van, mede-vluchtelingen van Mousa, enzovoort) en met de eigen gemeente.

Meer dan een lappendeken

Hoe zorg je er als liturg, als team van liturgen, nu voor dat zo’n kerkdienst geen verzameling ‘u-vraagt-wij-draaien-liederen’ wordt? Hoe zorg je ervoor dat het rekening houden met verschillende niveaus en stijlen méér wordt dan een lappendeken van op zichzelf mooie elementen? Hoe creëer je ruimte voor zinvolle belijdenisrituelen?

Bovendien: hoe zorg je ervoor dat de voorbereiding van zo’n dienst voor de betrokkenen (belijdeniscatechisanten, musici, commissies, enz.) een zinvolle en waardevolle ervaring is? Hoe ga je om met verschillen van inzicht, hoe sluit je verantwoorde compromissen, hoe zorg je ervoor dat zo’n kerkdienst een behapbare lengte houdt?

En ten slotte: wat zou je kunnen helpen om het voorbereiden van zulke diensten in een groter kader te plaatsen? Kun je algemenere en grotere liturgieverhalen vinden waarbinnen ook het vormgeven van zo’n ‘speciale’ kerkdienst wat gemakkelijker wordt? Dat je niet voor elke ‘speciale’ dienst het wiel hoeft uit te vinden?

Gevoelig en ingewikkeld

Dit voorbeeld illustreert hoe gevoelig, hoe ingewikkeld zulke diensten kunnen zijn. Allereerst zijn er de directbetrokken gemeenteleden met hun eigen taak, ambt of functie. Belangrijk is echter ook om te benadrukken dat er daarnaast natuurlijk een groot aantal minder betrokken mensen in de dienst zal zijn. In een kerkdienst zitten nu eenmaal vogels van verschillende pluimage. Minder betrokken in de zin van: niet concreet in de voorbereiding betrokken – dat is logisch. Maar ook een aantal bezoekers die sowieso wellicht minder intensief en betrokken in de kerkdienst zitten. Betrokken en minder-betrokken mensen, met allemaal eigen wensen, ideeën en verlangens.

Graag wil ik vanuit een wat breder kader, een soort helicopterview, wat algemenere opmerkingen plaatsen. Dat kan helpen op twee punten: beter begrijpen en zinvol handelen. Om wat er gebeurt rond en in kerkdiensten beter te begrijpen en hoe we daarin tot zinvol handelen kunnen komen.

1 Beter begrijpen

Echtheid
Een van de meest invloedrijke trends die onze cultuur bepalen, is het verlangen naar authenticiteit. Echtheid, het moet uit het hart komen, iets overtuigt als iemand het helemaal tot in z’n tenen voelt en zelf ook voorleeft, belichaamt. Het is een thema dat door grote denkers over onze tijd wordt aangemerkt als toonaangevend. Het is ook een relatief nieuwe trend, want we hebben het over een periode van de laatste vijftig jaar.
Een tweede trend is die van de belevingscultuur. Die echtheid moet me raken, het moet uit het hart komen, maar het moet ook mijn hart raken. Een voorganger die zeer overtuigd en krachtig spreekt over de verzoening door het bloed van Christus, maar daarbij blijft steken in concepten en dogmatiek – die raakt mij toch niet.
Deze twee trends zijn breed herkenbaar in de cultuur. Maar ze raken elkaar in de liturgie. Een kerkdienst bezoek je niet om een abstract betoog aan te horen. En je geloof wordt niet versterkt als je de indruk hebt dat het allemaal maar schijn-heiligheid is wat je om je heen ziet.

Beleving van kerkgangers
Onderzoek naar de concrete beleving van kerkgangers helpt je om beter te begrijpen wat er gebeurt. Het is een stap die ons niet altijd goed uitkomt. Ik neem lang niet altijd de tijd om werkelijk te begrijpen, omdat ik allang meen te weten wat er gebeurt. En (misschien nog wel belangrijker) ik heb allang een visie en een drive. Ik weet allang wat er eigenlijk moet gebeuren.
Neem die belijdenisdienst, zomer 2016, ergens in een tuin in Zwolle; het Nederlands Dagblad schreef erover. De voorganger zei toen: “We leven in het tijdperk van authenticiteit. Het individu staat steeds meer voorop. Hij zoekt wat bij hem past. Ik denk dat wij als kerken niet aan deze culturele verandering kunnen voorbijgaan.” Dat laatste deel ik volkomen. Het is echter een vraag hoe we dat dan moeten doen. Moeten we de vormen aanpassen of moeten onze vormen juist verzet bieden tegen al te grote nadruk op authenticiteit? Of moeten we beide doen, maar in welke balans dan?
Ik denk aan de mate waarin kerkgangers hun eigen ervaring kwijt kunnen in een kerkdienst.
Bijvoorbeeld: in hoeverre beleven kerkgangers in de liturgie ruimte voor hun eigen lijden en gebrokenheid? Uit onderzoek blijkt dat kerkgangers in allerlei tradities de liturgie belangrijk vinden om hun eigen lijden te kunnen plaatsen. Daarbij speelt de beleving van gemeenschap een grote rol. Het heilig avondmaal is het belangrijkste onderdeel van de liturgie, volgens de geïnterviewden, om hun eigen lijden aan te koppelen. De viering als geheel is voor velen expliciet benoemd als veilige plaats. Bovendien ervaren kerkgangers de rol van de voorganger als zeer belangrijk. Hoe zij de mensen aanspreken en behandelen en hoe zij met situaties omgaan, heeft grote invloed – ook in de liturgie.

Verschillen overbruggen
Tegelijk blijkt uit ander onderzoek hoe belangrijk zeer eenvoudige en sentimentele poëzie of zoetige liederen kunnen zijn voor de geloofsbeleving. Vaak kijken we daar wat op neer, terwijl ze wel een belangrijk effect hebben op het geloofsleven. En ook blijken allerlei smaakverschillen en min of meer ondergeschikte leerverschillen door gezamenlijke beleving van de liturgie makkelijker te overbruggen. Liturgie doet iets en wij proberen steeds beter te begrijpen wat dan eigenlijk.
Uit een ander onderzoek, onder deelnemers aan vieringen in een klooster, blijkt dat actieve participatie echt heel belangrijk gevonden wordt. Zij kwamen er niet om te kijken, maar om mee te doen. Terwijl in een doorsnee zondagse kerkdienst ook mensen kunnen zitten die juist even wat stilte willen en dus niet zo enorm willen meedoen.
Zulke voorbeelden maken duidelijk dat het van belang is werkelijk beter te begrijpen wat er nu bij mensen gebeurt in een kerkdienst. Liturgie is een gebeuren, een ruimte die ontstaat op het moment dat zij gevierd wordt. Als we begrijpen wat er gebeurt en kan gebeuren, scherpt ons dat als betrokken mee-werkers aan liturgie enorm op. De authentieke belevingscultuur laat zien hoe divers en complex verwachtingspatronen kunnen zijn. Maar kennelijk ook dat wij daar werkelijk iets mee moeten. Maar wat is dan zinvol handelen?

2 Zinvol handelen

Hoge eisen

Vanuit beleving en authenticiteit worden dus hoge eisen gesteld. Mensen verwachten van alles van de kerkdienst. Je zou dit als ‘verlangens’ kunnen typeren. Verlangens die soms worden geuit met gebruik van bepaalde redeneringen en met een stelligheid en kracht die wel vragen oproepen. Verlangens zijn niet per definitie heilig en er zal voor leerlingen van Jezus dus een heiliging van die verlangens nodig zijn.

De liturgie zelf is een middel om onze verlangens te heiligen. Er zijn verschillende liturgiestijlen. En elk van die stijlen geeft op een eigen manier vorm aan deze verlangens. De een zet het horen centraal, een ander daarnaast ook het zien of het doen. De een uitbundig, de ander ingetogen. Daarachter gaan (sub)culturen en overtuigingen schuil. In toenemende mate wordt over en weer over de muren gekeken en ontstaan dwarsverbindingen en mengvormen. Vaak ontstaan die juist doordat men de wellicht oorspronkelijke vormen niet meer toereikend acht. Niet alleen ontoereikend omdat ze de kerkgangers onvoldoende ‘bedienen’, maar ook omdat ze de aanwezige verlangens niet geheiligd een plaats kunnen geven. Verlangens naar stilte en erkenning van lijden of verlangens naar aanbidding en expressie. In al dat zoeken betekent zinvol liturgisch handelen: erkenning van de verlangens en heiliging ervan. Hoe?

Het grote kader
Welnu, wanneer we op zondag bij elkaar zijn als gemeente, komt God zelf naar ons toe. Juist ook om onze levens weer in het grote kader van Gods koninkrijk te plaatsen. Al doende, al biddend, zingend, lopend naar de tafel, luisterend; al doende werkt Gods Geest ook aan heiliging van onze verlangens.
Zinvol handelen in de liturgie, wat is dat? Zinvol lijkt het mij alleen te zijn als vormgevers van de liturgie (voorlezers, voorgangers, voorbidders, musici) zorgvuldig en bewust een ruimte creëren. Een ruimte van Gods sjalom. Sjalom is een woord dat ik meegenomen heb uit het recente boek over het denken van Nicholas Wolterstorff, Denken om shalom. Deze inmiddels 85-jarige christenfilosoof heeft zich ook met liturgie beziggehouden.
Sjalom is een ruimte waar God met mensen samenleeft. In harmonie, gezamenlijk, maar vooral: een ruimte waar onrecht wordt geweerd. Een ruimte waarin het lijden en het genieten plaatsvinden. Een ruimte waarin de realiteit van vandaag wordt opgenomen, maar ook veranderd. Léon van Ommen sprak in dit verband van ‘transformatie’. Vanuit onze ervaringswerkelijkheid treden we in de liturgie een andere ruimte binnen. “In de liturgie raken we aan de primaire realiteit, ‘de goedheid van deze wereld’, of beter nog, Gods rijk van shalom.

God recht doen
Sjalom is karakteristiek voor die ruimte waar vóór alles nadrukkelijk aan God recht gedaan wordt – aan wie en hoe Hij is. En recht gedaan wordt aan al die verlangens. Dan wordt liturgie zelf het handelen van de gemeente waarin elk haar of zijn verlangens meebrengt, offert, uit, laat opnemen in Gods werkelijkheid. En dat doet iets met ons. Ik word ontdekt aan mijn eigen schijnheiligheid. Of aan mijn ‘dikke ik’. In mij wordt de strijd met mijn oude mens aangewakkerd – waarin ik vervolgens ga meestrijden of waartegen ik mij verzet. In mij wordt het verlangen naar Gods sjalom opgeroepen en ga ik op zoek naar concrete vormen om die gestalte te geven. Of ik handel zo dat ik die sjalom op het spel zet – dat kan ook.
Maar steeds opnieuw – week in, week uit – is de liturgie de ruimte waarin wij deze gerichtheid bewust vormgeven: dat Gods sjalom de toon zet voor de hele gemeenschap. Voorgangers, voorlezers, voorbidders en musici geven vorm aan die sjalomruimte. Wij nodigen uit tot die sjalom, wij delen ervan uit in woorden en klanken, in brood en wijn. Zinvol handelen in de liturgie is gericht op het creëren van een ruimte waarin alle kerkgangers God ontmoeten en vanuit die Godsontmoeting ook elkaar in de ogen zien en met elkaar leren samenleven.

Dit artikel is een bewerking van de lezing van Hans Schaeffer (Theologische Universiteit Kampen/ Praktijkcentrum) op de Werkdag Liturgie en gepubliceerd in Dienst.

Hans Schaeffer

Hans Schaeffer

Is als gedreven theoloog en onderzoeker bezig op het snijvlak van theologie en praktijk. Was acht jaar predikant in Wageningen, heeft gestudeerd in Kampen, Tübingen en Londen. Wil mensen leren nadenken en bezinnen, om daardoor te verbinden. Geeft les aan de TU in Kampen, houdt lezingen en doet praktijkonderzoek.